Posts tonen met het label Abdij Sint-Truiden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Abdij Sint-Truiden. Alle posts tonen

vrijdag 23 maart 2012

De Foeuda van de Abdij Sint-Truiden ontrafeld.

(Toevoegingen 16 april)

Bij de zoektocht naar de aansluiting van de familie van Roucourt uit Halen, Leuven, Diest met de familie vanden Rouchout (Roechout) uit Sint-Truiden, blijkt de Foeuda van de Abdij van Sint-Truiden een belangrijke sleutel te zijn. Dit werk, geschreven door Abt Maurus van der Heijden in 1707, is een samenvatting van een groot aantal leenregisters en gichten van de Abdij uit de 14de - 18de eeuw. Het werk is voorzien van een mooie handgeschilderde omslag (ref 1).

























De Foeuda beschrijft de overdracht van de leengoederen (landbouwgronden, huizen etc) van generatie op generatie. Tijdens deze gebeurtenissen werd de eed aan de leenheer uitgesproken. Dit noemde men het leenverhef ofwel releveren (reliveren). Lees ook de Genwiki Limburg (ref 2).








































De zeer waarschijnlijke voorouders van stamvader Dirk van Roucourt uit Halen worden meermaals genoemd in de Foeuda van de Abdij van Sint-Truiden. Zij waren leenmannen (en ook vrouwen komen voor) van lenen bij Guvelingen (gehucht bij Sint-Truiden), Berlingen (Ingelingen), Kozen en in de stad Sint-Truiden (St. Jans). De Abt heeft een groot aantal voorgaande leenregisters geinventariseerd en beschreven in zijn werk van 1707. Volgens de archivaris van het RA Hasselt is de Foeuda van notariële kwaliteit en kan als primaire referentie worden beschouwd.

Voor het genealogisch onderzoek naar de familie vanden Rouchout, blijkt de Foeuda een belangrijke bron. Immers de lenen werden van generatie naar generatie overgedragen, dus familieverbanden worden snel duidelijk. Echter, wel met een moeilijkheidsgraad: de teksten zijn in het Middeleeuws Latijn en dat vergt dus puzzelwerk en geduld voordat de betekenis van de teksten is ontrafeld.

Zeer relevant blijkt het leen bij Guvelingen. De beschrijving komt namelijk zeer dichtbij de mogelijk directe voorouders van stamvader Dirk van Roucourt uit Halen. Ter illustratie van het belang van leenboeken wordt daarom de folio Guvelingen (507) meer in detail behandeld.

Foeuda Guvelingen 







































De kop van de folio beschrijft het leen en de tekst van de Abt luidt alsvolgt:

De Uno Bonuaro et 15 Virgatis magnis ex tribus uim dimidio Bonuarijs terra arabilis jacenta in una petia apud Guvelingen prope mansionem de Spernai Wariscapijs intermedij juxta viam tendentem versus Molendinum inter terras Gerardi de Alken et Tilmanni Roecaert et Wilhelmi Barbiton Joris.

vertaling:

"Betreft 1 bunder en 15 grote roeden land behalve 3,5 bunder landbouwgrond liggend aan een deel bij Guvelingen dichtbij het huis van Spernai Wariscapijs aan de weg naar de Molen tussen de landerijen van Gerard van Alken, Tilman Roecaert en Wilhelm Barbiton Joris"

Het leen betreft dus land bij Guvelingen in de nabijheid van het huis van Spernai. Opvallend is dat Tilmanni Roecaert wordt genoemd als één van de buren van dit leen. De naam Tilmanni is zeldzaam en Tilmannus Roucourt (1631-1684) is zoon van stamvader van Dirk van Roucourt. De naam Tilman in onze familie is zeer waarschijnlijk afkomstig van Tilman Stas (Herk-de-Stad), de vader van de eerste vrouw van stamvader Dirk: Anna Stas. Verder wordt er expliciet beschreven dat 3,5 bunder landbouwground van dit leen is uitgesloten. Tenslotte wordt de naam Spernai genoemd. We vinden deze naam ook terug in een historisch werk, waarin de familie Spernay wordt beschreven met bezittingen te Guvelingen (ref 3).


























Na de beschrijving van het Guvelingen leen in de kop van folio 507, volgt een chronologisch overzicht van de respectievelijke leenmannen. Van 1503 tot 1596 wordt de familie vanden Roechout genoemd:


(1) 1503 28 Septembris Robertus Rouchaut maritis Margaretha Vos relevauit EG 205 ED 192

vertaling:

"28-9-1503 Robert Roechout trouwt met Margareta Vos en leenverhef"

Alhoewel dit zinnetje snel is opgeschreven, heeft het woord "relavauit" en varianten daarvan me lang bezig gehouden. Totdat ik realiseerde dat het werkwoord "releveren" slaat op de overdracht van het leen naar een volgende generatie, danwel naar een nieuwe eigenaar. De beschrijving van de Genwiki Limburg heeft daar veel bij geholpen! Het leen Guvelingen is dus door huwelijk met de familie Vos in de familie vanden Roechout gekomen.

(2) 1540 25 Octobris Aert vanden Rouchaut naer ovel sijnder auders relevauit ED 192

OK Abt, een stukje middelnederlands ertussen:

25-10-1540: Aert (Arnold) vanden Roechout leenverhef na het overlijden van zijn ouders. Aert was dus blijkbaar de erfgename zoon van Robert en Margaretha Vos.


(3) 1574 22 Nouembris Rta Arnoldi vanden Rouchaut posui in morniburium Emilium filium suim ED 192.  Dns Joannes vanden Rouchaut canonicus collegiata Ecclesia Beatae Maria Virginis Trudonis post obitum praefati Arnoldi suo es cosaeredum nomine relevauit ED 192 extra folio (v)

vertaling:
 
22-11-1574:  Rechter Arnold vanden Roechout, onder voogdij, opgevolgd door zijn zoon Emilium. Heer Joannes vanden Roechout, Kannunik van de OLV kerk te Sint-Truiden, leenverhef overdracht na het overlijden van zijn kozijn Arnold. (kozijn = achterneef)

Bovenstaande vertaling nog met enig voorbehoud, maar waarschijnlijk was Emilium bij het overlijden van zijn vader nog erg jong en is zijn verwant Joannes tijdelijk leenman geweest. Voor de naam Emilium worden varianten gebruikt zoals Amelis, Amelium, Ameil, Emilie, maar alles wijst erop dat het dezelfde persoon betreft. Rechter Arnold vinden we ook in andere archiefstukken, inclusief zijn Rouchout zegel (vijf ruiten van Hamal met daarboven vier merlettes).

(4) 1596 22 Novembris Wilhelmus Minsen titulo emptionis erga proles Emilij van den Rouchaut de nuevietate 3,5 bonuariorum juuestitur EE 212 en FF 81


vertaling:

22-11-1596 Wilhelmus Minsen koopt de titel tegenover/jegens nakomelingen van Emilij van den Roechout waarvan 3,5 bunder (landbouwgrond) opnieuw rechtmatig vastgelegd.

Dit is de laatste verwijzing van de familie vanden Roechout bij het leen Guvelingen. De vraag is natuurlijk wie de nakomelingen zijn van Emilij van den Roechout? Dat staat er helaas niet bij. De Abt geeft wel bij elke beschrijving één of meerdere referenties en in dit geval EE 212 en FF 81. Met behulp van de inventaris opgesteld door Michel van der Eycken in 1985 (ref 4) konden de originele werken worden achterhaald: Leenboek 1603 en de Gichten 1612. En deze werken blijken ook aanwezig in het RA Hasselt.

Leenboek Abdij van Sint-Truiden (1596)








een eerste transcriptie: 
 
Anno 1596. Novembris 22 . Wilhelmus Minssen emit ptacfa duo bonuaria terre a Rendro, Roberto et Amelis van Rochout filys Amely van Rochout pretio et aditconibus per Bollis in suo protocollis egerissit smiags de ijl prefatit Mynssen Amstiturs et fidelitatis iuramichtuun prijsfitit put moris Puntibus m.Godefrido Jthrio Lornetemlete, M Johannes Putzijns Nicolas Bollis, Roberto van Jouck et alijs Vassallis.

Wat in ieder geval uit de tekst blijkt is dat Willem Minssen, op 22 november 1596, 2 bunder land  (duo bonauria terre) koopt (emit) van Rendro (Render, Renier), Robert en Amelis van Rochout, zonen (filys) van Amely van Rochout.

Dus we hebben geluk en de nakomelingen van Emilij/Amelium vanden Roechout, waarna verwezen wordt in de Foeuda, blijken met naam te worden genoemd in de bron van de Abt. Weer een generatie verder, en ... Renier (Render, Rendro), Robert of Amelis zouden de vader van Dirk van Roucourt uit Halen kunnen zijn geweest.


Gichten Abdij van Sint-Truiden



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

De transcriptie van deze folio is een hele klus, maar hieronder een gevorderde versie:

1.Allen aen gheene die dese hij sullen sien oft horen leesen
2. sal uyt ---
3. dat voor ons mr Goret van Ittre van beyde die rechte
4. Liebaet stadthelder onser heeres Heer Levins
5. Belt Alet ende prelaet als meesters ende here der stadt
6. Sint Truiden van sijns caesaele Sint Truidens der selve
7. mr Jan Putzeijs , Nicolaus Bollis , Robert van Jueck
8. Jan Peeters ende Henrick van Se(?)r leenmannen ende vassallen
9. des leenen aels naer(vooren) ? Gh --stslijcts gecompareert sijn
10. Render, Robert ende Amelis van den Rouchout alle
11. kijnderen wijlen Amelis van den Rouchout hebben u
12. voorgaende octroije alsoo tsamen als inne ijder ---
13. voor ons stadthelders hant opgedraghen -------
14. allen huns recht tot orbar ende behoeff Wilhelmis Minssen
15. .---- de twee bunder lants leenen ghelegen
16. tot Sperneij velt te Guvelingen ---- die stadt
17. .---- ter ene zijde het clooster Sante Luciedael ter tweede zijde Peeter
18. Menssen en andere twee zijden waer ende duwijder ?? roije hevest
19. gu -- te vor Brat Lijcop naer lantscap ende eene -----
20. .--- peninck ?, tot eene godtspeninck waer aff die opdrager
21. bekenen ivienst ende voltaelt te sijn ende Renser ende Robert

Ook hier lezen we dus de drie zonen van Amelis van den Rouchout die 2 bunder land overdragen aan Willem Minssen.


Aanvulling 16 april 2012: Schepenbank Sint-Truiden 


Tijdens een bezoek op 28 maart j.l. gezocht naar sporen van Dirk van Roucourt in de Schepenbank van Sint-Truiden. Helaas, niets gevonden (ref 5-7).

Wel een akte over de verkoop van een huis en toebehoren voor 50 Brabantse guldens door Renier (Render) Rouchouts op 8 februari 1599 te Sint-Truiden (ref. 5). Dit is zeer waarschijnlijk Render vanden Rouchout die hierboven is genoemd. Hieronder de scan van de folio's, inclusief een eerste transcriptie.




















Voir Renier Rouchauts

Allen den ghenen die dese tegenwoordigge weteren sullen
lesen oft horen lesen Saluijt wij meester Lambregt van
Stapel Regter inden hoff van Stapele die bij liggende
hoff bijnnen deze Stadt St Truiden ende aldues om-
trint, meester Willem Pikaerts, Levark Tsgroots, Robert
van Aunek, ende Jan Pantsarts alle Scepenen der hoogge
tgerecgts der Stadt vanbij ende voir sulks Laten det voir-
ginnende hoffs met operEnten kennisse der waergelijt voern
coudt ende te weten dat op heden dato onder gescreven
voir ons meyer ende Latgen als voer gericgte voirbij
engentlijcken gezamplriket endo egeslaen Antgaen ….…
der ..kue kennende Render Rouchouts presenterende en sekne
versoekiende syne namerders cappe gaen zekere aen huijs
metten appenditien gelegen ten Reye (?) men als der



























voergaede zuegelen ende bruepluen daer dese onse deur
getransfreert zijn bijden seluen antgoen aen Jan van hier
als man ende momboir Elisabetz Perkstert tgerirgt ende
nocg nijer verimet hoff t selnie huijs metten selke recgten
die hij mede sulks besittende was opgedraggen mets vryen
tot ..rboer ende behoeff van Render Rouchouts synen appr..
imter vorbij ende hoff ten dyen eynde bekandt te hebben
ontfanggen vijffticg gulden brabants eens bije helen inden
acanesti desselffue huijs aen sijnen vercooperen gescgoeten
ende vandre alle andere costen van regte welken vol-
gende is Render voirbij te sijnen versueck uit varrigdt-
ggen huijs metten appenditien wettelijck te zijnen ver-
sueck uit tegenwoordiggen huijs metten appenditien wette-
lijk te zijnen versuek uit voiropgedraggen huijs metten ap-
penditien wettelijck te zijnen versuck niue ons hoeffs regt
onlekdt elks anders goet recgt gegicgt ende gegoidt.

Dwelk is bije onssen recgter voirbij in hoiden onsser
latgen gehort ende onssen gedencknisse beu len Per
errouden hebben wij Jan herrowen Scgoultet sijne emre-
forstlijher egenliedens bisscops tot Luydick in zijne stadt
St Truijen, Willem Tayen, Jan Tsgroots, Claes van
Doerntel en de Loyck de Bailge alle Scepenen des hoo-
gge gerigts der stadt voirbij ter beden des meyers
lutgen ende eller partijen onsse propere zegelen desen
weeren aengehanggen aldus gescguer juden jaeren der
saliger geboorten des Leeffs heren Jesu Egristiusz
men screff duijsent vijffhondert en de negenennegentig
den acgden dacg der maent februarij (8 februari 1599).


Tevens vinden we kinderen Renier, Robert, maar ook Arnold van den Rouchaut (vernoemd naar de grootvader?) terug in een overzicht van het doopregister Sint-Truiden (eind 16de - begin 17de eeuw, ref. 8). Echter, eventuele kinderen van Amelis zijn niet vermeld.






















***

Referenties:
 
(1)  RA Hasselt. Foeuda (1707, Abt Mauri van der Heijden). Het register dient als repertorium op de leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden en geeft een analyse van alle verheffingen van 1355 - 1763. De verschillende lokaliteiten staan alfabetische gerangschikt. RA Hasselt. Toegang 717, Inventarisnr 674.
 
(2)  Genwiki Limburg : http://genwiki.nl/limburg/index.php?title=Verhef
 
(3)  Notice historique sur l'ancienne paroisse de Guvelingen sous St. Trond (J.Gerard). In: Bulletin de la section litteraire de la Societe des Mélophiles de Hasselt. Volume 1, pp 45-58 (Hasselt, 1864).  
   
(4)  Het archief van de benediktijnerabdij van Sint-Truiden. Deel 1 - Inventaris (Michel van der Eycken). RA Hasselt, toegangsnummer 717 (Brussel, 1985).

(5)  RA Hasselt. Archief van de Schepenbank van Sint-Truiden toegang 2006, inventaris 29 (7 jan 1598 - 24 mei 1608) folio 62(v).

(6) RA Hasselt overigen Schepenbank van Sint-Truiden (toegang 2006) bekeken 28-3-12:

nr.25 (1578-1609), folio 35 vernoeming dns Johannes vanden Rouchout. In het algemeen erg moeilijk te lezen omdat koppen ontbreken tot 1589 (circa folio 140).
nr.26 (1552-1589), folio 63, 120 en 202: Balthazar van Wezeren
nr 27 (1582-1606), folio 104-105: Balthazar van Wezeren
nr 30 (1602-1609): heel slecht te lezen!
nrs. 33, 34 en 35 (1628-1638): weinig info
nr 37 (1640-1641): folio 170: Renier van den Rouchout
nr 42 (1651-1654): folio's 171,234, 286: Renier van den Rouchout

(7) RA Hasselt. Leenboeken Abdij Sint-Truiden (toegang 717): Leen Guvelingen bij Spernaij inv. 653 (f.146), inv. 655 (f.148), inv. 656 (f.146) en inv. 657 (f. 146). Geen vernoeming meer van de familie vanden Rouchout. Gichten van de Abdij Sint-Truiden niet goed bekeken (slecht te lezen): toegang 717, inv. 667, folio 81 t/m inv. 673.

(8) RA Hasselt (leeszaal). 10 jarige Tafels Sint-Truiden 143 (3b).



Oude hoogstam bloesemboomgaard te Guvelingen (bron).

zondag 20 juni 2010

Bezoek aan Sint-Truiden, stad van de voorouders "van den Roechout"




















In het weekeinde van 29 en 30 mei 2010, hebben we Sint-Truiden bezocht, het stadje in Belgisch-Limburg waar de voorouders "van den Roechout" hebben gewoond (circa 1350 tot 1500). Het is een historisch stadje dat rond de Abdij van Sint Trudo (657) is gebouwd.





















Natuurlijk gestart bij de Abdij, slechts een klein deel is nog intact, maar voldoende om een indruk te krijgen van dit immense bouwwerk uit de middeleeuwen.



















Voor het altaar van de Abdij, kreeg Jan van Roechout (alias Boechout) in 1358 van Abt Robbert het recht op de tienden van Baardwijk. Deze inkomsten waren vast bestemd voor zijn natuurlijke kinderen te Sint-Truiden...


Het kerkgedeelte is volledig verdwenen (brand, plundering etc). De palen geven een impressie van de hoogte van de kerk. Helaas was de toren wegens herstelwerkzaamheden niet toegankelijk. Zie hieronder een overzicht van de diverse bouwperioden op een stenen plaat ter hoogte van het voormalig altaar. Ruim 650 jaar geleden stond hier waarschijnlijk Jan van Roechout alias Boechout.



Bijzonder zijn de crypten die nog wel zijn bewaard. In het voorste gedeelte is een chronologisch overzicht van de Abten.




Verder naar achteren zijn ook de begraaftombes van de abten te bezichtigen.



De Abt van het klooster bezat zijn eigen verblijf, met uitkijk op de toren.


en de Keizerzaal is ook nog in de Napoleon tijd gebruikt en toont schitterende schilderingen.





...... De volgende stop was het Begijnhof. Henrick van den Rouchout en (klein)kinderen van hem, waren rentmeester van de Begijnen (circa 1400-1480).  

In het midden van het Begijnhof staat een kerkje. Helaas was de deur dicht toen wij er waren.




Mooie oude pandjes, een oude put en een van de voormalige woningen is nu een cafee.


"Moet ik nu alweer poseren, Pappa?"














Boven: Zat Henrick hier in de 15de eeuw de penningen te tellen? Waarschijnlijk niet want als ik het goed heb zijn de huizen rond de kerk pas later gebouwd.

Onder: pauze na al die cultuur en familiegeschiedenis ....

















Even alleen op zoek naar de Koestraat. Daar hadden de broers van den Roechout een huis rond 1420. Ondertussen al uitgevonden dat de Koestraat tegenwoordig Schepen de Jonghstraat heet.

Deze straat is snel gevonden. Volgens een lokale gids is deze straat wat gekronkeld omdat de koeien ook niet recht liepen ... Blijkbaar was de straat eerst een pad voor de koeien, op weg naar de koeienmarkt?



















Het straatnaamplaatje op de hoek van de Luikerstraat bevindt zich op een oud pand....




















.... maar huizen uit de 15de eeuw? Dat is ook wel erg lang geleden, dus de kans om daar nog sporen van te vinden is heel klein.














De straat kronkelt inderdaad, leuk om er even doorheen te lopen, maar geen sporen van Wouter, Robert, Johan of Hendrik.

Terug naar het centrum en een plaatje van het stadhuis waarvan het onderste gedeelte stamt uit de 14de eeuw. Robert vanden Roechout en zijn nazaten waren schepen (wethouder) in de periode circa 1420 - 1480.















Achter het stadhuis staat de Onze-Lieve-Vrouwe Kerk en natuurlijk even een bezoekje.













































Helaas konden we de ingang naar "schatkamer" onder de kerk niet vinden, maar dat staat voor de volgende keer op het programma.

Tenslotte nog op zoek naar het laatste stukje van de stadsmuur. Dat bevindt zich achterin de tuin van het Minderbroedersklooster.












Op 26 juli 1484 werd in het hof van de Minderbroeders besloten dat Engel Vermeulen het recht om bier te brouwen niet kon kopen. Immers, bierbrouwen was een van de 13 beschermde ambachten van Sint-Truiden. Robert vanden Rouchout was als schepen (wethouder) van de stad aanwezig tijdens de vergadering.













even zoeken maar toch de laatste restanten van de stadsmuur gevonden.



Een mooie tocht terug in de tijd en we hebben de sfeer van de familie in de 14de en 15de eeuw goed geproefd.



en na een laatste versnapering weer terug naar d'n Holland ...


zaterdag 13 februari 2010

?Domno Johanni de Boechout = D: Joanni de Rouchaut?

Zoals vermeld in het voorgaande bericht probeer ik te achterhalen of "onze" Joannes wordt genoemd in de Kroniek over de Abdij van Sint Truiden. Immers, we weten dat hij de tienden van Bardewijc ontving sinds 1358, aldus de Foeuda cum ferie Vasallum Monasterij St.Trudonis van Mauri van der Heyden. Ook maakt deze samenvatting van het leenregister Sint-Truiden uit 1707 melding van problemen met het innen van genoemde tienden in 1355. Zie de corresponderende website op de Rouchout pagina helemaal onderaan.










Een meer oorspronkelijke versie van de "Gesta Abbatum Trudonensium" is gevonden op het internet. Het betreft een Latijnse versie van Leonis Marsicani et Petri Diaconi uit 1854. Hieronder de volledige Latijnse tekst uit de Gesta van abt Robert omtrent de problemen met de bezittingen te Baardwijk. (De Nederlandse vertaling staat in het vorige bericht.)


In deze Latijnse versie wordt "Johannes van Bouchout" (de vertaling E.Lavigne) op pagina 409 (pag. 206 van de pdf file) geschreven als "domno Johanni de Boechout". Dat lijkt al meer op "D: Joanni de Rouchaut" zoals vermeld in het leenregister van Mauri van der Heyden, wetende dat de familienaam ook als "Roechout(e)" werd geschreven. Domno en D: (later ook Dnm) staan beiden waarschijnlijk voor "Dominus" oftewel heer.

Maar het grote verschil van de "B" en de "R" is er nog steeds. Wellicht geeft de originele tekst uitsluitsel? In de inleiding van de vertaling van dr. E. Lavigne (1986) staat dat de Stadsbibliotheek van Maastricht een microfilm heeft van het oorspronkelijke manuscript.

Ik ben benieuwd naar de bevindingen van het RHCL te Maastricht ...


  

?Johannes van Bouchout = Joannes van Rouchaut?



Nog eens deel 2 van de "Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden" van E. Lavigne (1986) doorgenomen. Wat blijkt nu, op pagina 192 wordt beschreven dat in 1353 aan Johannes van Bouchout - namens Abt Robert -de tienden van Baardwijk zijn verleend.



Door een intrige van Godfried van Dommelen moesten er uiteindelijk bijna 4000 florijnen worden betaald aan de heer van Yselstein. Zo kon Abt Robert de rechten in de regio Heusden weer terugkopen van Willem V, graaf van Holland.







Is Johannes van Bouchout dezelfde als onze Johannes van Rouchaut? Het zou niet de eerste keer zijn dat een R voor een B wordt aangezien … en het (Baardwijk) leenregisteroverzicht van Abbatis Mauri van der Heyden uit 1707 toont duidelijk 3* een R en geen B (zie deze webpagina en scroll helemaal naar beneden).





Ook voor de nazaten is in dit overzicht geen misverstand mogelijk, met als constatering dat een van de waarschijnlijke zonen Robert van den Rouchaut alias "van der Roechoute" heette. Vernoemd naar Abt Robert? 

Dus op zoek naar de originele Latijnse “Gesta Abbatum Trudonensium” teksten, te beginnen met een email naar het RHCL. Als ik het goed heb is daar een afschift van het origineel aanwezig. Zo niet, dan weten zij wellicht waar het originele manuscript wordt bewaard?

Toevoeging:

Uiteindelijk heb ik een telefoontje gehad van het archief in Maastricht. Een deel van de Gesta is als microfilm aanwezig in de bibliotheek van Maastricht (en niet in het archief). Het lijkt niet mogelijk om een afschrift van de desbetreffende passage te bestellen. Ondertussen heb ik meer aanwijzingen dat Jan van Boechout inderdaad betrokken is geweest als leenman van Baardwijk. Zie ook de getranscribeerde oorkonde van Piot (blog 20 februari 2010) , waarin ook een deel van de familierelatie van Jan wordt vermeld (zus Elisabeth en schoonbroer Willem van Duivenvoorde). Eerst even advies van welke documenten ik nu het beste het origineel kan bestellen of gaan bekijken.