Posts tonen met het label Roechout. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roechout. Alle posts tonen

donderdag 19 april 2012

De Drie Dirken uit Halen, Leuven en Diest.

We zijn op zoek naar de aansluiting van de familie van Roucourt en varianten uit Halen en Leuven met de familie van (den) Rouchout en varianten uit Sint-Truiden. In de vorige blog is de genealogie van de belangrijkste Rouchout alias Rochaut tak toegelicht tot het eind van de 16de eeuw. In het begin van de 17de eeuw duikt de naam Roucourt en varianten op in de regio Halen - Leuven.

De onderzochte Rouchaut familie bestaat uit 3 (of vier) zonen van Amelius vanden Rouchaut die in 1596 hun leenrechten bij Guvelingen en Berlingen van de Abdij van Sint-Truiden verkopen en daarna ieder hun weg gaan. Kinderen van Renier (Render), Robert (en Arnold, vernoemd naar de grootvader?) vinden we terug in de doopregisters van het OLV kerk te Sint-Truiden. Renier en zijn nakomelingen, inclusief echtgenotes worden genoemd in de archieven van Sint-Truiden als vertegenwoordigers van diverse Gildes en als vroedvrouwen. Zoon Amelis van Rochout is echter niet gevonden. Eventuele sporen van stamvader Dirk van Roucourt (zoon van Amelis van Rochout?) zijn ook nog niet aangetroffen in de archieven van Sint-Truiden.


Dirk (1) van Rockourt alias Roucourt uit Halen (ref. 1)

Vanaf 1610 tot 1637 wordt stamvader Theodorius (Dierick, Dirk 1) van Roucourt alias Rookou, Rockourt  beschreven in de archieven van de stad Halen, circa 15 km ten Noorden van Sint-Truiden. Hij is getrouwd geweest met Anna Stas (van Herk-de-Stad?) en Maria Claes en krijgt in het totaal 9 kinderen, waarvan er minimaal 6 op jonge leeftijd overlijden. Hij wordt in 1633 concierge van het college van Halen en is nog een aantal keer vernoemd in de Schepenbanken. In 1637 wordt zijn taak als belastingontvanger t.b.v. verbeteringen aan de dijken van de Demer hem fataal. Hij wordt doodgeschoten door de soldaten van de Prins van Oranje. Los van het feit dat hij blijkbaar net als zijn mogelijke Rouchout voorvaderen een (bescheiden) bestuurlijke functie bekleedde, zijn er tot nu geen heldere verbanden van hem met Sint-Truiden gevonden. Dit komt mogelijk omdat een belangrijk deel van het archief van Halen in de eerste wereldoorlog verloren is gegaan.


Dirk (2) van Rochaut alias Roucourt uit Leuven

De belangrijkste link van de familie Roucourt met de eventuele voorvaderen uit Sint-Truiden, blijkt uit een doopakte van Johannes dd. 7 februari 1636 (St. Jacobskerk te Leuven), zoon van Theodorius (2) van Rochaut en Joanna Verwijst. Johannes staat nu bekend als 17de-eeuws Belgisch Theoloog.












Junius 1636
7 Eodem die baptiszatus est Joes filius Theodorici
van Rochaut et Joanna Verwijst coniugum
suscep(t) Henricus Hauwers et Mechteldis Isaacx

 
Theodorus (2) en Joanna zijn in februari 1635 getrouwd te Leuven (parochie St. Jacobskerk).
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


feb. 1635 contraxerunt sponsalia
sine et dispensatione mediante
.--- Theodoris van Roucoer
et Joanna Verwijst coram testibus
Carolo Zegers et Leonardo Bacx


Opvallend is dat Dirk (2) zeer verschillende varianten van de familienaam gebruikt: "van Roucoer"  in 1635 en "van Rochaut" in 1636.  De laatste vorm komt met name voor eind 16de eeuw bij de familie "van(den) Rouchout" uit Sint-Truiden. In latere jaren gebruikten Dirk (2) en zijn zoon Johannes de familienaam "Roucourt".


Dirk (3) Roucourt, brouwer te Diest

Maar, hoe weten we dat Dirk (2) inderdaad een zoon is van stamvader Dirk (1)  van Roucourt uit Halen? Naast de overeenkomst in de voornamen, zijn er minimaal twee documenten die de verwantschap bevestigen.


(ref 2) Verkoop van een erfelijke rente van 12 gulden en 10 stuivers van een kapitaal van 200 gulden aan Jan Glaumans door Maria Roucourt, dochter van Tillemans en Jenne Glaude. De rente is verkregen door een erfenis van haar oom Dierick (2) Roucourt uit Leuven.









































(ref 3) Vernieuwing van een contract gedateerd 16 juni 1698, betreffende de verkoop van erfrente. Sr. Diriek (3) Roucourt, brouwer te Diest verkoopt erfrente met procuratie van zijn vrouw Anna Vrancken aan Mr. Laurent Henrion ten behoeve van zijn zuster juffrouw Maria Henrion, begijntje (zie ook ref 8). De erfrente is hem toegevallen uit de erfenis van zijn oom Dierick (2) Roucourt volgens een akte van 24 juli 1684 bij notaris Henrion (fragment hieronder).










































Er is mogelijk een tweede directe link naar de familie te Sint-Truiden via Dirk (3) Roucourt, brouwer te Diest. Georgius Otten was lid van het brouwersgilde te Sint-Truiden en werd in 1676 verkozen tot meester. Hij is rond 1663 getrouwd met Catharina Roeckauts alias Roeckaerts en het echtpaar krijgt in de periode 1665 tot 1684, acht kinderen (ref.6). Bij een aantal kinderen zijn de doopgetuigen interessant:

(2) Joannes °13-7-1666, doopheffers Willem Gierinx en Catharine Stasseyns
(4) Petrus °4-2-1671, doopheffers Petrus Otten en Anna Stassen   
(5) Georgius °5-11-1674, doopheffers Arnoldus Vrancken en Elisabeth N.

De eerste vrouw van Dirk (1) van Roucourt heette Anna Stas. De vrouw van Dirk (3) Roucourt was Anna Vrancken.

(1) Odilia, °11-1-1665, doopheffers Franciscus Roockhauts en Maria Weijnants.
(3) Andilla °15-9-1668, doopheffers Walteris Otten en Maria Roeckaerts.
(6) Franciscus °29-3-1678, doopheffers Franciscus Roeckaerts en Maria Magdelena Dirix.

In de inventarisatie van het doopregister Sint-Truiden vinden we een aantal kinderen van Jan (Johannes) van Rouchaut, getrouwd met Elisabeth van Mielen (ca 1632) en Johanna van Mielen (ca 1642), waarvan de voornamen en de periode corresponderen met bovengenoemende doopheffers en de vrouw van Georgius Otten (ref. 7). Een overzicht:

°12 juli 1632, Catharina van Rouchaut
°1 april 1635, Catharina van Rouchaut
°5 juni 1637, Elisabeth van Rouchaut
°8 april 1640, Franciscus van Rouchaut
°10 juli 1642, Catharina van Rouchaut
°9 juli 1649, Jan (Johannes) van Rouchaut
°18 juli 1650, Maria van Rouchaut

Het zou dus kunnen dat dit gezin redelijk verwant is met de familie in Halen en Diest. De vader van Jan/ Johannes van Rouchaut zou bijvoorbeeld een broer kunnen zijn van Dirk (1) uit Halen. Bij een volgend bezoek aan het RA Hasselt de doopgetuigen controleren.


Huis te Ottenburg en in de Donckerstraat te Leuven.

Bovengenoemde erfrente betreft goederen te Ottenborgh die zijn verkocht op 22 februari 1680 (ref 4). Een samenvatting van de akte. "Verkoop van goederen te Ottenborgh door Didrick (2) Roukourt, ingezetene en burger van Leuven aan Hendrick Thomas, toebehoort hebbende aan Niclaes Nijs en Cattlyn vanden Berghe, zijn vrouw. Tegen een rente van 32 gulden en 10 stuivers per jaar. Materiaal voor het herstellen van het huis werd aangevoerd". Het betreft waarschijnlijk een huis of hoeve te Ottenburg, circa 20 km ten zuiden van Leuven (Google maps). Handtekeningen van Diriec Roucourt, H. Thomas en Notaris L. Henrion (zie hieronder).















Een verdere bevestiging van de familieverbanden verkrijgen we uit een notariele akte kort na het overlijden van Dirk (2) Roucourt te Leuven (ref 5). Een korte samenvatting: "Verhuur van een huis met hof, achterhuizen en alle toebehoren staande in de Donckerstraat te Leuven, voor een termijn van drie jaar aan de heer Jan Proost. Huur is honderd gulden per jaar. De eerst ondertekende Marie Verwijst (weduwe van de op 7 maart 1684 begraven Dierick Roucourt) behoudt het recht de door haar bewoonde kamers haar levenlang te blijven bewonen".

Aanwezig bij de akte zijn ook: Jan Gesellen, als man en momboor van Anne Roecourt en Marie Roucourt (die ook mee ondertekent, zie ook hierboven haar handtekening als dochter van Tillemans Roucourt en Jenne Glaude).












Helaas ontbreekt nog de erfenisverdeling van Dirk (2) Roucourt, gedateerd op 24 juli 1684. Naar deze akte is in het verleden reeds gezocht en ook recentelijk nog in het RA Leuven. De speurtocht wordt voortgezet, want mogelijk bevat dit testament aanwijzingen richting Sint-Truiden. Wellicht is er ook nog een erfenisverdeling van Tilmannus Roucourt, de jongere zoon van Dirk (1) van Roucourt? Timannus is op 26 mei 1684 overleden, eveneens te Leuven. De boedelscheiding in 1698 van de Nederlandse stamvader Hendrik verwijst helaas enkel naar Leuven en Halen (ref. 9).


Referenties

(1) Dirk (1) van Rockourt alias Roucourt was concierge van het stadhuis van Halen en is getrouwd geweest met Anna Stas en Maria Claes. Hij is op 10 juli 1637 doodgeschoten door soldaten van Oranje uit Maastricht.  Dirk (2) van Rochaut alias Roucourt is de oudste zoon van Dirk 1. Zijn geboortedatum en plaats zijn onbekend, maar hij trouwde in 1635 met Johanna Verwijst te Leuven. Voor zover nagegaan woonde hij zijn hele leven in Leuven en is daar in 1684 overleden.  Dirk (3) Roucourt is de oudste zoon van Tilmannus Roucourt (jongere zoon van Dirk 1, gehuwd met Joanna Glaude) en geboren te Halen in 1659. Dirk (3) was gehuwd met Anna Vrancken en brouwer te Diest.

(2) Notariele akte 17 april 1692. Notaris Laurent Henrion te Leuven (ARA Brussel, mogelijk verplaatst). Vernieuwd voor Schepenen 5 april 1698 (Schepenbank Loven, SAL 8297 folio's 333°-334-334°)

(3) Schepenbank Leuven. SAL 8297 folio's 469,469°,470,470°,471

(4) Notariele akte van notaris L. Henrion te Leuven, gedateerd 22 februari 1680 (ARA Brussel, mogelijk verplaatst).
 
(5) Notariele akte van notaris L. Henrion te Leuven, gedateerd 1 juli 1684 (ARA Brussel, mogelijk verplaatst).

(6) Over de familie Otten uit Sint-Truiden. Piet Severijns. Vlaamse Stam. Jaargang 9 pp. 52 (1973).

(7) RA Hasselt (leeszaal). 10 jarige Tafels Sint-Truiden 143 (3b).


(8) In 1698 koopt Theodorus Roucourt (2) uit Diest samen met zijn vrouw Anna Vrancken voor 350 gulden land aan de Zichemseweg te Cagevinne. De verkopers waren Peeter Stramot en zijn vrouw Herderien van Moock. Notariele akte, 27 juni 1698. notaris Anceau te Diest (ARA Brussel). Vernieuwd voor Meyer en Schepenen van Leuven, 3 Juli 1698. (GA Leuven: SAL 8298 folio 24,24°,25,25°, handtekeningen hieronder).













(9) GA Leuven. Schepenbank SAL 8297 folio's 233-238.



Gerelateerde blogartikelen:

23 maart 2012: De Foeuda van de Abdij Sint-Truiden ontrafeld.
28 januari 2012: Johannes Roucourt, een bijzonder familielid.
17 oktober 2011: Meer over stamvader Dirk van Roucourt (2).
30 augustus 2011: Meer over stamvader Dirk van Roucourt (1).
28 januari 2011: De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (2).
15 januari 2011: De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (1).
2 oktober 2010: De brug tussen "Van Rookou" en "Van Rouchout"

***

vrijdag 23 maart 2012

De Foeuda van de Abdij Sint-Truiden ontrafeld.

(Toevoegingen 16 april)

Bij de zoektocht naar de aansluiting van de familie van Roucourt uit Halen, Leuven, Diest met de familie vanden Rouchout (Roechout) uit Sint-Truiden, blijkt de Foeuda van de Abdij van Sint-Truiden een belangrijke sleutel te zijn. Dit werk, geschreven door Abt Maurus van der Heijden in 1707, is een samenvatting van een groot aantal leenregisters en gichten van de Abdij uit de 14de - 18de eeuw. Het werk is voorzien van een mooie handgeschilderde omslag (ref 1).

























De Foeuda beschrijft de overdracht van de leengoederen (landbouwgronden, huizen etc) van generatie op generatie. Tijdens deze gebeurtenissen werd de eed aan de leenheer uitgesproken. Dit noemde men het leenverhef ofwel releveren (reliveren). Lees ook de Genwiki Limburg (ref 2).








































De zeer waarschijnlijke voorouders van stamvader Dirk van Roucourt uit Halen worden meermaals genoemd in de Foeuda van de Abdij van Sint-Truiden. Zij waren leenmannen (en ook vrouwen komen voor) van lenen bij Guvelingen (gehucht bij Sint-Truiden), Berlingen (Ingelingen), Kozen en in de stad Sint-Truiden (St. Jans). De Abt heeft een groot aantal voorgaande leenregisters geinventariseerd en beschreven in zijn werk van 1707. Volgens de archivaris van het RA Hasselt is de Foeuda van notariële kwaliteit en kan als primaire referentie worden beschouwd.

Voor het genealogisch onderzoek naar de familie vanden Rouchout, blijkt de Foeuda een belangrijke bron. Immers de lenen werden van generatie naar generatie overgedragen, dus familieverbanden worden snel duidelijk. Echter, wel met een moeilijkheidsgraad: de teksten zijn in het Middeleeuws Latijn en dat vergt dus puzzelwerk en geduld voordat de betekenis van de teksten is ontrafeld.

Zeer relevant blijkt het leen bij Guvelingen. De beschrijving komt namelijk zeer dichtbij de mogelijk directe voorouders van stamvader Dirk van Roucourt uit Halen. Ter illustratie van het belang van leenboeken wordt daarom de folio Guvelingen (507) meer in detail behandeld.

Foeuda Guvelingen 







































De kop van de folio beschrijft het leen en de tekst van de Abt luidt alsvolgt:

De Uno Bonuaro et 15 Virgatis magnis ex tribus uim dimidio Bonuarijs terra arabilis jacenta in una petia apud Guvelingen prope mansionem de Spernai Wariscapijs intermedij juxta viam tendentem versus Molendinum inter terras Gerardi de Alken et Tilmanni Roecaert et Wilhelmi Barbiton Joris.

vertaling:

"Betreft 1 bunder en 15 grote roeden land behalve 3,5 bunder landbouwgrond liggend aan een deel bij Guvelingen dichtbij het huis van Spernai Wariscapijs aan de weg naar de Molen tussen de landerijen van Gerard van Alken, Tilman Roecaert en Wilhelm Barbiton Joris"

Het leen betreft dus land bij Guvelingen in de nabijheid van het huis van Spernai. Opvallend is dat Tilmanni Roecaert wordt genoemd als één van de buren van dit leen. De naam Tilmanni is zeldzaam en Tilmannus Roucourt (1631-1684) is zoon van stamvader van Dirk van Roucourt. De naam Tilman in onze familie is zeer waarschijnlijk afkomstig van Tilman Stas (Herk-de-Stad), de vader van de eerste vrouw van stamvader Dirk: Anna Stas. Verder wordt er expliciet beschreven dat 3,5 bunder landbouwground van dit leen is uitgesloten. Tenslotte wordt de naam Spernai genoemd. We vinden deze naam ook terug in een historisch werk, waarin de familie Spernay wordt beschreven met bezittingen te Guvelingen (ref 3).


























Na de beschrijving van het Guvelingen leen in de kop van folio 507, volgt een chronologisch overzicht van de respectievelijke leenmannen. Van 1503 tot 1596 wordt de familie vanden Roechout genoemd:


(1) 1503 28 Septembris Robertus Rouchaut maritis Margaretha Vos relevauit EG 205 ED 192

vertaling:

"28-9-1503 Robert Roechout trouwt met Margareta Vos en leenverhef"

Alhoewel dit zinnetje snel is opgeschreven, heeft het woord "relavauit" en varianten daarvan me lang bezig gehouden. Totdat ik realiseerde dat het werkwoord "releveren" slaat op de overdracht van het leen naar een volgende generatie, danwel naar een nieuwe eigenaar. De beschrijving van de Genwiki Limburg heeft daar veel bij geholpen! Het leen Guvelingen is dus door huwelijk met de familie Vos in de familie vanden Roechout gekomen.

(2) 1540 25 Octobris Aert vanden Rouchaut naer ovel sijnder auders relevauit ED 192

OK Abt, een stukje middelnederlands ertussen:

25-10-1540: Aert (Arnold) vanden Roechout leenverhef na het overlijden van zijn ouders. Aert was dus blijkbaar de erfgename zoon van Robert en Margaretha Vos.


(3) 1574 22 Nouembris Rta Arnoldi vanden Rouchaut posui in morniburium Emilium filium suim ED 192.  Dns Joannes vanden Rouchaut canonicus collegiata Ecclesia Beatae Maria Virginis Trudonis post obitum praefati Arnoldi suo es cosaeredum nomine relevauit ED 192 extra folio (v)

vertaling:
 
22-11-1574:  Rechter Arnold vanden Roechout, onder voogdij, opgevolgd door zijn zoon Emilium. Heer Joannes vanden Roechout, Kannunik van de OLV kerk te Sint-Truiden, leenverhef overdracht na het overlijden van zijn kozijn Arnold. (kozijn = achterneef)

Bovenstaande vertaling nog met enig voorbehoud, maar waarschijnlijk was Emilium bij het overlijden van zijn vader nog erg jong en is zijn verwant Joannes tijdelijk leenman geweest. Voor de naam Emilium worden varianten gebruikt zoals Amelis, Amelium, Ameil, Emilie, maar alles wijst erop dat het dezelfde persoon betreft. Rechter Arnold vinden we ook in andere archiefstukken, inclusief zijn Rouchout zegel (vijf ruiten van Hamal met daarboven vier merlettes).

(4) 1596 22 Novembris Wilhelmus Minsen titulo emptionis erga proles Emilij van den Rouchaut de nuevietate 3,5 bonuariorum juuestitur EE 212 en FF 81


vertaling:

22-11-1596 Wilhelmus Minsen koopt de titel tegenover/jegens nakomelingen van Emilij van den Roechout waarvan 3,5 bunder (landbouwgrond) opnieuw rechtmatig vastgelegd.

Dit is de laatste verwijzing van de familie vanden Roechout bij het leen Guvelingen. De vraag is natuurlijk wie de nakomelingen zijn van Emilij van den Roechout? Dat staat er helaas niet bij. De Abt geeft wel bij elke beschrijving één of meerdere referenties en in dit geval EE 212 en FF 81. Met behulp van de inventaris opgesteld door Michel van der Eycken in 1985 (ref 4) konden de originele werken worden achterhaald: Leenboek 1603 en de Gichten 1612. En deze werken blijken ook aanwezig in het RA Hasselt.

Leenboek Abdij van Sint-Truiden (1596)








een eerste transcriptie: 
 
Anno 1596. Novembris 22 . Wilhelmus Minssen emit ptacfa duo bonuaria terre a Rendro, Roberto et Amelis van Rochout filys Amely van Rochout pretio et aditconibus per Bollis in suo protocollis egerissit smiags de ijl prefatit Mynssen Amstiturs et fidelitatis iuramichtuun prijsfitit put moris Puntibus m.Godefrido Jthrio Lornetemlete, M Johannes Putzijns Nicolas Bollis, Roberto van Jouck et alijs Vassallis.

Wat in ieder geval uit de tekst blijkt is dat Willem Minssen, op 22 november 1596, 2 bunder land  (duo bonauria terre) koopt (emit) van Rendro (Render, Renier), Robert en Amelis van Rochout, zonen (filys) van Amely van Rochout.

Dus we hebben geluk en de nakomelingen van Emilij/Amelium vanden Roechout, waarna verwezen wordt in de Foeuda, blijken met naam te worden genoemd in de bron van de Abt. Weer een generatie verder, en ... Renier (Render, Rendro), Robert of Amelis zouden de vader van Dirk van Roucourt uit Halen kunnen zijn geweest.


Gichten Abdij van Sint-Truiden



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

De transcriptie van deze folio is een hele klus, maar hieronder een gevorderde versie:

1.Allen aen gheene die dese hij sullen sien oft horen leesen
2. sal uyt ---
3. dat voor ons mr Goret van Ittre van beyde die rechte
4. Liebaet stadthelder onser heeres Heer Levins
5. Belt Alet ende prelaet als meesters ende here der stadt
6. Sint Truiden van sijns caesaele Sint Truidens der selve
7. mr Jan Putzeijs , Nicolaus Bollis , Robert van Jueck
8. Jan Peeters ende Henrick van Se(?)r leenmannen ende vassallen
9. des leenen aels naer(vooren) ? Gh --stslijcts gecompareert sijn
10. Render, Robert ende Amelis van den Rouchout alle
11. kijnderen wijlen Amelis van den Rouchout hebben u
12. voorgaende octroije alsoo tsamen als inne ijder ---
13. voor ons stadthelders hant opgedraghen -------
14. allen huns recht tot orbar ende behoeff Wilhelmis Minssen
15. .---- de twee bunder lants leenen ghelegen
16. tot Sperneij velt te Guvelingen ---- die stadt
17. .---- ter ene zijde het clooster Sante Luciedael ter tweede zijde Peeter
18. Menssen en andere twee zijden waer ende duwijder ?? roije hevest
19. gu -- te vor Brat Lijcop naer lantscap ende eene -----
20. .--- peninck ?, tot eene godtspeninck waer aff die opdrager
21. bekenen ivienst ende voltaelt te sijn ende Renser ende Robert

Ook hier lezen we dus de drie zonen van Amelis van den Rouchout die 2 bunder land overdragen aan Willem Minssen.


Aanvulling 16 april 2012: Schepenbank Sint-Truiden 


Tijdens een bezoek op 28 maart j.l. gezocht naar sporen van Dirk van Roucourt in de Schepenbank van Sint-Truiden. Helaas, niets gevonden (ref 5-7).

Wel een akte over de verkoop van een huis en toebehoren voor 50 Brabantse guldens door Renier (Render) Rouchouts op 8 februari 1599 te Sint-Truiden (ref. 5). Dit is zeer waarschijnlijk Render vanden Rouchout die hierboven is genoemd. Hieronder de scan van de folio's, inclusief een eerste transcriptie.




















Voir Renier Rouchauts

Allen den ghenen die dese tegenwoordigge weteren sullen
lesen oft horen lesen Saluijt wij meester Lambregt van
Stapel Regter inden hoff van Stapele die bij liggende
hoff bijnnen deze Stadt St Truiden ende aldues om-
trint, meester Willem Pikaerts, Levark Tsgroots, Robert
van Aunek, ende Jan Pantsarts alle Scepenen der hoogge
tgerecgts der Stadt vanbij ende voir sulks Laten det voir-
ginnende hoffs met operEnten kennisse der waergelijt voern
coudt ende te weten dat op heden dato onder gescreven
voir ons meyer ende Latgen als voer gericgte voirbij
engentlijcken gezamplriket endo egeslaen Antgaen ….…
der ..kue kennende Render Rouchouts presenterende en sekne
versoekiende syne namerders cappe gaen zekere aen huijs
metten appenditien gelegen ten Reye (?) men als der



























voergaede zuegelen ende bruepluen daer dese onse deur
getransfreert zijn bijden seluen antgoen aen Jan van hier
als man ende momboir Elisabetz Perkstert tgerirgt ende
nocg nijer verimet hoff t selnie huijs metten selke recgten
die hij mede sulks besittende was opgedraggen mets vryen
tot ..rboer ende behoeff van Render Rouchouts synen appr..
imter vorbij ende hoff ten dyen eynde bekandt te hebben
ontfanggen vijffticg gulden brabants eens bije helen inden
acanesti desselffue huijs aen sijnen vercooperen gescgoeten
ende vandre alle andere costen van regte welken vol-
gende is Render voirbij te sijnen versueck uit varrigdt-
ggen huijs metten appenditien wettelijck te zijnen ver-
sueck uit tegenwoordiggen huijs metten appenditien wette-
lijk te zijnen versuek uit voiropgedraggen huijs metten ap-
penditien wettelijck te zijnen versuck niue ons hoeffs regt
onlekdt elks anders goet recgt gegicgt ende gegoidt.

Dwelk is bije onssen recgter voirbij in hoiden onsser
latgen gehort ende onssen gedencknisse beu len Per
errouden hebben wij Jan herrowen Scgoultet sijne emre-
forstlijher egenliedens bisscops tot Luydick in zijne stadt
St Truijen, Willem Tayen, Jan Tsgroots, Claes van
Doerntel en de Loyck de Bailge alle Scepenen des hoo-
gge gerigts der stadt voirbij ter beden des meyers
lutgen ende eller partijen onsse propere zegelen desen
weeren aengehanggen aldus gescguer juden jaeren der
saliger geboorten des Leeffs heren Jesu Egristiusz
men screff duijsent vijffhondert en de negenennegentig
den acgden dacg der maent februarij (8 februari 1599).


Tevens vinden we kinderen Renier, Robert, maar ook Arnold van den Rouchaut (vernoemd naar de grootvader?) terug in een overzicht van het doopregister Sint-Truiden (eind 16de - begin 17de eeuw, ref. 8). Echter, eventuele kinderen van Amelis zijn niet vermeld.






















***

Referenties:
 
(1)  RA Hasselt. Foeuda (1707, Abt Mauri van der Heijden). Het register dient als repertorium op de leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden en geeft een analyse van alle verheffingen van 1355 - 1763. De verschillende lokaliteiten staan alfabetische gerangschikt. RA Hasselt. Toegang 717, Inventarisnr 674.
 
(2)  Genwiki Limburg : http://genwiki.nl/limburg/index.php?title=Verhef
 
(3)  Notice historique sur l'ancienne paroisse de Guvelingen sous St. Trond (J.Gerard). In: Bulletin de la section litteraire de la Societe des Mélophiles de Hasselt. Volume 1, pp 45-58 (Hasselt, 1864).  
   
(4)  Het archief van de benediktijnerabdij van Sint-Truiden. Deel 1 - Inventaris (Michel van der Eycken). RA Hasselt, toegangsnummer 717 (Brussel, 1985).

(5)  RA Hasselt. Archief van de Schepenbank van Sint-Truiden toegang 2006, inventaris 29 (7 jan 1598 - 24 mei 1608) folio 62(v).

(6) RA Hasselt overigen Schepenbank van Sint-Truiden (toegang 2006) bekeken 28-3-12:

nr.25 (1578-1609), folio 35 vernoeming dns Johannes vanden Rouchout. In het algemeen erg moeilijk te lezen omdat koppen ontbreken tot 1589 (circa folio 140).
nr.26 (1552-1589), folio 63, 120 en 202: Balthazar van Wezeren
nr 27 (1582-1606), folio 104-105: Balthazar van Wezeren
nr 30 (1602-1609): heel slecht te lezen!
nrs. 33, 34 en 35 (1628-1638): weinig info
nr 37 (1640-1641): folio 170: Renier van den Rouchout
nr 42 (1651-1654): folio's 171,234, 286: Renier van den Rouchout

(7) RA Hasselt. Leenboeken Abdij Sint-Truiden (toegang 717): Leen Guvelingen bij Spernaij inv. 653 (f.146), inv. 655 (f.148), inv. 656 (f.146) en inv. 657 (f. 146). Geen vernoeming meer van de familie vanden Rouchout. Gichten van de Abdij Sint-Truiden niet goed bekeken (slecht te lezen): toegang 717, inv. 667, folio 81 t/m inv. 673.

(8) RA Hasselt (leeszaal). 10 jarige Tafels Sint-Truiden 143 (3b).



Oude hoogstam bloesemboomgaard te Guvelingen (bron).

zondag 4 december 2011

Familiewapen Roechout alias Joechout?

In januari 2012 wordt er weer verder gespeurd naar de wortels van Dirk van Roucourt. Ondertussen komen er af en toe berichten binnen naar aanleiding van de website of de blog. Dat waardeer ik natuurlijk ten zeerste! Zo ook een bericht over onderstaand zegel van Robert van den Rouchout. Het betreft de ruiten van Hamal met daarboven de merlettes. Mijn vermoeden is dat deze merlettes verwijzen naar het bastaardkarakter van de familie.





















De reactie die ik heb ontvangen ondersteunt mijn vermoeden:

"Ik heb onderzoek gedaan naar het geslacht Jonckholt waar het geslacht de Hamal naar is overgegaan, nadat ze verhuisden (na de vernieling van Hamal) naar Jonckholt . Ze waren de heren van het graafschap Loon. De vogels in het wapenschild van afgeleide families stonden inderdaad voor de bastaardkinderen die ze hadden"

Recentelijk kreeg ik ook een email van dhr Daniel Peeters met betrekking tot een afbeelding in een boek van zijn voorvader, Leon van Herkenrode (pagina 22). Hij maakte mij attent op onderstaande afbeelding die zichtbaar is/was? in de Sint Gangulfuskerk te Sint-Truiden en is getekent rond 1845. Het betreft een grafsteen uit 1527 van mevr. Joel van Joechout, dochter van Mechtilde van den Putte.





















De afbeelding van Joel van Joechout lijkt wel erg veel op het wapenschild van de familie van (den) Roechout. Zijn de tekens boven de vijf ruiten van Hamal wellicht merlettes? En is de "R" wellicht voor een "J" aangezien? Zou de blauwe steen er nog zijn in deze kerk te Sint-Truiden?

Mocht er een Truienaar dit bericht lezen en in de buurt van de Sint Gangulfuskerk wonen, ik hou me aanbevolen voor een foto vermits de afbeelding nog zichtbaar is ....  info(apenstaartje)recourt.eu


Toevoeging 9 september 2012:

Wat leuk, een foto ontvangen van Dhr. R. Maebe die gemaakt is tijdens de Open Monumentendag in de kerk Sint Gangulfus te Sint-Truiden. Zowel het wapen als de naam Van Roechout in de rand is goed te lezen. 




















En nog even de wapens duidelijker in beeld gebracht:
















maandag 17 oktober 2011

Meer over stamvader Dirk van Roucourt (2)

Verder speuren naar de afkomst van stamvader Dierick van Roucourt. In augustus is reeds meer info over hem boven water gekomen (Flanders Roots). Zo was hij conchierge van de burgemeester van Halen in 1633 en lijkt er een spoor naar Tienen. Tijdens opzoekingen in het archief van Leuven (september) is er helaas weinig nieuws gevonden in de protocollen van Tiense notarissen over stamvader Dierick. Het is beperkt gebleven tot de getuigenis van Dirieck en Jan van Roucourt in 1650 bij de overdracht van de erfenis van Christianus Naveau.








Deze Dirieck en Jan zijn waarschijnlijk zonen van stamvader Dierick, die in 1637 overleed. Het ziet er dus naar uit dat de verbinding met Tienen van latere datum is, maar zekerheid hebben we nog niet omdat nog niet alle microfilms zijn doorgenomen.

Wel wordt Dierick van Roucourt genoemd in de naem van de Heilige Geest van Cortenaken bij het leenverhef na de dood van Matteijs Coenen in 1631. De Tafel van de Heilige Geest was een vroegmiddeleeuwse instelling voor armenzorg waarvan Mattheijs Coenen blijkbaar leenman was.


















Opden 17 december 1631 voor jo(nke)r Thomas Blijlevens stadt(houde)re , Jasper van Schuteput ende Jan van Geertruij de leenmanen heeft Dirick van Roucourt inden naem van de H: Geest van Cortenaken te leene verheve naer doode Mathijs Coenen de voorschreven hellicht van voorschreven drij boenders lants ende alsoo sesse dagmael gelegen tot Cortenaken op den Ridderdriesch rege(noten) als voor stell(i)g daer op voor sterfman Jan Deckers out XXXIIJ jaeren ende heeft de voorschreven Dierick Roucourt als besetman gedaen hulde , manschap ende eedt van trauwen
tergewijde.


In de regio Kortenaken - circa 5 km ten zuidwesten van Halen - blijken meer naamsverwanten voor te komen (bron leenboek Abdij van Vlierbeek). Het betreft onder andere Hendrick Rouckhaut .....





















Opden 5 februari 1627 voor Jonker Thomas Blijlevens stadthoudere Jonker Dierick de Borgreeff , mr Jan Boijens , Jasper van Schutteput ende Jan Noelants leenmanne heeft Hendrick Rouckhaut vuijt crachte van procuratie hem gegeven bij Jan Peeters gepasseert voor Wouter Claes als not(ari)s opden 3 februari 1627 alhier gesien ende volcomentlijck gebleven opgedraegen met behoorlijcke vertuijdenisse (= met behoorlijke kracht ) huijs ende hoff groot een halff boender gelegen tot Cortenaken opden gaderstock reg(enot)en Sheerenstraete ter I ende Jonker Floris van Merode heere van Duffelle .....

Opvallend is de spelling "Rouckhaut", die veel voorkomt in Sint-Truiden en wijst naar de meer oorspronkelijke familienaam "Roechout" aldaar (vanaf circa 1400).

Het leenboek van de Abdij van Vlierbeek bevat ook documenten over Maria Roukarts, die eerst getrouwd was met Jan Nijs en later met Mattheus Raymaekers (periode 1693 - 1697). Het betreft onder andere vijf sillen lants gelegen tot Cortenaken opde Cauderbergh.












Bovengenoemende Maria komt ook voor in de "Rouckaerts Familie III" zoals beschreven door Michael Roekaerts. Marie Rochaers is op 13-12-1663 gedoopt te Geetbets als dochter van Henri Rochaers en Maria Steegmans. Marie trouwde in 1685 met Joannes Neyns aldaar. Zij hertrouwde in 1692 met Matthieu Raemackers te Kortenaken. Deze "Familie III" start met Jean Rouckerts die circa 1629 trouwde met Anna Coenen en zij kregen 4 kinderen allen gedoopt te Geetbets: Georges (1629), Catherine en Guillaume (1630) en Henri Roeckaerts (1632).

Is er een verband tussen de "Familie III Rouckaerts" uit Geetbets/Kortenaken en mijn stamfamilie "Van Roucourt" die in dezelfde periode in Halen woonde? Welnu, hierbij de aanwijzingen tot nu toe:

- Dierick van Roucourt was besteman na het overlijden van Mathijs Coenen uit Cortenaken in 1631. Jean Rouckerts was gehuwd met Anna Coenen in 1629.
- Dierick van Roucourt kreeg in 1627 te Halen een zoon genaamd "Georgius" met als doopheffer Georgius Loejen. Jean Rouckerts kreeg in 1629 te Geetbets een zoon genaamd "Georges", doopheffer is helaas nog onbekend.
- Geetbets ligt slechts 6 km ten zuiden van Halen.


Loopt het spoor (via Geetbets) naar Sint-Truiden dat circa 10 km ten zuidoosten ligt? Opvallend is dus ook de naamsvariant "Rouckhaut" die heel specfiek gekoppeld lijkt met de familie Roechout uit Sint-Truiden.

Wat we in ieder geval weten is dat Geetbets het in de 16de eeuw zwaar te verduren had tijdens de strijd tussen de Geuzen en de Spanjaarden. In 1578 was het dorp nagenoeg volledig ontvolkt (Wikipedia bron). Grote kans dus dat de familie Roekaerts ergens anders vandaan is gekomen, wellicht van Sint-Truiden?


Rouckaerts versus Roucourt weergeven op een grotere kaart

Groene markers: vanaf circa 1610, stamlijn (van) Roucourt
Blauwe markers: vanaf 1620, families Roeckaerts
Rode markers: vanaf 1350, familie van(den) Rouchout (zelfde wapenschild/leenregister)

vrijdag 28 januari 2011

De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (2)

In deze blog een vrij gedetailleerd overzicht van mijn bezoek aan het RA Hasselt van 25 jan j.l. Doel was te achterhalen welke leenboeken van de Abdij Sint-Truiden nog origineel zijn en welke niet. Verder zoveel mogelijk getracht het leenregister van de Abt Maurus van der Heyden m.b.t. de namen Roechout alias Boechout te valideren. Immers, zijn Foeuda uit 1707 is een van de aanleidingen om een naamsverandering te veronderstellenDeze blog (2) bouwt voort op de vorige blog omtrent de leenboeken en oorkonden van Sint-Truiden (1).  Het inventarisoverzicht van Michel van der Eycken (Brussel, 1985 en toegangsnummer 717) is als leidraad gebruikt.  


Leenboeken voor 1420


Er blijken geen originele leenboeken van voor 1420 meer te zijn. Het overzicht zoals opgesteld door Abt Maurus van der Heyden (periode 1690-1730) de Foeuda dient als repertorium op de leenboeken en geeft een analyse van alle verheffingen van circa 1355 to 1763. Dit werk is in de vorige blogs herhaaldelijk aangehaald en wordt als van hoge kwaliteit beschouwd.

Er zijn nog wel fragmenten van een index over de 14de eeuw (inventarisnummer 648).
















Dit werk stamt uit de 17de eeuw en is onvolledig (auteur onbekend). Het is dus een voorloper van de Foeuda van de Abt Mauri van der Heyden uit 1707.
















In dit gedeeltelijke register beschrijft folio 125 en 125v het leen Baardwijk waarin ook heer Jan van Boechout wordt genoemd (zie ook de vorige blog).







































Dezelfde informatie vinden we dus ook in het uitgebreide Foeuda overzicht uit 1707 (inventarisnummer 674) met het grote verschil dat Jan niet Boechout maar Roechout heet.

























In het gedeeltelijke register uit de 17de eeuw vinden we ook sporen van Willem van Boechout te Sint-Truiden en omgeving. Het betreft folio's 178, 181 en 182.

land te Mielen ....



land in de omgeving van het begijnhof te Sint-Truiden (?)



.. en een terrein in de omgeving van de Abdij van Mielen




















Ook in het werk van de Abt, komen we een Wilhelm tegen waar hij ook Boechout (Bouchaut) wordt genoemd. Er is echter te weinig info om te kunnen concluderen dat beiden dezelfde persoon zijn.




















Leenboeken na 1420.

Vanaf 1420 zijn er nog wel originelen beschikbaar. We kunnen het leenregister van de Abt uit 1707 gebruiken om juiste folio's te vinden over de familie van Roechout (de naam Boechout komt niet meer voor).

Bijvoorbeeld de lenen bij Berlingen:

























De Abt schrijft dat op 9 april 1434 Robert vanden Roechout trouwde met de dochter van Abraham Luteo. Verderop lezen we dat ze Mechtildis heette. Deze informatie is te vinden in EB77 en dat heeft nu als inventarisnummer 649. Zie hieronder folio 77 en de info staat in de tweede paragraaf.




















Ook verwijst de Abt in zijn Foeuda omtrent Berlingen en de familie vanden Roechout naar folio 232 en inderdaad ook deze originele informatie is terug te vinden:

























en dat geldt ook voor folio 515 in de onderste paragraaf (Robert vanden Roechout, junior)

























Ook de latere verwijzingen van het werk van de Abt zijn te traceren naar de originele leenboeken. Geconcludeerd kan worden dat de Foeuda een nauwkeurig register is van originele leenboeken voor zover als controleerbaar.

***

zaterdag 15 januari 2011

De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (1)

Op weg naar een verdere onderbouwing van de naamsverandering "van Boechout" naar "van (den) Roechout" en op zoek naar zoveel als mogelijk originele documenten. Een overzicht van de Sint-Truiden Abdij lenen van Baardwijk, Sint-Truiden en Berlingen voor en na 1400 in relatie tot de naam Boechout en Roechout (Rouchaut).


I.   BAARDWIJK (voor 1400).


(A) Leenboek Abdij van Sint-Truiden uit 1707 door Abt Mauri van der Heyden

Belangrijk is het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden dat is opgesteld door de Abt Mauri vander Heyden van de Abdij te Sint-Truiden in 1707 getiteld: Foeuda cum ferie Vassolorum St.Trudonis. Aan de kwaliteit van dit werk is getwijfeld en het is daarom van belang zoveel mogelijk onderbouwing te verkrijgen. De archivaris van het rijksarchief van Hasselt heeft mij echter verzekerd dat dit werk uit 1707 geen willekeurig genealogisch overzicht is. Het is een leenboek, een register van de leengoederen van de Abdij van Sint-Truiden en is voor die periode van notariele kwaliteit. De Abt heeft op basis van oudere versies van het leenboek van de Abdij, waar van alles was bijgeschreven, een nieuwe opgeschoonde versie gemaakt. Dergelijke leenboeken zijn belangrijk want ze beschrijven de rechten en plichten van de leenmannen. Het boek begint dan ook met Den Eedt der Leenmannen.






































(B)  Heer Jan van Roechout heette eigenlijk heer Jan van Boechout.

De veronderstelling dat er een naamsverandering heeft plaatsgevonden is gestart met de waarneming dat in het bovengenoemde leenboek in de periode 1350-1400 de naam heer Jan van Roechout (Latijn: D: Joanni de Rouchaut en Dnm Joannem de Rouchaut) twee keer voorkomt op de pagina 63 betreffende het leengoed Baardwijk (nu Waalwijk, Noord-Brabant).  Zie hieronder de scan betreffende "de tienden van Baardwijk". Twee keer klikken geeft een grote weergave.









































Volgens deze versie van het leenboek van de Abt uit 1707, krijgt D: Joanni de Rouchaut alias heer Jan van Roechout op 15 april 1358 het recht op de tienden van Baardwijk, een en ander vastgelegd voor het altaar van de Abdij van Sint-Truiden. Hij wordt dus leenman van Baardwijk. Op 19 mei 1389 draagt hij zijn leenrecht over aan Dnm van IJmerselen alias heer van Immerzeel.

Er is veel gespeurd naar heer Jan van Roechout, maar hij is tot nu toe niet gevonden. Wel is heer Jan van Boechout gevonden, die in dezelfde periode ook het leenrecht van Baardwijk kreeg. Zie bijvoorbeeld dit blogartikel over een oorkonde van de abdij van Sint-Truiden waarvan ook het origineel is achterhaald. Op basis van de vermelde familieverbanden en de vertaling in het Nederlands door dr. J.C. Kort betreft het dus heer Jan van Boechout, die leefde van 1320-1391. Zijn leven is het best beschreven door dr. Constant Noppen (Heren van Boechout pp 56- 64, 1991) een en ander voorzien met een uitgebreide literatuurlijst, waaronder Alphonse Wouters, voormalig archivaris te Brussel. Wouters schreef o.a. "Notice sur Le Chateau de Bouchout", waarin Jan van Bouchout ook wordt vermeld (In:  Messager de Sciences Historique, Prof.dr. Serrure en Dr. Blommaert eds: pp117-127, Gand, 1843).

Ridder Jan van Boechout (ca 1320 - 3 juli 1391) werd in 1362 borggraaf van Brussel, vocht tijdens de slag bij Baesweiler (1371) en Grave (1386) en reisde midden 14de eeuw naar Maastricht voor het verkrijgen van steun, samen met Wencelas, graaf van Brabant i.v.m. de slag bij Scheut. Het is bekend dat hij veel bastaardkinderen heeft gekregen.

(C)  De inventarisatie van dr. J.C. Kort en oudere versies van de leenboeken, leenregisters van de Abdij van Sint-Truiden.

Dus alles wijst er op dat de "heer Jan van Roechout" uit het leenregister van de Abdij Sint-Truiden (1707) dezelfde is als "heer Jan van Boechout" uit de literatuur. Blijkbaar moet er ergens in oudere versies van het leenboek van de Abdij aanwijzingen zijn geweest, die er toe hebben geleid om in de leenboekversie van 1707 "Rouchaut" te schrijven en geen "Bouchaut". Of die aanwijzingen er nu nog zijn is de vraag. Immers, na het overschrijven door de Abt zijn mogelijk de oude boeken weggegooid.

Bij speuren op het internet stuitte ik op het volgende: de lenen van de Abdij St. Truiden in het land van Heusden (waaronder Baardwijk) blijken reeds in 1986 geinventariseerd door dr. J.C. Kort  (Ons Voorgeslacht, 1986) en staan gepubliceerd in de Hollandse Genealogische Database (link Hogenda). Hij geeft in zijn overzicht aan dat rond 1300 het leen Baardwijk is gesplitst in 1A (twee derde) en 1B (een derde). Vanaf 1444 is er weer sprake van 1 leen.

1A (pagina 1): Twee derde van het leen is op 15 april 1355 toegewezen aan Jan, heer van Boekhout (Boechout, Bouchout), ridder, gehuwd met Klarisse de Myrabile. De bron hiervoor is de oorkonde zoals getranscribeerd door Charles Piot nr. CCCXCVI. Deze had ik reeds gevonden en staat beschreven in een vorig blogartikel.  Op pagina 2  van zijn overschrift meldt dr. Kort dat op 19 mei 1389 Jan van Immerzeel, ridder het leenrecht van heer Jan van Boekhout heeft verkregen. Deze informatie vinden we ook in het leenboek gedateerd op 1707 (zie scan hierboven), met het verschil dat de Abt heer Jan van Rouchaut heeft geschreven.

In het werk van dr. Kort staan referenties en ik heb het archief van Hasselt om het origineel gevraagd, wetende dat de nummering is veranderd. Het origineel bleek er te zijn. Zie de scans hieronder, inclusief enige digitale toevoegingen van mijzelf (rood). Aan de zijkanten van de afschriften kan ik zien dat ze uit een boek komen, waarschijnlijk een oudere versie van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden (twee keer klikken is grote weergave).












































































De exacte transcriptie zal nog even duren, maar globaal kan het document in 2 onderdelen worden ingedeeld:

(1) De groot geschreven hoofdtekst dat waarschijnlijk het leenrecht van Dominum Johannes de Bouchout beschrijft of een vervolg daarop. Het betreft blijkbaar niet alleen Baardwijk maar ook Herpt dat vlakbij ligt in Noord-Brabant (zie google kaart)

Hij was getrouwd met Domina Clarissa (de Myrabelle), pijlen 3 en 4.  De eerste naam in het document is Robert van Craenwijck, die op 24 febr. 1350 abt van de Abdij van Sint-Truiden werd. Hij overleed op 18 mei 1366 te Maastricht. (bron: Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden, deel 2, pp 189-212. Dr. E. Lavigne, 1988, Leeuwarden).

(2) De kleinere toevoegingen in de kantlijn en onderaan op pagina 2. Dit zijn wijzigingen van het leenrecht en toevoegingen aan het hoofddocument. Onderaan pagina 2 is de datum 19 mei 1389 te herkennen en de naam van IJmerselen. Dit stukje beschrijft waarschijnlijk de overdracht van Jan van Boechout naar Jan van Immerzeel. Ook zijn andere namen te herkennen zoals Zevenbergen en de Wit en deze namen lezen we ook in het nette leenboek versie 1707: de opvolgende leenmannen van Baardwijk.

Dus blijkbaar zijn er nog wel oudere versies van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden bewaard gebleven! In ieder geval zie ik op deze pagina geen aanwijzingen dat de naam veranderd is van Boechout naar Roechout (Latijn: Rouchaut). Maar de vergelijking van een oudere versie van het leenboek met de versie 1707, toont nog eens duidelijk aan dat het inderdaad Jan van Boechout was die het leenrecht van Baardwijk kreeg. Dit is zo duidelijk opgeschreven, dat de Abt in 1707 een sterke reden moet hebben gehad om D: Joanni de Rouchaut op te schrijven in plaats van D: Joanni de Bouchaut. Dat moet hij dus ergens anders vandaan gehaald hebben .....



II.   SINT-TRUIDEN (voor 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden uit 1707 (de opgeschoonde versie), komt Joannes de Rouchaut een keer voorkomt op de pagina betreffende een leengoed (huis) in de Plankstraat te Sint-Truiden. Samen met Joannes Schoerman was hij in 1372 uitvoerder van het testament van heer Joris van Brune (?).  Zie hieronder de scan.


Wat opvalt is dat het voorvoegsel Dominum bij Joannes de Rouchaut niet wordt gebruikt. Is dit een andere persoon dan zoals vermeld bij het leen Baardwijk? Als we de aanname doen dat bij het leen Baardwijk het gaat over ridder Jan van Boechout, dan was hij waarschijnlijk in 1372 niet in Sint-Truiden. Constant Noppen schrijft namelijk in zijn werk dat ridder Jan van Boechout na de slag bij Basweiler (22 augustus 1371) gevangen is genomen en opgesloten in het kasteel van Nideggen aan de Roer en daar heeft hij circa 2 jaar gezeten. 



Is bovengenomende Joannes Rouchaut een bastaardzoon van ridder Jan van Boechout en dus de eerste Sint-Truidense Roechout generatie?  We weten natuurlijk niet wanneer de naam veranderd is, bijvoorbeeld na het overlijden in 1391 van ridder Jan van Boechout. De kans is dus aanwezig dat in de oorspronkelijke oorkonden/registers Johannes de Rouchaut  de achternaam Boechout nog heeft.

In deel 2 van het werk van Charles Piot vinden we een aanwijzing (oorkonde CCCCLI). In 1370 worden 175 met naam genoemde inwoners van Sint-Truiden door proost Georges d'Arscheit (Keulen) geexcommuniceerd t.g.v. rebellie en heiligschennis. Het betreft lijkt me een groot gedeelte van de 'bourgois' van Sint-Truiden. Onder de namen vinden we drie keer de naam Boechout: Johannem Boechout, Egidium Boechout en Willelmum Boechout (zie scans hieronder). De naam Roechout komt in dit overzicht niet voor. De genoemde Johannem Boechout kan dus dezelfde zijn als Johannes de Rouchaut uit het leenregister versie 1707. 




Wellicht zijn er toch nog oorspronkelijke versies van het leenboek Sint-Truiden voor 1400 bewaard gebleven, net als voor Baardwijk? Dat is een mooi doel voor een volgend bezoek aan het archief van Hasselt.

Overigens komt de naam Guilhelmus de Bauchaut (Willem Boechout?) wel een keer voor in het leenboek versie 1707. Het betreft een vermelding die verwijst naar 14 november 1360 in verband met een ander leengoed van 5 zillen landbouwgrond in de omgeving van Sint-Truiden. Zie de scan hieronder. Het betreft Guvelingen, iets ten noorden van Sint-Truiden. Vanaf eind 1400 vinden we daar ook de naam vanden Rouchaut in het leenboek versie 1707 in relatie tot leengoederen in Guvelingen. Zie hier een geografisch overzicht.






















III. BERLINGEN EN ULBEEK (na 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden versie 1707, vinden we de naam Rouchaut na 1400 meermaals terug. Het eerst op 9 april 1434 waar wordt geschreven dat Robertus vanden Rouchaut trouwt met de dochter van Abraham de Luteo. Het betreft het leengoed Berlingen, zie ook deze blog. Op 17 maart 1450 is Robertus blijkbaar overleden want zijn broer Waltherium (Wouter) vanden Rouchaut wordt voogd van de weduwe Mechtildis de Luteo. Op 15 december 1472 overlijdt Waltherium waarbij het voogdijschap overgaat naar Eustachius Wijnrix. In 1480 en 1498 wordt Robertus van den Rouchaut junior genoemd.








Opvallend is dus dat het tussenvoegsel "de" na 1400 is vervangen door "vanden". De naam Rouchaut vinden we na 1460 ook terug in andere onderdelen van het leenboek 1707. Belangrijker is dat de naam "vanden Roechout" in de regio Sint-Truiden na 1400 ook in andere oorkonden gaat voorkomen.

Het betreft o.a. een oorkonde uit 1427 omtrent het verpachten van land nabij Ulbeek. Deze plaats hoort nu bij de gemeente Wellen en ligt vlakbij Berlingen, het leengoed van de Abdij van Sint-Truiden dat hierboven is beschreven (google kaart).



Samenvatting van de transcriptie door J. Grauwels, adjunct-conservator archief Hasselt (Regestenlijst der Oorkonden van de Landkommanderij Oudenbiezen en Onderhorige Kommanderijen, Brussel 1966).

30 september 1427: De schout en schepen van Ulbeek oorkonden dat Robert van den Roechut, schepen van Sint/Truiden, aan zijn zwager Machiel Sgroits uit Sint-Truiden voor anderhalve mud rogge per jaar verpacht heeft een bunder land, gelegen op de berg, naast de erven van Johan vanden Roechut, Geert Prijns en Herman Vriesen, en dat Johan van de Rochout aan zijn zwager M- Sgroits voor 9 jaar tegen 2,5 mud rogge per jaar verpacht heeft 28 grote en 7,5 kleine roeden land aldaar gelegen.  

En voor de volledigheid ook de achterkant van de bovengenoemde oorkonde, waarop een samenvatting staat:


Eerder in 1426 vinden we een oorkonde waaruit blijkt dat Robert, Johan en Wouter van den Roeckoute broers zijn. Dit komt dus overeen met de informatie in het leenboek bij het leengoed Berlingen  (zie hierboven).


Samenvatting transcriptie (J.Grauwels, 1966)

24 mei 1426. De meier en de laten van het Proosthof te Sint Truiden oorkonden dat Robert van den Roeckoute, schepen van Sint Truiden, aan zijn schoonbroer Michel Sgroits heeft overgedragen een erfcijns van 2 gulden, de helft van een cijns van 4 gulden op een huis, gelegen in de Koestraat, bij de erven van zijn broeders Johan en Wouter vanden Roeckoute.

De Koestraat in Sint-Truiden heet nu de Schepen Dejonghstraat. Het zegel van Robert is bewaard gebleven en toont vijf ruiten (Hamal) met daarboven 2 merlettes. Dit zegel is kenmerkend voor de familie vanden Rouchout en kan met kleine variaties (4 of 5 merlettes) tot ver in de zestiende eeuw worden teruggevonden.   


Boven: zegel Robert van den Roeckoute uit 1426, schepen te Sint-Truiden. 
Onder: zegel Robert vanden Rouchout uit 1473, schepen te Sint-Truiden. Een (klein)zoon?
Zie ook het blogartikel over de zegels.




De eerste vermelding van de naam Vanden Roechout stamt uit 1400. Het betreft Henrick vanden Roechout optredend in naam van het begijnhof van Sint-Truiden, aangaande een jaarlijkse rente van 3 vat erwten op 3 zillen land. (Aan het eind van de 7de regel van boven staat: .. Henrick en aan het begin van de 8ste regel van boven: vanden Roechout in naam des begijnhofs van Sint Agnieten  .. )





***