Posts tonen met het label Wauters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wauters. Alle posts tonen

zaterdag 28 januari 2012

Joannes Roucourt, een bijzonder familielid



















In de speurtocht naar de verwantschap tussen de Halense stamvader Dirk (Theodorus) van Ro(u)court en de overige voorouders, zijn we bij een bijzonder familielid terechtgekomen:  Joannes Roucourt, geboren te Leuven in 1636 en op 40-jarige leeftijd overleden te Brussel. Hij was Priester, Plebaan (deken-pastoor) van de Sint-Michiels en Sint Goedele- kathedraal te Brussel en is bekend als 17de eeuws Belgisch Theoloog. Hij was ook professor op de KU-Leuven.

De eerste aanwijzing bleek uit de doopakte van Maria Roucourt, dochter van Johanna Glaude en Tilmanni Roucourt, waar Joannes als doopgetuige wordt vernoemd (1664, ref. 1).









Achter de naam (dominus) J.Roucourt staat vermeld s(acrae) Th: licentiate, oftewel afgestudeerd of gepromoveerd in de Theologie. Hij blijkt op 7 juni 1636 te Leuven gedoopt als zoon van Theodorius (ook Dirick genoemd) en Joanna Verwijst (St. Jacobskerk, scan hieronder), lakenmaker te Leuven. Joannes was dus een kleinzoon van stamvader Dirk van Roucourt uit Halen, een neef van Hendrik Ro(u)court, de Nederlandse Recourt stamvader, en een neef van Dirk Roucourt, brouwer te Diest. (Voor meer details omtrent de familieverbanden, zie referentie 6). Er zijn nog geen broers en zussen van Joannes gevonden, maar wel de verlovingsakte van zijn ouders uit februari 1635, eveneens te Leuven.
 

Doopakte 7 juni 1636 te Leuven van Joannes Roucourt alias "van Rochaut", bekend geworden als Belgisch Theoloog uit de 17de eeuw














Via de digitale bibliotheek van Geneanet zijn uitgebreide beschrijvingen van Joannes Roucourt gevonden (ref 2 en 4) en hierna volgt de pagina uit de Biographie Nationale Tome 20 (1908-1910).








































Joannes Roucourt blijkt een bijzondere man te zijn geweest. Hij heeft aan de Universiteit van Leuven zowel Filosofie (1660) als Theologie (1663) gestudeerd en is vervolgens gepromoveerd. Hij wordt vernoemd als Belgisch Theoloog. Tevens is hij auteur van een aantal boeken, waaronder "Aenleydinge tot de Deught van Penitentie ofte Een oprechte bekeeringe des Sondaers" door J(oannes). R(oucourt). P (riester), gepubliceerd te Leuven in 1673. De titel is een duidelijke weerspiegeling van de inhoud en het werk is volledig te lezen via Google. De Universiteitsbibliotheek Gent toont het volledige Vlaamse oeuvre van Joannes Roucourt, waarvan een aantal werken online te lezen zijn. Wellicht kunnen we nog een origineel exemplaar aan het familie-archief toevoegen...

Er zijn nog meer sporen van hem in de oude literatuur. In de Geschiedenis van Brussel (1845) vinden we een beschrijving van Joannes als Plebaan van de Sint Goedelekathedraal (ref. 3):





















De Franse tekst beschrijft Joannes Roucourt als "vader van de armen" en hij gaf blijkbaar veel van zijn bezittingen weg. Zijn vrijgevigheid was zo groot dat hij regelmatig bij zijn vrienden moest aankloppen om te kunnen voorzien in zijn eigen levensonderhoud. Joannes was sinds 1667 Plebaan van de Sint-Michiels en Sint Goedelekathedraal in Brussel en hij schijnt in de Sint Johanneskapel bij de doopkapel te zijn begraven. In mijn oude Koenen woordenboek (15de druk, 1925) wordt Plebaan alsvolgt omschreven: deken-pastoor eener bisschoppelijke kerk, eener kathedraal, die in naam van den bisschop die kathedraal bestuurt. 


Sint-Michiels en Sint Goedelekathedraal Brussel (P.Brundel, Wikipedia)





















Joannes (Jean) Roucourt heeft zelf ook zijn "approbatie" aan diverse werken gegeven, waaronder een boekje geschreven door G.P. Huyghens (1673, Leuven).





















In augustus 2013 is eveneens zijn begrafenisakte achterhaald in de digitale DTB gegevens van de Sint Goedele parochie. De akte is gedateerd op 28 september 1676, twee dagen na zijn overlijden en er is vermeld dat Rev. Dom. Joannes Roúcoúrt, plebaan van de St. Goedele kathedraal was. Hij is begraven "in de kercke van Ste. Goelen"








Wellicht is zijn graf nog te traceren? Helaas wordt Joannes niet vermeld in de Basilica Sive Monumenta Antiqua, waarin grafinscripties en monumenten in de kathedraal worden beschreven. Er wordt in dit werk wel melding gemaakt van het Mausoleum van D. Ludovico Alexandro Scockart (1708) en zijn echtgenote, dat zich in de Sacramentskapel bevindt (pagina 37).


Referenties

(1) DTB Halen, RA Hasselt. Microfilm nr. 1358868 item 5-10

(2) Analectes pour servir a L'Histoire Ecclésiastique de la Belgique. Publiés par le chanoine Reusens, prof. à la fac. de théol. de l'Univ. cath. de Louvain et le chanoine Victor Barbier. Deuxième série, Tome 11. Première Livraison. pp 92-93 (1898, Leuven).








































(3) Histoire de la Ville de Bruxelles. Tome 3. Alexandre Henne et Alphonse G.F. Wauters. pp 242 (1845, Brussel).

(4) Biographie Nationale. L'Academie Royale des Sciences, des Letters et des Beaux Arts de Belgique. Tome 20 (Rond-Rythovius) Roucourt, Jean par Léonard Willems. pp. 203-204 (1908-1910, Bruxelles).

(5) A dictionary of universal biography of all ages and of all people. Albert Hyamson. pp 559 (1916, Montefiore).

(6) De verwantschap met Dierick (van) Roucourt alias van Rochaut, gehuwd met Joanna Verwijst en vader van Joannes, blijkt uit notariele stukken, waarbij erfrentes worden verkocht:

- ARA Brussel, 17 April 1692, notariele akte notaris Henrion te Leuven en vernieuwd voor meyer en schepenen van Leuven op 5 April 1698 (Stadsarchief Leuven). Verkoop van een erfelijke rente door Maria Roucourt, dochter Tilleman Roecourt en Jenne Glaude, een van de erfgenamen van wijlen Diedrick Roecourt, hare oom.
- Stadarchief Leuven (SAL 8297, folio 469-471). Vernieuwing van een contract van 16 (of 18) Juni 1698 voor notaris Bastaert te Leuven. Sr. Dirick Roucourt, brouwer te Diest verkoopt aan Mr. L. Henrion te Leuven ten behoeve van zijn zuster Maria Henrion een rente op goederen gelegen te Ottenborgh (zoals nader omschreven in een akte van 22 februari 1680) hem toegevallen bij boedelscheiding van Dierick Roucourt zijn oom, met proenratie van zijn huisvrouw Anna Vrancken.

De erfenisverdeling van Dierick (van) Roucourt (oudste zoon van Dirk van Roucourt) gedateerd 24 juli 1684 bij notaris Henrion ondertekent, waarnaar wordt verwezen in bovenstaande stukken, is niet gevonden in de (rijks- en stads)archieven van Leuven. Volgens de archiefvormer van het rijksarchief van Belgie werkte Laurent Henrion van 1666 tot 1720 zowel in Leuven als in Brussel (weblink). Een zoektocht is gestart in de algemene- en rijksarchieven van Brussel.

***

zaterdag 6 maart 2010

Werken van Louis De Bondt, Constant Noppen en Alphonse Wauters

Afgelopen weken weer enige vorderingen gemaakt in de speurtocht naar de wortels van de famile Roechout. Allereerst een hele mooie website gevonden van Louis De Bondt. Zeker een aanrader als je de geschiedenis van de streek Londerzeel wilt leren.


LONDERZEEL VROEGER

Historische en Genealogische bijdragen over -Londerzeel, St.-Jozef, Malderen en Steenhuffel Geschiedenis, transcripties, verhalen, sagen, anekdotes, volkstaal, volksliedjes, gebruiken... Bewerkingen van registers, streekgenealogieën, biografieën... Londerzeels archief, Londerzeelse bibliografie, links...


Op zijn site heeft hij mooie bijdrages over de genealogie van de familie "van Boechout" alias "van Bouchout", ook in relatie tot de heerlijkheid Diepensteyn met leuke achtergrondverhalen.

Ik heb hem per email gevraagd wat hij vond van de relatie van de familie "vanden Roechout" met "van Boechout".  Vrij snel heb ik van hem een antwoord gekregen.

Volgens hem is de verschuiving van Bouchout naar Rouchout zeer goed mogelijk. Een vergelijkbaar geval in zijn buurt is het domein "Bouckenborgh" dat een eeuw of zo later plotseling "Rouckenborgh" is gaan heten. Hij twijfelt echter aan of "de Bouchout" (= Latijn of Frans voor 'van Bouchout') ooit Vanden Rouchout kan geworden zijn. Bouchout verwijst immers in alle gevallen naar een plaats. Iemand is dus van of uit Bouchout, Buggenhout of Bocholt maar nooit van den Bouchout, Buggenhout of Bocholt. Tenzij het om een schrijffout gaat zou Rouchout hier een mannelijk zelfstandig enkelvoudig naamwoord moeten zijn. Aha, nieuwe inzichten dus: een cruciaal verschil tussen "van" en "vanden". Dat heb ik me nog niet gerealiseerd. 

Ik heb mijn meest recente scans er nog eens op nageslagen en zie echter dat er niet consequent "vanden" wordt gebruikt. Zie hieronder een paar "van" voorbeelden:


  





Jan van Roechout, uit 1428 (laat van het hof van Aalst, Abij St Truiden)








Johan van Rouchout, uit 1427 (geschil over erfenisverdeling, Oorkonde landkommanderij Ouden Biezen).








En tenslotte ook nog een Latijnse vorm uit 1496 "Robertum de Roechout", schepen te Sint-Truiden (Piot, 1870). Deze Robert wordt ook met "van" en "vanden" benoemd.


Dus niet erg consequent "van" of "vanden" dus. Blijft staan dat Abt Mauri vander Heyden in zijn leenregisteroverzicht wel een scherpe overgang gemaakt heeft van "de" naar "vanden". Wilde hij daar iets mee zeggen? 

De aanwijzing naar Meise bij Brussel wordt versterkt door het werk van Constant Noppen uit 1991: "De Heren van Boechout en hun Waterburcht te Meise".









 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hij geeft een mooi overzicht van de familie "van Boechout" met wortels in de famile "van Kraainem". Heel nuttig is dat hij het leven van Jan van Boechout (1320-1391), oa kastelein van Brussel redelijk gedetailleerd beschrijft. Zie ook de website hiervoor.
 
 
 
 
 
 
 
 
Een detail is bijzonder interessant. Op pagina 55 lezen we dat Jan van Boechout een zus had die Elisabeth heette. Zij trouwde met Willem van Duvenvoorde, heer van Drongen.

 
Een aansluiting met het werk van Charles Piot die in een oorkonde uit 1355 omtrent het vruchtgebruik van 2 delen van de tienden van Baardwijk krijgt (zie ook blog 20 februari 2010). 
 
We lezen over domini Elizabet van wie Jan een "frater legitimus is", dus haar broer en over dominorium Wilhelmi, domini de Donghen die eerder in de oorkonde aanvullend“... militis, nati (=geboren) domini Wilhelmi de Duvenvorde” wordt genoemd.   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


gedeeltelijke vertaling (met dank aan Mirjam van Rooijen)

En met deze speciale verklaring van ons, aldus gedaan door mij

bovengenoemde Robertus Cuketer?, over het algemene en eenstemmige gevolg/vervolg van onze overgebleven ??? met voornaam genoemde(?), zonder tegenspraak van de een of ander van ons, heeft de voornoemde heer Henricus de Quaderibbe, nu onmiddellijk zijn genoemde vruchtgebruik in handen van onze Robertus, genoemde abt, overgedragen voor het werk van de heer Johannes de Bucout, krijgsman, eveneens de wettige broer en naaste erfgenaam van de voornoemde vrouwe Elizabet, nagelatene van achtereenvolgens de eens genoemde heren Wilhelmus, heer van Donghen, en Henricus de Quaderibbe, krijgsheren; en door een dergelijk vruchtgebruik en erfenis zo verenigd en verbonden heeft de genoemde heer Johannes, heer van Bucout, eveneens de wettige broer en opvolger van de genoemde vrouwe Elizabet, eens de zus van hem, de genoemde beide delen eentiende in (het) leen teruggebracht aan onze Robertus, genoemde abt; en wij hebben hem tot onze vazal teruggenomen, en de vrouwe Clarissa de Myrabile, echtgenote van dezelfde heer Johannes, heer van Bucout, over de genoemde twee delen eentiende, …







Maar nog even een klein detail Constant Noppen heeft het over heer van Drongen ... Alphonse Wauters, voormalige archivaris van Brussel (1843) spreekt echter ook over "Dongen".







Piot verwijst bij Willem van Duvenvoorde naar het Hollandse kasteel vlakbij de Dobbewatering. Dat moet dus het kasteel Duivenvoorde bij Voorschoten zijn. Er is een aparte Wikipedia pagina over Willem van Duivenvoorde. Hij is in 1328 tot ridder geslagen door Jan III van Brabant. Hij leefde echter van 1290 tot 1353 en het is dus meer waarschijnlijk dat Elisabeth met een zoon van "Willem de Snickerime" getrouwd is geweest. 

Dit wordt bevestigd op pagina 63 van het werk van Constant Noppen. Daar staat dat de zuster van Jan van Boechout gehuwd was met een van de natuurlijke zonen van Willem de Snickerieme (Duivenvoorde).Zij kregen geen kinderen. Op deze pagina heet zij echter Margareta. Wellicht was haar volledige naam Elisabeth Margareta?

In ieder geval wordt in de genealogie op pagina 38 van het werk van Constant Noppen (en ook bij Alphonse Wauters) de zuster Elisabeth vermeld als echtgenote van Willem van Duvenvoorde. En dat klopt dus met het werk van Charles Piot over de oorkonde(n) van de abdij van Sint-Truiden! 






















Later (of eerder?) in 1358 (volgens de Kroniek in 1353) krijgt Domno Johanni de Boechout het volledige recht op de tienden van Baardwijk. Deze Johanni wordt dus door Abt Mauri vander Heyden D: Joanni de Rouchaut" genoemd.......

Jan van Boechout kreeg dus enkel 'natuurlijke' kinderen en zijn vrouw Joanna van Hellebeke bleef kinderloos. Zijn de Vlaamse familie Roucourt en de Nederlandse familie Recourt, Rekoert, Rikkoert, Recoert en Rekourt afstammeling van een van de "Kinderen van Bouchout"?

Alle aanwijzingen tot nu toe wijzen die kant op ....