Posts tonen met het label Boechout Boekhoute Bouchout. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boechout Boekhoute Bouchout. Alle posts tonen

dinsdag 14 februari 2012

Jan van Boechout (alias Roechout) kwam uit Brabant en niet uit Vlaanderen.

In de blog van 22 januari is de optie besproken dat Jan (Johannes) van Boechout (alias Roechout) uit de regio Gent afkomstig was i.p.v. uit de regio Brussel. Immers, de oorkonde uit 1355 getranscribeerd door Charles Piot en vertaald door dr. J.C. Kort spreekt van Klarissa de Myrabile (ref 1,2 en 3). Jean Vilain, heer van Bouchaute bij Assenende, was getrouwd met Claire de Mirabelle. De vraag is dus: kwam Jan van Boechout uit Vlaanderen of uit Brabant? Het antwoord ligt waarschijnlijk in de overige personen die worden genoemd in de oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk.










We lezen in het origineel en de vertaling dat de zuster van Jan van Boechout, Elisabeth, was getrouwd met Hendrik Quaribbe, na het overlijden van Willem, heer van Dongen, zoon van Willem van Duvenvoorde. Welnu, Hendrik Quaribbe alias Quarebbe wordt genoemd in een genealogie zoals vastgelegd door Alphonse Wauters (ref 4).




































De naam komt dus uit de Brabantse regio Brussel-Leuven (Kwerps-Erps). Hendrik Quaribbe vocht tijdens de slag bij Basweiler, net als Jan van Boechout uit Brussel, onder de Hertog van Brabant. Bewijs hiervan vinden we ook in andere werken (ref 5). 

In meerdere oude werken, waaronder de Diplomatum Belgicorum uit 1627, vinden we per periode een opsomming van edelen en ridders uit het Hertogdom Brabant. De hieronder weergegeven "Tabula Cortenberges", vermeldt de namen die de oorkonde van Kortenberg hebben ondergetekend (ref 6).




 


















Deze oorkonde uit 1372 stamt dus uit de periode van Joanna en Wencelas van Brabant.  De volgende namen komen voor:

- Joannes de Pollanen, dominus de Lecke & Breda
- Joannes de Boechout, Burgravius Bruxellensis
- Henricus de Quaderibbe, Dominus de Bierges

Deze namen staan ook gebroederlijk in de oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk, waarna ook wordt verwezen in de Foeuda van Abt Mauri van der Heyden (ref 7). Dus, het is het meest aannemelijk dat Jan van Boechout, alias Roechout, uit Brabant kwam en Borggraaf van Brussel was. Overigens was Jan van Boechout pas vanaf 1362 Borggraaf en dus niet ten tijde van de Sint-Truidense oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk (1355). 

Tenslotte is er nog een extra bevestiging gevonden van een deel van de hierboven beschreven verwantschappen in de "Notititia Ecclesiarum Belgii" en zoals ook vermeld in het werk van Constant Noppen (ref 8 en 9).



Genealogie Jan van Boechout (Bouchout) uit Brussel en directe familie (ref 8)


Jan van Boechout (Bouchout), borggraaf van Brussel vanaf 1362 was een zoon van Gilles II (Aegidius) van Boechout en had een zuster Elisabeth die was getrouwd met Willem van Duvenvoorde. Zijn oom was Jan van Boechout, heer van Humbeek (en Loenhout). De zoon van deze Jan, Daniel III van Boechout was een tijdgenoot van borggraaf Jan van Boechout en wordt vermeld in de Diplomata Belgica als "Daniel de Bochout, dominus de Hoenbeke & Loenhout" (hierboven pp 420, bovenaan).



Not. Eccles. Belgii pag 680 (ref 9)




Not.Eccles. Belgii pag 681 (ref 9)
  

  
In de Notitia Ecclesiarum Belgii wordt de oom van Jan van Boechout genoemd rond 1315 als "Ioannem de Bouchout Dominum de Loenhout, militim" (bovenaan pagina 680). In de NOTATIO (tweede paragraaf, periode ergens tussen 1345 en 1398) lezen we:  "Dominus Ioannes de Bouchout, filius (zoon) quondam Aegidij (Gilles) de Bouchout, militis, promisit Wilhelmino de Duvenvoirde, filio (zoon) Wilhelmi Domini de Oisterhout & Elisabethe ius uxori (zijn vrouw)" ...  


Samenvattend

Op basis van beschikbare literatuur zijn de relaties van heer Jan van Boechout (alias Dnm Jan van Roechout in de Foeuda) zoals beschreven in de Sint-Truidense oorkonde uit 1355, zoveel als mogelijk geverifieerd. Alles wijst erop dat hij borggraaf Jan van Boechout was en dus behoorde tot de heren van Boechout met hun waterburcht te Meise. Het is dus zeer waarschijnlijk dat Klarissa de Myrabile (echtgenote van Jan van Boechout in 1355) en Claire de Mirabelle (echtgenote van Jean Vilain, heer van Bouchaute regio Gent) twee verschillende personen waren!



Referenties

(1) RA Hasselt. Abdij van Sint-Truiden, oorkonde 705 (1355). 

(2) Cartulaires de L'Abbaye de Saint-Trond. Charles Piot. Tome 1. Cartulaire CCCXCVI. pp 526-532 (1870, Bruxelles).

(3) Ons Voorgeslacht Jaargang 41. dr. J.C. Kort.  Lenen van de Abdij St.Truiden in het Land van Heusden 1242-1627. (1986, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie). 

(4) Histoire des Environs de Bruxelles. Alphonse Wauters. Tome 3. La Seigneure de Quaderebbe. pp 196-200 (1855, Bruxelles).

(5) Annales de la Societe L'Archelogie de Bruxelles. Tome 11. J.Th. De Raadt. La Bataille de Basweiler (22 aug. 1397), Liste des Combattants du Duc Wencelas. pp 278-301 (1897, Bruxelles).

(6) Diplomatum Belgicorum. Libi Duo. Aubertus Miraeus. Caput XCVIII. Tabula Cortenbergenses 1372. pp 418-420 (1627, Brussel).  

(7) Leenregister "Foeuda cum ferie Vassalorium Exempte et Imperialis Monasterij St. Trudonis ord: St. Benedicti. D. Mauri vander Heyden, Abbatis (1707). RA Hasselt. Toegangsnummer 717, Inventarisatienummer 674. Folio 63: De Decima de Bardewijck.

(8) De heren van Bouchout en hun Waterburcht te Meise. Constant Noppen. Genealogie pp 38. (1991, Brussel).

(9) Notitia Ecclesiarum Belgii. Aubertus Miraeus. Duvenvordij varii ecclesiis benefaciunt. pp 380-381. (1630, Antwerpen).  

***

zondag 22 januari 2012

Claire de Mirabelle, Jan van Gent alias Vilain, heer van Boekhoute ...

De resultaten van de DNA flux analyse (zie vorige blog) hebben mij toch weer aan het denken gezet omtrent de wortels van de familie. Als deze analyse blijft staan, dan zijn Italiaanse voorouders in de middeleeuwen niet uit te sluiten. Verder kwam via Louis de Bondt (Steenhuffel) de suggestie dat mogelijk de vroegste voorvader Jan van Boechout wellicht een andere Jan betreft dat tot nu is aangenomen. Tenslotte wees dhr Frans Meskens van het Kon. Hist. Genootschap op "Boekhoute" bij Assenede (regio Gent).


Dus gaan speuren waarbij de zoekfunktie van Geneanet.org wederom een prima hulpmiddel blijkt om gedigitaliseerde oude werken op te sporen. Met het bovenstaande in het achterhoofd heb ik als steekwoorden met name Mirabello, Mirabelle, Mirabel etc gebruikt. Immers Clarissa de Mirabelle wordt genoemd in oorkonde van Piot als echtgenote van Jan van Boechout bij het verkrijgen van de rechten op de tienden van Baardwijk. Van daaruit lijkt de ontwikkeling van de familie vanden Roechout in Sint-Truiden te starten. Zie voor de achtergrond mijn blogartikel van 15 januari 2010.


Welnu, alhier de resultaten van de speurtocht in de gedigitaliseerde werken:


De familie de Mirabel (Mirabello, Mirabel) wordt beschreven als afkomstig uit Noord-Italie (referentie 1). Er wordt gemeld dat de familie aan het begin van de 14de eeuw vanuit Italie naar Vlaanderen is gekomen. Er wordt gesproken over de Heren van Mirabello in de regio Pavie. Er blijkt inderdaad via Google maps een plaatsje Mirabello te vinden dat vlakbij Pavia ligt (Google maps link).  De familie wordt beschreven als zijnde handelslui en lombards. Vergelijkbare info vinden we op de website van Cees van Halem.

De eerst genoemde Mirabellos in Vlaanderen blijken Jean en Henri de Mirabelle (1309). In 1325 wordt Jean de Mirabelle ook Van Halen genoemd: Janne van Mirabel die men heit van Halen, rentmeester van Brabant. Deze Jan was blijkbaar eigendom van "du fief de Halen, pres de Malines", de heerlijkheid Halen dichtbij Mechelen. Of dit de huidige plaats Halen (regio Hasselt-Diest) betreft waar stamvader Dirk van Roucourt heeft gewoond is mij nog onduidelijk. Hij blijkt ook eigendommen in Perwijs / Perwez te hebben gehad.
Zijn kinderen zijn onder andere Simon de Mirabel en Claire de Mirabel. Simon de Mirabel breidt de eigendommen uit in Gent, Somergem, Uitendale etc. In 1326 trouwt hij met Elisabeth, onechte dochter van de graaf van Vlaanderen. Er blijkt zelft een beknopte Wikipedia pagina over deze Simon de Mirabello. We lezen dezelfde steekwoorden: koopman / bankiersfamilie en hij schijnt te zijn vermoord.
Claire de Mirabelle, de zuster van Simon, trouwde achtereenvolgens met Simon van Maelstede, Gerard van Moerseke en Jan Villain. Is deze Claire wellicht "onze" Clarissa van Mirabelle die wordt genoemd in de oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk te Sint-Truiden?

In de Annales de L'Academie d'Archeologie de Belqique T.5 wordt de genealogie van de familie Vilain uitgebreid beschreven (referentie 2). Deze familie blijkt sterk verbonden met het huis Gent en de graaf van Vlaanderen. Op pagina 83 lezen we Jan van Gent zeg Vilain (Jean de Gand, dit Vilain) die eigenaar was van een aantal heerlijkheden te Bouchout, Nieuwelant, Crubeecque en bij "Quatre Metiers" (Vier Ambachten). Hij trouwde achtereenvolgens Marie van Malstede, zijn nicht, en ze kregen een zoon Jan II en Phillippe Wolfard. Zijn tweede vrouw was Claire de Mirabelle en van haar kreeg hij een zoon Jan van Gent (Jean de Gand), genaamd.

Dus blijkbaar was er nog een Jan die een relatie had met "Bouchout". Welke Bouchout dit is, wordt me uit dit stuk niet duidelijk.

Vergelijkbare informatie vinden we in referenties 3, 4, 5 en 6 met de opmerking dat Jan van Gent in een aantal gevallen als volgt wordt genoemd: Jean Vilain, Seigneur de Boechout of Jean de Gand, dit Vilain (of Villain), Seineur de Bouchout etc zoon van Gauthier de Gand (Wouter van Gent) van wie hij de Seigneuri de Bouchout heeft geerfd. Jan Vilain  blijkt eigenaar te zijn van de heerlijkheid Sint Jansteen. Ook de hierboven genoemde info over Claire de Mirabelle wordt bevestigd. Zij wordt ook dame de Sint Jan Steene genoemd. In referentie 6 vinden we dat Gerard van Grimbergen, de tweede echtgenoot van Claire de Mirabelle, ook Moerseke wordt genoemd. Hij was ook heer van Berlegem.

De familiewapens van Vilain en de Mirabelle vinden we in het werk van Leon de Herkenrode (referentie 7).





















Het wapenschild van de familie De Mirabelle: "De geules (rood) au lion d'or (goud/geel), a la bordure dentelée d'azur (blauw), le lion armé et lampassé d'azur (blauw)" 




















Het wapenschild van de familie Vilain: "De sable (zwart) au chef d'argent (zilver), chargé d'un lambel de sable".  Er zijn meerdere varianten waaronder enkel een zwart schild en een schildhoofd van zilver (grijs) (au chef d'argent!).

(!) Ter herinnering, het wapen van de familie Rouchout uit Sint-Truiden heeft ook een zilver schildhoofd met daarin 4 merlettes (die waarschijnlijk het bastaardkarakter voorstellen): De queules (rood), a la fasce de cinq fusee d'or (goud/geel), au chef d'argent charge de quatre merlettes de sable. Dit is de eerste keer dat ik een mogelijke oorsprong constateer voor het Rouchout wapen, ten minste voor een deel. De vijf ruiten van Hamal kunnen wijzen op het feit dat de familie Rouchout vazallen waren, of wellicht was de moeder een lid van de Hamal, van Elderen familie?

Wellicht betreft het in de oorkonde van Sint-Truiden toch een andere Jan, heer van Bouchout? De Jan Vilain blijkt in ieder geval getrouwd met Clarissa de Mirabelle en wordt ook heer van Bouchout genoemd. Als dit zo is dat zijn de verwijzingen van Charles Piot, Alphonse Wouters en Constant Noppen niet juist ...

De cruciale vraag is dus welke Bouchout wordt bedoeld in relatie tot Jan Vilain, heer van Bouchout en Clarissa de Mirabelle. Als ik kijk naar de andere genoemde locaties, dan is het logischer Boekhoute bij Assenede te veronderstellen in plaats van Bouchout bij Brussel. Zie deze kaart in Google maps en deze genealogie online met verwijzingen naar "Boekhoute". Tenslotte een link naar de stamreeks van de Graven van Gent. , zoals gepubliceerd door dr. Rottier. Ook hier wordt Boekhoute (oude naam = Bouchaute) genoemd (vanaf 21). We lezen ook bij stamnummer 13 het volgende: "de Vier Ambachten (Quatre Metiers) met hun hoofdplaatsen Assenede, Boechoute, Axel en Hulst"

Gelukkig, ook bij Boekhoute is een kasteel: http://www.kasteelterleyen.nl/ . Dit is echter van latere datum (15de eeuw), maar je kunt er tenminste overnachten  :)


Referenties / bronnen via Geneanet.org

(1) Oeuvres de Froissart, publies avec des variantes des divers manuscripts par M. le baron Kervyn de Lettenhove. Tome Vingt et Unieme. Bruxelles, 1875. Pagina's 484-499: Hale

(2) Annales de L'Academie d'Acheologie de Belgique, Tome Cinquieme. Anvers, 1848.  Pagina's 80-97: Genealogie de la Noble et Ancienne Maison Van de Steen (De Jehay), dressee par le baron Leon de Herckenrode.

(3) Histoire Genealogique des Maisons de Guines, D'Ardres, De Gand et de Coucy. Par André du Chesne. Paris, 1631. Pagina's 384-389. Histoire de la maison de Gand.

(4) Supplement aux Anciennes Dictionaire Historique de Mre. Louis Moreri. Tome Premier A-H. Amsterdam, 1716. Pagina 691: Jean de Gand, dit Villain.

(5) Dictionnaire Genealogique et Heraldique Des Familles Nobles du Royaume de Belqique par Felix Victor Goethals. Tome Premier. Bruxelles, 1849. Famille "Cristyn", paginanummers onduidelijk.

(6) Annales de L'Academie d'Archeologie de Belgique, 4e Serie, Tome VIII. Anvers, 1896. Pagina's 263-264: Gerard de Grimberghe.

(7) Complement au Nobilaire des Pays-Bas en du Comte de Bourgogne Tome 3 par le baron de Herkenronde. Gand, 1862. Pagina's 27-55: Genealogie de la famille de Ponthieure de Berlaere.

***  

zaterdag 15 januari 2011

De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (1)

Op weg naar een verdere onderbouwing van de naamsverandering "van Boechout" naar "van (den) Roechout" en op zoek naar zoveel als mogelijk originele documenten. Een overzicht van de Sint-Truiden Abdij lenen van Baardwijk, Sint-Truiden en Berlingen voor en na 1400 in relatie tot de naam Boechout en Roechout (Rouchaut).


I.   BAARDWIJK (voor 1400).


(A) Leenboek Abdij van Sint-Truiden uit 1707 door Abt Mauri van der Heyden

Belangrijk is het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden dat is opgesteld door de Abt Mauri vander Heyden van de Abdij te Sint-Truiden in 1707 getiteld: Foeuda cum ferie Vassolorum St.Trudonis. Aan de kwaliteit van dit werk is getwijfeld en het is daarom van belang zoveel mogelijk onderbouwing te verkrijgen. De archivaris van het rijksarchief van Hasselt heeft mij echter verzekerd dat dit werk uit 1707 geen willekeurig genealogisch overzicht is. Het is een leenboek, een register van de leengoederen van de Abdij van Sint-Truiden en is voor die periode van notariele kwaliteit. De Abt heeft op basis van oudere versies van het leenboek van de Abdij, waar van alles was bijgeschreven, een nieuwe opgeschoonde versie gemaakt. Dergelijke leenboeken zijn belangrijk want ze beschrijven de rechten en plichten van de leenmannen. Het boek begint dan ook met Den Eedt der Leenmannen.






































(B)  Heer Jan van Roechout heette eigenlijk heer Jan van Boechout.

De veronderstelling dat er een naamsverandering heeft plaatsgevonden is gestart met de waarneming dat in het bovengenoemde leenboek in de periode 1350-1400 de naam heer Jan van Roechout (Latijn: D: Joanni de Rouchaut en Dnm Joannem de Rouchaut) twee keer voorkomt op de pagina 63 betreffende het leengoed Baardwijk (nu Waalwijk, Noord-Brabant).  Zie hieronder de scan betreffende "de tienden van Baardwijk". Twee keer klikken geeft een grote weergave.









































Volgens deze versie van het leenboek van de Abt uit 1707, krijgt D: Joanni de Rouchaut alias heer Jan van Roechout op 15 april 1358 het recht op de tienden van Baardwijk, een en ander vastgelegd voor het altaar van de Abdij van Sint-Truiden. Hij wordt dus leenman van Baardwijk. Op 19 mei 1389 draagt hij zijn leenrecht over aan Dnm van IJmerselen alias heer van Immerzeel.

Er is veel gespeurd naar heer Jan van Roechout, maar hij is tot nu toe niet gevonden. Wel is heer Jan van Boechout gevonden, die in dezelfde periode ook het leenrecht van Baardwijk kreeg. Zie bijvoorbeeld dit blogartikel over een oorkonde van de abdij van Sint-Truiden waarvan ook het origineel is achterhaald. Op basis van de vermelde familieverbanden en de vertaling in het Nederlands door dr. J.C. Kort betreft het dus heer Jan van Boechout, die leefde van 1320-1391. Zijn leven is het best beschreven door dr. Constant Noppen (Heren van Boechout pp 56- 64, 1991) een en ander voorzien met een uitgebreide literatuurlijst, waaronder Alphonse Wouters, voormalig archivaris te Brussel. Wouters schreef o.a. "Notice sur Le Chateau de Bouchout", waarin Jan van Bouchout ook wordt vermeld (In:  Messager de Sciences Historique, Prof.dr. Serrure en Dr. Blommaert eds: pp117-127, Gand, 1843).

Ridder Jan van Boechout (ca 1320 - 3 juli 1391) werd in 1362 borggraaf van Brussel, vocht tijdens de slag bij Baesweiler (1371) en Grave (1386) en reisde midden 14de eeuw naar Maastricht voor het verkrijgen van steun, samen met Wencelas, graaf van Brabant i.v.m. de slag bij Scheut. Het is bekend dat hij veel bastaardkinderen heeft gekregen.

(C)  De inventarisatie van dr. J.C. Kort en oudere versies van de leenboeken, leenregisters van de Abdij van Sint-Truiden.

Dus alles wijst er op dat de "heer Jan van Roechout" uit het leenregister van de Abdij Sint-Truiden (1707) dezelfde is als "heer Jan van Boechout" uit de literatuur. Blijkbaar moet er ergens in oudere versies van het leenboek van de Abdij aanwijzingen zijn geweest, die er toe hebben geleid om in de leenboekversie van 1707 "Rouchaut" te schrijven en geen "Bouchaut". Of die aanwijzingen er nu nog zijn is de vraag. Immers, na het overschrijven door de Abt zijn mogelijk de oude boeken weggegooid.

Bij speuren op het internet stuitte ik op het volgende: de lenen van de Abdij St. Truiden in het land van Heusden (waaronder Baardwijk) blijken reeds in 1986 geinventariseerd door dr. J.C. Kort  (Ons Voorgeslacht, 1986) en staan gepubliceerd in de Hollandse Genealogische Database (link Hogenda). Hij geeft in zijn overzicht aan dat rond 1300 het leen Baardwijk is gesplitst in 1A (twee derde) en 1B (een derde). Vanaf 1444 is er weer sprake van 1 leen.

1A (pagina 1): Twee derde van het leen is op 15 april 1355 toegewezen aan Jan, heer van Boekhout (Boechout, Bouchout), ridder, gehuwd met Klarisse de Myrabile. De bron hiervoor is de oorkonde zoals getranscribeerd door Charles Piot nr. CCCXCVI. Deze had ik reeds gevonden en staat beschreven in een vorig blogartikel.  Op pagina 2  van zijn overschrift meldt dr. Kort dat op 19 mei 1389 Jan van Immerzeel, ridder het leenrecht van heer Jan van Boekhout heeft verkregen. Deze informatie vinden we ook in het leenboek gedateerd op 1707 (zie scan hierboven), met het verschil dat de Abt heer Jan van Rouchaut heeft geschreven.

In het werk van dr. Kort staan referenties en ik heb het archief van Hasselt om het origineel gevraagd, wetende dat de nummering is veranderd. Het origineel bleek er te zijn. Zie de scans hieronder, inclusief enige digitale toevoegingen van mijzelf (rood). Aan de zijkanten van de afschriften kan ik zien dat ze uit een boek komen, waarschijnlijk een oudere versie van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden (twee keer klikken is grote weergave).












































































De exacte transcriptie zal nog even duren, maar globaal kan het document in 2 onderdelen worden ingedeeld:

(1) De groot geschreven hoofdtekst dat waarschijnlijk het leenrecht van Dominum Johannes de Bouchout beschrijft of een vervolg daarop. Het betreft blijkbaar niet alleen Baardwijk maar ook Herpt dat vlakbij ligt in Noord-Brabant (zie google kaart)

Hij was getrouwd met Domina Clarissa (de Myrabelle), pijlen 3 en 4.  De eerste naam in het document is Robert van Craenwijck, die op 24 febr. 1350 abt van de Abdij van Sint-Truiden werd. Hij overleed op 18 mei 1366 te Maastricht. (bron: Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden, deel 2, pp 189-212. Dr. E. Lavigne, 1988, Leeuwarden).

(2) De kleinere toevoegingen in de kantlijn en onderaan op pagina 2. Dit zijn wijzigingen van het leenrecht en toevoegingen aan het hoofddocument. Onderaan pagina 2 is de datum 19 mei 1389 te herkennen en de naam van IJmerselen. Dit stukje beschrijft waarschijnlijk de overdracht van Jan van Boechout naar Jan van Immerzeel. Ook zijn andere namen te herkennen zoals Zevenbergen en de Wit en deze namen lezen we ook in het nette leenboek versie 1707: de opvolgende leenmannen van Baardwijk.

Dus blijkbaar zijn er nog wel oudere versies van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden bewaard gebleven! In ieder geval zie ik op deze pagina geen aanwijzingen dat de naam veranderd is van Boechout naar Roechout (Latijn: Rouchaut). Maar de vergelijking van een oudere versie van het leenboek met de versie 1707, toont nog eens duidelijk aan dat het inderdaad Jan van Boechout was die het leenrecht van Baardwijk kreeg. Dit is zo duidelijk opgeschreven, dat de Abt in 1707 een sterke reden moet hebben gehad om D: Joanni de Rouchaut op te schrijven in plaats van D: Joanni de Bouchaut. Dat moet hij dus ergens anders vandaan gehaald hebben .....



II.   SINT-TRUIDEN (voor 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden uit 1707 (de opgeschoonde versie), komt Joannes de Rouchaut een keer voorkomt op de pagina betreffende een leengoed (huis) in de Plankstraat te Sint-Truiden. Samen met Joannes Schoerman was hij in 1372 uitvoerder van het testament van heer Joris van Brune (?).  Zie hieronder de scan.


Wat opvalt is dat het voorvoegsel Dominum bij Joannes de Rouchaut niet wordt gebruikt. Is dit een andere persoon dan zoals vermeld bij het leen Baardwijk? Als we de aanname doen dat bij het leen Baardwijk het gaat over ridder Jan van Boechout, dan was hij waarschijnlijk in 1372 niet in Sint-Truiden. Constant Noppen schrijft namelijk in zijn werk dat ridder Jan van Boechout na de slag bij Basweiler (22 augustus 1371) gevangen is genomen en opgesloten in het kasteel van Nideggen aan de Roer en daar heeft hij circa 2 jaar gezeten. 



Is bovengenomende Joannes Rouchaut een bastaardzoon van ridder Jan van Boechout en dus de eerste Sint-Truidense Roechout generatie?  We weten natuurlijk niet wanneer de naam veranderd is, bijvoorbeeld na het overlijden in 1391 van ridder Jan van Boechout. De kans is dus aanwezig dat in de oorspronkelijke oorkonden/registers Johannes de Rouchaut  de achternaam Boechout nog heeft.

In deel 2 van het werk van Charles Piot vinden we een aanwijzing (oorkonde CCCCLI). In 1370 worden 175 met naam genoemde inwoners van Sint-Truiden door proost Georges d'Arscheit (Keulen) geexcommuniceerd t.g.v. rebellie en heiligschennis. Het betreft lijkt me een groot gedeelte van de 'bourgois' van Sint-Truiden. Onder de namen vinden we drie keer de naam Boechout: Johannem Boechout, Egidium Boechout en Willelmum Boechout (zie scans hieronder). De naam Roechout komt in dit overzicht niet voor. De genoemde Johannem Boechout kan dus dezelfde zijn als Johannes de Rouchaut uit het leenregister versie 1707. 




Wellicht zijn er toch nog oorspronkelijke versies van het leenboek Sint-Truiden voor 1400 bewaard gebleven, net als voor Baardwijk? Dat is een mooi doel voor een volgend bezoek aan het archief van Hasselt.

Overigens komt de naam Guilhelmus de Bauchaut (Willem Boechout?) wel een keer voor in het leenboek versie 1707. Het betreft een vermelding die verwijst naar 14 november 1360 in verband met een ander leengoed van 5 zillen landbouwgrond in de omgeving van Sint-Truiden. Zie de scan hieronder. Het betreft Guvelingen, iets ten noorden van Sint-Truiden. Vanaf eind 1400 vinden we daar ook de naam vanden Rouchaut in het leenboek versie 1707 in relatie tot leengoederen in Guvelingen. Zie hier een geografisch overzicht.






















III. BERLINGEN EN ULBEEK (na 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden versie 1707, vinden we de naam Rouchaut na 1400 meermaals terug. Het eerst op 9 april 1434 waar wordt geschreven dat Robertus vanden Rouchaut trouwt met de dochter van Abraham de Luteo. Het betreft het leengoed Berlingen, zie ook deze blog. Op 17 maart 1450 is Robertus blijkbaar overleden want zijn broer Waltherium (Wouter) vanden Rouchaut wordt voogd van de weduwe Mechtildis de Luteo. Op 15 december 1472 overlijdt Waltherium waarbij het voogdijschap overgaat naar Eustachius Wijnrix. In 1480 en 1498 wordt Robertus van den Rouchaut junior genoemd.








Opvallend is dus dat het tussenvoegsel "de" na 1400 is vervangen door "vanden". De naam Rouchaut vinden we na 1460 ook terug in andere onderdelen van het leenboek 1707. Belangrijker is dat de naam "vanden Roechout" in de regio Sint-Truiden na 1400 ook in andere oorkonden gaat voorkomen.

Het betreft o.a. een oorkonde uit 1427 omtrent het verpachten van land nabij Ulbeek. Deze plaats hoort nu bij de gemeente Wellen en ligt vlakbij Berlingen, het leengoed van de Abdij van Sint-Truiden dat hierboven is beschreven (google kaart).



Samenvatting van de transcriptie door J. Grauwels, adjunct-conservator archief Hasselt (Regestenlijst der Oorkonden van de Landkommanderij Oudenbiezen en Onderhorige Kommanderijen, Brussel 1966).

30 september 1427: De schout en schepen van Ulbeek oorkonden dat Robert van den Roechut, schepen van Sint/Truiden, aan zijn zwager Machiel Sgroits uit Sint-Truiden voor anderhalve mud rogge per jaar verpacht heeft een bunder land, gelegen op de berg, naast de erven van Johan vanden Roechut, Geert Prijns en Herman Vriesen, en dat Johan van de Rochout aan zijn zwager M- Sgroits voor 9 jaar tegen 2,5 mud rogge per jaar verpacht heeft 28 grote en 7,5 kleine roeden land aldaar gelegen.  

En voor de volledigheid ook de achterkant van de bovengenoemde oorkonde, waarop een samenvatting staat:


Eerder in 1426 vinden we een oorkonde waaruit blijkt dat Robert, Johan en Wouter van den Roeckoute broers zijn. Dit komt dus overeen met de informatie in het leenboek bij het leengoed Berlingen  (zie hierboven).


Samenvatting transcriptie (J.Grauwels, 1966)

24 mei 1426. De meier en de laten van het Proosthof te Sint Truiden oorkonden dat Robert van den Roeckoute, schepen van Sint Truiden, aan zijn schoonbroer Michel Sgroits heeft overgedragen een erfcijns van 2 gulden, de helft van een cijns van 4 gulden op een huis, gelegen in de Koestraat, bij de erven van zijn broeders Johan en Wouter vanden Roeckoute.

De Koestraat in Sint-Truiden heet nu de Schepen Dejonghstraat. Het zegel van Robert is bewaard gebleven en toont vijf ruiten (Hamal) met daarboven 2 merlettes. Dit zegel is kenmerkend voor de familie vanden Rouchout en kan met kleine variaties (4 of 5 merlettes) tot ver in de zestiende eeuw worden teruggevonden.   


Boven: zegel Robert van den Roeckoute uit 1426, schepen te Sint-Truiden. 
Onder: zegel Robert vanden Rouchout uit 1473, schepen te Sint-Truiden. Een (klein)zoon?
Zie ook het blogartikel over de zegels.




De eerste vermelding van de naam Vanden Roechout stamt uit 1400. Het betreft Henrick vanden Roechout optredend in naam van het begijnhof van Sint-Truiden, aangaande een jaarlijkse rente van 3 vat erwten op 3 zillen land. (Aan het eind van de 7de regel van boven staat: .. Henrick en aan het begin van de 8ste regel van boven: vanden Roechout in naam des begijnhofs van Sint Agnieten  .. )





***



dinsdag 21 december 2010

Familie van (den) Roechout uit Sint-Truiden: aanvullende info.

Al speurend naar de wortels van de Nederlandse familie Recourt (en varianten) en de Vlaamse familie Roucourt, wederom enige aanvullende informatie gevonden. Het betreft de Nederlandse vertaling van de belangrijke oorkonde getranscribeerd door Piot omtrenten de tienden van Baardwijk. Deze oorkonde (en verwante oorkondes), blijken in het verleden al vertaald naar het Nederlands door dr. J.C. Kort, zoals vermeld op de website "Hollandse Genealogische Databank"

http://www.hogenda.nl/Docs/portal.aspx


De belangrijkste onderdelen zijn hierna als figuur ingevoegd. Het betreft met name de vertaling van de Piot oorkonde uit 1355 omtrent Jan van Boekhout:







































Zie ook de blog van 16 maart 2010: http://rouchout.blogspot.com/2010_03_01_archive.html

en deze van 20 februari 2010: http://rouchout.blogspot.com/2010/02/verder-puzzelen-met-de-naam-bouchout-en.html


Het is nu wel duidelijk dat het Jan van Boechout betreft, burggraaf van Brussel (1320-1391), die veel bastaardkinderen had en zeer waarschijnlijk ook in Sint-Truiden.


De informatie van dr. J.C. Kort (gepubliceerd in "Ons Voorgeslacht" jrg 41 (1986) komt sterk overeen met de samenvatting van abt Mauri van der Heyden (leenregister Abdij Sint-Truiden, 1707), reeds eerder in deze blog weergegeven, maar voor de volledigheid hieronder toegevoegd:



Er is 1 groot verschil. In de oorspronkelijke oorkondes wordt "Jan van Boechout" genoemd. In het werk van Mauri van der Heyden wordt "Jan van Roechout" (de Rouchaut = Latijn) genoemd. De veronderstelling is dus dat de Abt wist van de naamsverandering want later komt de naam Roechout (Rouchaut) veel voor in het Leenregister van Sint-Truiden en de afstamming moet natuurlijk wel kloppen ....

***

maandag 18 oktober 2010

Op weg naar een publicatie: van Roechout naar Boechout

Wordt tijd om wat feedback te krijgen omtrent mijn hypothese Van Roechout naar Boechout. Dus maar eens voorgelegd aan een lokale genealogie afdeling. Oef, veel weerstand van de Belgische Beroepsgenealoog ... maar niets waar ik niet mee kan omgaan: ieder feedback ervaar ik als positief en helpt om een stapje dichterbij de oplossing van de puzzel te komen. En vergeet vooral niet de meest recente toevoeging helemaal onderaan te lezen (13 en 14 januari 2011). Uitgangspunt bij onderstaande correspondentie was dus een A4 met de hoofdpunten van de hypothese waarop is geantwoord.

Email: 16 augustus 2010

Antwoord: "Ik denk dat de heraldiek van de familie vd.R. veelzeggend is (en de sleutel voor de opheldering van dit probleem). Er is hoegenaamd geen gelijkenis met het wapen van de familie van Bouchout (uit West-Brabant). Wél is er gelijkenis met het wapen van een àndere familie v.B., zoals De Raadt het aangeeft. Maar, zou De Raadt zich hier niet vergist hebben? Mogelijk staat er op dat bewuste zegel gewoon een R ipv B. Ik denk dat de hypothese precies met die ene vermelding staat of valt. Afin, om het kort samen te vatten: ik denk dat er in de analyses van De Raadt & Piot en andere bronnenpublicaties regelmatig per vergissing een R voor een B genomen wordt, gewoon omdat de Van Bouchout's bekender zijn. Alleen als de originele documenten bekeken worden, kan je zeker zijn. Zolang dàt niet is gebeurd met elk cruciaal document, zou ik dergelijk artikel niet publiceren. De fout in de hypothese kan zich immers domweg in een verkeerde lezing (van een ander) zitten."


Mijn reactie: Goed punt en ik ben opzoek gegaan naar de bronnen. De oorkonde van de Abdij van Sint Truiden getranscribeerd door Charles Piot lijkt me op dit moment de belangrijkste en deze wordt bewaard in het archief van Hasselt. Duidelijk staat daar Bucout dus een B en geen R. Of te wel Piot heeft de R niet voor een B aangenomen zoals hierboven werd gepostuleerd. Ook de familieverbanden die worden genoemd in de oorkonde kloppen met Jan van Bouchout alias Boechout (1320-1391), borggraaf van Brussel. Dus Piot heeft geen fouten gemaakt omdat de familie Bouchout bekender is.










Email 15 oktober 2010

Antwoord: “De beroepsgenealoog is ervan overtuigd dat het inderdaad over Jan van Bouchout gaat in deze akte, zoals in de transcriptie van 1854, maar dat de andere tekst (vd Heyden uit 1707) een leesfout bevat met een R in de plaats van de B. Er is dus geen verband aangetoond tussen de beide families”.


Mijn reactie: Het ging in eerste instantie toch om de mogelijke fout in de transcriptie van Charles Piot? Nu zit Abt Mauri van der Heyden in het “beklaagdenbankje”. Drie keer een leesfout door Abt Mauri van der Heyden bij het opstellen van zijn leenregister??? Maar in ieder geval zijn we het over eens dat Jan van Boechout/Bouchout betrokken was bij de leenrechten van Baardwijk (nu Waalwijk Noord-Brabant, Nederland).

“Buiten het feit dat het origineel een B bevat, had ik zelf ook al de bemerking gemaakt dat het feit dat in de originele akte die je hebt gevonden, "Dns Johannes de bucout" (Jan van Boechout) is vermeld niet volstaat om aan te tonen dat hij deze persoon in de streek van Sint-Truiden verbleef of er goederen bezat”.


Mijn reactie: Daar kan ik het mee vinden. Maar in de kroniek van de Abdij van Sint Truiden staat dat Jan van Boechout/Bouchout voor het altaar van de Abdij het recht van tienden op Baardwijk ontving. Hij is dus minimaal 1 keer in Sint-Truiden geweest. Waarschijnlijk vaker, want hij komt minimaal 3 keer voor in het leenregister van Sint-Truiden en niet enkel in het onderdeel Baardwijk (zie hieronder). Verder is bekend dat hij wel degelijk door Limburg heeft gereisd na de Slag bij Scheut, tesamen met Johanna van Brabant naar Maastricht.



Antwoord: “Want in deze akte staat ook nog tweemaal "Henricus de Quaderebbe" of Hendrik van Kwerps (nu gemeente Kortenberg, tussen Leuven en Brussel), een voornaam edelman, die Kwerps verliet om in Leuven te komen wonen en functies bekleedde in Brabant, en ook "Johannes de Pollancy" als heer van Breda (ook Brabant) komt er in voor (1ste regel). De abdij van Sint-Truiden had zeker goederen in het hertogdom Brabant en dus is het niet abnormaal dat een Brabantse edelman als Jan van Boechout in een leen boek van de abdij voorkwam. Daaruit kan je dus niet afleiden dat die familie in Limburg heeft verbleven of iets te maken had met de schepenen van Roechout in Sint-Truiden”


Mijn reactie: akkoord en prima, met de opmerking dat in die periode de Abdij van Sint-Truiden werd behandeld alsof het een onderdeel van het Hertogdom van Brabant was (oorkonde Abdij Sint Truiden, 1377: “gelije of sij binnen Brabant gheseten waren” ). Dus een contact tussen de Abdij van Sint-Truiden en het Hertogdom Brabant was in die tijd zeer aannemelijk. Ik verwijs in deze ook naar het werk van Constant Noppen (Heren van Bouchout, 1991). PS: Hendrik van Quaderibbe vocht net als Jan van Boechout tijdens de slag bij Baesweiler.

Antwoord: “Hoe langer ik er over nadenk, hoe logischer het lijkt. Die man is in een 17de-eeuwse valstrik getrapt. Knap natuurlijk dat hij die transcriptie gevonden heeft, maar in feite levert hij zélf het bewijs dat het een vals spoor is, dankzij het bewaarde origineel.

Mijn reactie: het was eerst een 19de eeuwse valsstrik (Charles Piot) en nu een 17de eeuwse valstrik (Abt Mauri van der Heyden, overigens is het een vroege 18de eeuwse valstrik ) :)


Antwoord: “Hij moet zijn vondsten alleen nog maar juist interpreteren."Om kort te gaan : er is geen reden om dit artikel te publiceren indien het alleen maar gaat over een Bouchout-Rouchout hypothese, want dàt is een totale kwakkel. Ik heb eigenlijk veel sympathie voor zijn onderzoek want hij toont dat hij een gedreven zoeker is én een knappe website in elkaar kan steken”.

Mijn reactie: ik ken de uitdrukking "totale kwakkel" niet, maar klink niet erg positief... , maar na uitleg van deze uitdrukking blijkt het dwaalspoor te betekenen. Nou daar ben ik het niet mee eens, want ik heb nog geen argumenten gelezen die de hypothese omgooien.

Antwoord: De publicatie van je artikel zoals het nu is, kan moeilijk aangezien in de huidige tekst staat dat in de akte "van Roechout" staat terwijl je nu zelf hebt aangetoond dat dit niet juist is en dat er in de originele akte "van bucout", dus "van Bouchout" staat. Van Roechout staat dus niet in dat Sint-Truidense leenregister. Vermoedelijk moet je de hypothese van het verband met de Brabantse familie laten vallen, tenzij je toch nog iets anders kan vinden om die hypothese te staven.


Mijn reactie: er zit ergens een vreemd aspect in, daar ben ik het mee eens . Echter in de email van 16 augustus 2010 werd o.a. de transcriptie van Charles Piot in twijfel werd getrokken omdat hij een R voor een B heeft aangezien. Nadat deze door mij is geverifieerd als zijnde authentiek werd het leenregister van Abt Mauri van der Heyden in twijfel getroffen en hij zou een B voor een R hebben aangezien .. (de 17de eeuwse valstrik). De Abt moet wel erg bijziend zijn geweest om de B voor een R te hebben aangezien.


Verder:


(1) In het leenregister van Abt Mauri van der Heyden komt Johannes/Jan van Rouchout drie keer voor.

(a) 1 keer in relatie tot de tienden van Baardwijk: 1358, 15 april. De tienden (belasting) van Bardewijck (nu Waalwijk) orden door de leenheer toegekend aan heer Joannes van Rouchaut; is uitgevoerd bij het klooster voor het altaar van Sint Truiden en vastgelegd door klerk v.h. klooster Sint Truiden.

(b) 1 keer in relatie tot de overdracht van het leenrecht van Jan van Boechout aan ridder van Immerseel: 19 mei 1389 (uit tienden van Bardewijck)

















(c) En 1 keer in verband met het uitvoeren van een testament te Sint Truiden: 1372: Joannes van Rouchaut en Joannes Schoerman zijn uitvoerders van het testament van heer Joris van Brunsum (leenregisteronderdeel: De Stad Sint-Truiden).






(NB: in het leenregister wordt in 1360 ook Guilhelmus de Bauchaut genoemd.)







Onze Abt van de Abdij van Sint-Truiden heeft dus blijkbaar 3 keer een fout gemaakt??? Ik kan het niet uitsluiten, maar ik vind het op dit moment logischer te veronderstellen dat Abt wel wist van de familieverbanden en daarom Jan van Boechout bewust Roechout heeft genoemd. Immers de familie van (den) Roechout komt vaak voor in het leenregister van Sint-Truiden en het verhaal moet natuurlijk wel kloppen want er was destijds een sterke relatie tussen familierelaties en lenen. De Abt heeft dus alle oorkonden inclusief de familierelaties samengevat in het lijvige leenregister.

De Abt was dus geen genealoog uit het begin van de 18de eeuw, want ik begrijp uit vervolgcorrespondentie dat dit werd verondersteld (er waren blijkbaar nogal wat aantal kwanselaars in die periode). De Abt heeft mijns inziens naar eer en geweten het leenboek samengesteld. Zie hier een deel van zijn werk. Er staat wel van alles bijgeschreven, maar geeft een goede indruk en is door mij persoonlijk gecontroleerd en nieuwe afschriften van relevante delen zijn in mijn bezit.

(2) Voor 1400 komt de naam Roechout niet voor in Sint-Truiden, wel Boechout (1370, de kerkban oorkonde, deel scan origineel hieronder).












De naam Boechout is in Sint-Truiden na 1400 niet meer terug te vinden. Robert van Roechout was schepen van de stad rond 1420 en zo'n functie krijg je niet zomaar en was gekoppeld aan families. Verder waren de broers aan het kibbelen over de erfenisverdeling te Sint-Truiden van hun ouders, waarvan ieder spoor voor 1400 ontbreekt. De veronderstelde stamvader Jan van Boechout is in 1391 overleden.


Dus, tot nu toe lees ik geen argumenten om de hypothese te laten vallen.

Meer onderbouwing is gewenst en ik zal me daarvoor op het archief van Hasselt richten en de regionale VVF vereniging De Rode Leeuw omdat het antwoord waarschijnlijk in Belgisch Limburg ligt.



toevoeging 13 januari 2011: het leenboek van de Abdij Sint-Truiden


Vandaag gesproken met de archivaris van het Rijksarchief van Hasselt, dhr Rombout Nijssen. Hij gaf aan dat het leenregister van de Abt Mauri van der Heyden uit 1707 kan worden vergeleken met hedendaags notarieel overzicht. In die tijd worden door het leenhof Abdij van Sint-Truiden de overdracht van goederen/eigendommen etc schriftelijk bijgehouden. Door de jaren heen waren daar natuurlijk veel veranderingen en werd een en ander doorgestreept etc. De Abt heeft zegt maar het notarieele leenregister netjes opnieuw weergegeven. Het is dus een offcieel register.


toevoeging 14 januari 2011: Jan van Immerseel volgt Jan van Boechout op als leenman.


Vandaag krijg ik van het archief Hasselt een oorkonde van de Abdij Sint-Truiden uit 1389. Ik was hier op gekomen omdat dr. J.C. Kort in zijn overzicht getiteld: "Lenen van de Abdij van Sint-Truiden in het Land van Heusden, 1242-1627" op pagina 2 verwijst naar een pagina in het register betreffende het leengoed Baardwijk met de volgende beschrijving:

19-5-1389. Jan van Immerzeel, ridder, bij overdracht door heer Jan van Boekhout.

Zie hieronder de scan (als je 2 keer klikt wordt deze groot).







































































En nu een lijstje van de aangegeven namen bij de pijlen:


(1) Robert van Craenwijck.  Hij werd op 24 febr. 1350  abt van de Abdij van Sint-Truiden. Hij overleed op 18 mei 1366 te Maastricht. Bron: Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden, deel 2, pp 189-212. Dr. E. Lavigne (1988, Leeuwarden).
(2) Dominum Johannes de Boechout, militis. Heer Jan van Boechout (1320-1391).
(3) Domina Clarissa (van Mirabelle) vrouw van
(4) eerder genoemde Dominum Joannes.  Ook deze info zijn we eerder tegengekomen.


En hierna de eerste transcriptiepogingen, tenminste de groot geschreven hoofdtekst.


----------------------------------------------
----------------------------------------------

De Feuda JN Baerdwijck et Herpt  (kaartje helemaal beneden)

De duabus partibus decima de Bardwijck. Eum em hor feudo fuissor anni pluribus litigatum tande dur Robertus de Craenwijck abbas pre memori monasterij St. Trudo Comunicatus vasallus sui et omibus qui sua crecurur Trezessi Tebite ritertur seruatisser uidurije et polempuitatibus at hor debitis et romstutir xumu ep vasallis suic monuir viteluret robinum coe.. qui cum comcarti sequiter xxx6 (36) et plurum vasallos prapruitati tuirts partum tert dictum Dnm Johannes de Boechout militi ad indicatur.

Anno a natinitate dominum 1000 III (3 honderd) LX (60) memsur aprilus dui x6 (16) jut in trum susez hor romserus sigilis prefati dominum abbatus et plurum vasalorum sigillatis lurid romtuur et non multo post tpe Domina Clarissa uxor dicti Dnm Joannes ad Monasterum Sinti Trudonis personaluter vemenir et ante altari beati trudone serppum efferens ancilla drim errtu es effecta surut unxu tenorem tramzy per puot dram tecnua U feuda concella fuer jarc tembatuz.

-----------------------------------
-----------------------------------

In de kantlijnen van het hoofddocument staat van alles bijgeschreven. Dit is dus van latere datum. De naam heer Jan van IJmerselen (Immerseel) op de eerste pagina is dus al geidentificeerd. Als je links verder naar beneden gaat kom je in de kantlijn ook de naam Zevenberg en de Wit tegen, ook op de tweede pagina (moeilijk leesbaar). En daar vind je ook de wijziging van 19 mei 1389 betreffende de overdracht naar Jan van Immerseel.

Blijkbaar heeft Abt Mauri van der Heyden onder andere deze oude registers als bron gebruikt, want deze namen (IJmerselen, Zevenbergh, de Wit) komen we ook tegen in zijn overzicht uit 1707 op pagina 63 dat over de tienden van Baardwijk gaat. Zie hieronder een scan van de betreffende pagina. Maar het grote verschil is nog steeds "Johannes de Boechout" versus "Johannes de Rouchaut".  Die naamverandering moet hij ergens anders uit voorlopende leenregisters hebben gehaald.






































Kaartje van Herpt en Baardwijk (nu deel van Waalwijk), provincie Noord-Brabant (NL).


Grotere kaart weergeven


//

maandag 27 september 2010

Nieuw ontwerp familiewapen

We gaan natuurlijk voor de registratie van een wapenschild dat de oude historie van de Vlaamse familie Roucourt en de Nederlandse familie Recourt en varianten weerspiegelt. (zodat we niet meer vergeten waar we vandaan komen, want daar is al vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw onderzoek naar gedaan!)  In een eerste poging heb ik een combi gemaakt van de Roechout en het Boechout wapens. Het advies van de Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Heraldiek was daar niet positief over. Eigenlijk hebben ze wel gelijk want het was erg druk de combi van de Hamal ruiten en het kruis van Boechout plus de merlettes (vogels).

Dus na een paar voorontwerpen tot een nieuw concept wapenschild gekomen:





















en bij deze de uitleg:

De vogels (merlettes): de voorouders van de familie Roucourt en Recourt heetten Roechout (Roek-hout). In het wapen zijn soms 3 en dan 4 vogels te herkennen. Zie hieronder. Een vogel of "merlette" verwijst in ons geval waarschijnlijk naar het feit dat er voor de afstammelingen geen recht meer was op de oorspronkelijke familie erven: de familie "van Boechout" uit Meise.





















Rond 1420 staan er 2 merlettes boven de vijf ruiten:











Het rode gelijkbenige kruis: Verwijst naar het wapenschild van de familie "van Boechout".  Even ter herinnering: alles wijst er naar dat we afstammen van een zoon van Jan van Boechout die uit Meise bij Brussel kwam. Jan van Boechout was kleinzoon van Daniel van Boechout en zijn wapenschild is terug te vinden op de Erekoer van Kasteel Bouchout. Het wapen staat ook op de voorkant van het boek van Constant Noppen:



De gele achtergrond en de kraai aan de linkerzijde: de familie "van Boechout" stamt af van de familie  "van Craaynem", "van Kraainem" en nog meer varianten. Het wapenschild was een rood kruis op een gele achtergrond. Echter, somige familieleden hadden een variant met een merlette/vogel (kraai) in het eerste kwartier, ook bij Daniel van Bouchout (Boechout) is een dergelijke variant aangetroffen. 

    
De schrijver van "De Grimbergse Oorlog" geeft aan Crainhem het volgende wapenschild: "van gouden met eenen cruce daerin van kelen (rood), een craye in den quartier van sabel (zwart) sele was zijn banier" (zie vers 3790 tot 3815)


 

Bij het wapen van Arnout van Craynhem lijkt het niet erg op een kraai, maar goed.  Dus samenvattend nog even de rationale van het ontwerp.



Het rode kruis verwijst naar de familie van Boechout (Bouchout). De vogels verwijzen naar het bastaard karakter van onze familie. Er is gekozen voor een kraai in het eerste linkerkwartier omdat de familie eerst "van Kraai-nem" heette en deze ook een kraai op het wapenschild hadden. De kraai kijkt naar het rode kruis, de nakomelingen "van Boechout". In het tweede rechterkwartier staat een roek als verwijzing naar de familie "van Roec-hout", die kijkt naar zijn voorvader Jan van Boechout. De gele achtergrond verwijst naar "van Kraainem", maar is ook nog een kleine verwijzing naar de gele ruiten van Hamal (vazallen).

De Kraai en Roek horen trouwens tot dezelfde vogelfamilie. (een duif had ook gepast want toen ik vroeger mijn naam zei: "Rekoer", begonnen de omstanders soms te "koeren" ..:) )
     

 


En nu nog alles goed onderbouwen en indienen bij de Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Heraldiek voor de registratie.  Tja, dat zal nog wel even duren vrees ik wat er zijn nog een paar "witte vlekken"..................