Posts tonen met het label Coat of Arms. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Coat of Arms. Alle posts tonen

zondag 4 december 2011

Familiewapen Roechout alias Joechout?

In januari 2012 wordt er weer verder gespeurd naar de wortels van Dirk van Roucourt. Ondertussen komen er af en toe berichten binnen naar aanleiding van de website of de blog. Dat waardeer ik natuurlijk ten zeerste! Zo ook een bericht over onderstaand zegel van Robert van den Rouchout. Het betreft de ruiten van Hamal met daarboven de merlettes. Mijn vermoeden is dat deze merlettes verwijzen naar het bastaardkarakter van de familie.





















De reactie die ik heb ontvangen ondersteunt mijn vermoeden:

"Ik heb onderzoek gedaan naar het geslacht Jonckholt waar het geslacht de Hamal naar is overgegaan, nadat ze verhuisden (na de vernieling van Hamal) naar Jonckholt . Ze waren de heren van het graafschap Loon. De vogels in het wapenschild van afgeleide families stonden inderdaad voor de bastaardkinderen die ze hadden"

Recentelijk kreeg ik ook een email van dhr Daniel Peeters met betrekking tot een afbeelding in een boek van zijn voorvader, Leon van Herkenrode (pagina 22). Hij maakte mij attent op onderstaande afbeelding die zichtbaar is/was? in de Sint Gangulfuskerk te Sint-Truiden en is getekent rond 1845. Het betreft een grafsteen uit 1527 van mevr. Joel van Joechout, dochter van Mechtilde van den Putte.





















De afbeelding van Joel van Joechout lijkt wel erg veel op het wapenschild van de familie van (den) Roechout. Zijn de tekens boven de vijf ruiten van Hamal wellicht merlettes? En is de "R" wellicht voor een "J" aangezien? Zou de blauwe steen er nog zijn in deze kerk te Sint-Truiden?

Mocht er een Truienaar dit bericht lezen en in de buurt van de Sint Gangulfuskerk wonen, ik hou me aanbevolen voor een foto vermits de afbeelding nog zichtbaar is ....  info(apenstaartje)recourt.eu


Toevoeging 9 september 2012:

Wat leuk, een foto ontvangen van Dhr. R. Maebe die gemaakt is tijdens de Open Monumentendag in de kerk Sint Gangulfus te Sint-Truiden. Zowel het wapen als de naam Van Roechout in de rand is goed te lezen. 




















En nog even de wapens duidelijker in beeld gebracht:
















zaterdag 15 januari 2011

De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (1)

Op weg naar een verdere onderbouwing van de naamsverandering "van Boechout" naar "van (den) Roechout" en op zoek naar zoveel als mogelijk originele documenten. Een overzicht van de Sint-Truiden Abdij lenen van Baardwijk, Sint-Truiden en Berlingen voor en na 1400 in relatie tot de naam Boechout en Roechout (Rouchaut).


I.   BAARDWIJK (voor 1400).


(A) Leenboek Abdij van Sint-Truiden uit 1707 door Abt Mauri van der Heyden

Belangrijk is het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden dat is opgesteld door de Abt Mauri vander Heyden van de Abdij te Sint-Truiden in 1707 getiteld: Foeuda cum ferie Vassolorum St.Trudonis. Aan de kwaliteit van dit werk is getwijfeld en het is daarom van belang zoveel mogelijk onderbouwing te verkrijgen. De archivaris van het rijksarchief van Hasselt heeft mij echter verzekerd dat dit werk uit 1707 geen willekeurig genealogisch overzicht is. Het is een leenboek, een register van de leengoederen van de Abdij van Sint-Truiden en is voor die periode van notariele kwaliteit. De Abt heeft op basis van oudere versies van het leenboek van de Abdij, waar van alles was bijgeschreven, een nieuwe opgeschoonde versie gemaakt. Dergelijke leenboeken zijn belangrijk want ze beschrijven de rechten en plichten van de leenmannen. Het boek begint dan ook met Den Eedt der Leenmannen.






































(B)  Heer Jan van Roechout heette eigenlijk heer Jan van Boechout.

De veronderstelling dat er een naamsverandering heeft plaatsgevonden is gestart met de waarneming dat in het bovengenoemde leenboek in de periode 1350-1400 de naam heer Jan van Roechout (Latijn: D: Joanni de Rouchaut en Dnm Joannem de Rouchaut) twee keer voorkomt op de pagina 63 betreffende het leengoed Baardwijk (nu Waalwijk, Noord-Brabant).  Zie hieronder de scan betreffende "de tienden van Baardwijk". Twee keer klikken geeft een grote weergave.









































Volgens deze versie van het leenboek van de Abt uit 1707, krijgt D: Joanni de Rouchaut alias heer Jan van Roechout op 15 april 1358 het recht op de tienden van Baardwijk, een en ander vastgelegd voor het altaar van de Abdij van Sint-Truiden. Hij wordt dus leenman van Baardwijk. Op 19 mei 1389 draagt hij zijn leenrecht over aan Dnm van IJmerselen alias heer van Immerzeel.

Er is veel gespeurd naar heer Jan van Roechout, maar hij is tot nu toe niet gevonden. Wel is heer Jan van Boechout gevonden, die in dezelfde periode ook het leenrecht van Baardwijk kreeg. Zie bijvoorbeeld dit blogartikel over een oorkonde van de abdij van Sint-Truiden waarvan ook het origineel is achterhaald. Op basis van de vermelde familieverbanden en de vertaling in het Nederlands door dr. J.C. Kort betreft het dus heer Jan van Boechout, die leefde van 1320-1391. Zijn leven is het best beschreven door dr. Constant Noppen (Heren van Boechout pp 56- 64, 1991) een en ander voorzien met een uitgebreide literatuurlijst, waaronder Alphonse Wouters, voormalig archivaris te Brussel. Wouters schreef o.a. "Notice sur Le Chateau de Bouchout", waarin Jan van Bouchout ook wordt vermeld (In:  Messager de Sciences Historique, Prof.dr. Serrure en Dr. Blommaert eds: pp117-127, Gand, 1843).

Ridder Jan van Boechout (ca 1320 - 3 juli 1391) werd in 1362 borggraaf van Brussel, vocht tijdens de slag bij Baesweiler (1371) en Grave (1386) en reisde midden 14de eeuw naar Maastricht voor het verkrijgen van steun, samen met Wencelas, graaf van Brabant i.v.m. de slag bij Scheut. Het is bekend dat hij veel bastaardkinderen heeft gekregen.

(C)  De inventarisatie van dr. J.C. Kort en oudere versies van de leenboeken, leenregisters van de Abdij van Sint-Truiden.

Dus alles wijst er op dat de "heer Jan van Roechout" uit het leenregister van de Abdij Sint-Truiden (1707) dezelfde is als "heer Jan van Boechout" uit de literatuur. Blijkbaar moet er ergens in oudere versies van het leenboek van de Abdij aanwijzingen zijn geweest, die er toe hebben geleid om in de leenboekversie van 1707 "Rouchaut" te schrijven en geen "Bouchaut". Of die aanwijzingen er nu nog zijn is de vraag. Immers, na het overschrijven door de Abt zijn mogelijk de oude boeken weggegooid.

Bij speuren op het internet stuitte ik op het volgende: de lenen van de Abdij St. Truiden in het land van Heusden (waaronder Baardwijk) blijken reeds in 1986 geinventariseerd door dr. J.C. Kort  (Ons Voorgeslacht, 1986) en staan gepubliceerd in de Hollandse Genealogische Database (link Hogenda). Hij geeft in zijn overzicht aan dat rond 1300 het leen Baardwijk is gesplitst in 1A (twee derde) en 1B (een derde). Vanaf 1444 is er weer sprake van 1 leen.

1A (pagina 1): Twee derde van het leen is op 15 april 1355 toegewezen aan Jan, heer van Boekhout (Boechout, Bouchout), ridder, gehuwd met Klarisse de Myrabile. De bron hiervoor is de oorkonde zoals getranscribeerd door Charles Piot nr. CCCXCVI. Deze had ik reeds gevonden en staat beschreven in een vorig blogartikel.  Op pagina 2  van zijn overschrift meldt dr. Kort dat op 19 mei 1389 Jan van Immerzeel, ridder het leenrecht van heer Jan van Boekhout heeft verkregen. Deze informatie vinden we ook in het leenboek gedateerd op 1707 (zie scan hierboven), met het verschil dat de Abt heer Jan van Rouchaut heeft geschreven.

In het werk van dr. Kort staan referenties en ik heb het archief van Hasselt om het origineel gevraagd, wetende dat de nummering is veranderd. Het origineel bleek er te zijn. Zie de scans hieronder, inclusief enige digitale toevoegingen van mijzelf (rood). Aan de zijkanten van de afschriften kan ik zien dat ze uit een boek komen, waarschijnlijk een oudere versie van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden (twee keer klikken is grote weergave).












































































De exacte transcriptie zal nog even duren, maar globaal kan het document in 2 onderdelen worden ingedeeld:

(1) De groot geschreven hoofdtekst dat waarschijnlijk het leenrecht van Dominum Johannes de Bouchout beschrijft of een vervolg daarop. Het betreft blijkbaar niet alleen Baardwijk maar ook Herpt dat vlakbij ligt in Noord-Brabant (zie google kaart)

Hij was getrouwd met Domina Clarissa (de Myrabelle), pijlen 3 en 4.  De eerste naam in het document is Robert van Craenwijck, die op 24 febr. 1350 abt van de Abdij van Sint-Truiden werd. Hij overleed op 18 mei 1366 te Maastricht. (bron: Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden, deel 2, pp 189-212. Dr. E. Lavigne, 1988, Leeuwarden).

(2) De kleinere toevoegingen in de kantlijn en onderaan op pagina 2. Dit zijn wijzigingen van het leenrecht en toevoegingen aan het hoofddocument. Onderaan pagina 2 is de datum 19 mei 1389 te herkennen en de naam van IJmerselen. Dit stukje beschrijft waarschijnlijk de overdracht van Jan van Boechout naar Jan van Immerzeel. Ook zijn andere namen te herkennen zoals Zevenbergen en de Wit en deze namen lezen we ook in het nette leenboek versie 1707: de opvolgende leenmannen van Baardwijk.

Dus blijkbaar zijn er nog wel oudere versies van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden bewaard gebleven! In ieder geval zie ik op deze pagina geen aanwijzingen dat de naam veranderd is van Boechout naar Roechout (Latijn: Rouchaut). Maar de vergelijking van een oudere versie van het leenboek met de versie 1707, toont nog eens duidelijk aan dat het inderdaad Jan van Boechout was die het leenrecht van Baardwijk kreeg. Dit is zo duidelijk opgeschreven, dat de Abt in 1707 een sterke reden moet hebben gehad om D: Joanni de Rouchaut op te schrijven in plaats van D: Joanni de Bouchaut. Dat moet hij dus ergens anders vandaan gehaald hebben .....



II.   SINT-TRUIDEN (voor 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden uit 1707 (de opgeschoonde versie), komt Joannes de Rouchaut een keer voorkomt op de pagina betreffende een leengoed (huis) in de Plankstraat te Sint-Truiden. Samen met Joannes Schoerman was hij in 1372 uitvoerder van het testament van heer Joris van Brune (?).  Zie hieronder de scan.


Wat opvalt is dat het voorvoegsel Dominum bij Joannes de Rouchaut niet wordt gebruikt. Is dit een andere persoon dan zoals vermeld bij het leen Baardwijk? Als we de aanname doen dat bij het leen Baardwijk het gaat over ridder Jan van Boechout, dan was hij waarschijnlijk in 1372 niet in Sint-Truiden. Constant Noppen schrijft namelijk in zijn werk dat ridder Jan van Boechout na de slag bij Basweiler (22 augustus 1371) gevangen is genomen en opgesloten in het kasteel van Nideggen aan de Roer en daar heeft hij circa 2 jaar gezeten. 



Is bovengenomende Joannes Rouchaut een bastaardzoon van ridder Jan van Boechout en dus de eerste Sint-Truidense Roechout generatie?  We weten natuurlijk niet wanneer de naam veranderd is, bijvoorbeeld na het overlijden in 1391 van ridder Jan van Boechout. De kans is dus aanwezig dat in de oorspronkelijke oorkonden/registers Johannes de Rouchaut  de achternaam Boechout nog heeft.

In deel 2 van het werk van Charles Piot vinden we een aanwijzing (oorkonde CCCCLI). In 1370 worden 175 met naam genoemde inwoners van Sint-Truiden door proost Georges d'Arscheit (Keulen) geexcommuniceerd t.g.v. rebellie en heiligschennis. Het betreft lijkt me een groot gedeelte van de 'bourgois' van Sint-Truiden. Onder de namen vinden we drie keer de naam Boechout: Johannem Boechout, Egidium Boechout en Willelmum Boechout (zie scans hieronder). De naam Roechout komt in dit overzicht niet voor. De genoemde Johannem Boechout kan dus dezelfde zijn als Johannes de Rouchaut uit het leenregister versie 1707. 




Wellicht zijn er toch nog oorspronkelijke versies van het leenboek Sint-Truiden voor 1400 bewaard gebleven, net als voor Baardwijk? Dat is een mooi doel voor een volgend bezoek aan het archief van Hasselt.

Overigens komt de naam Guilhelmus de Bauchaut (Willem Boechout?) wel een keer voor in het leenboek versie 1707. Het betreft een vermelding die verwijst naar 14 november 1360 in verband met een ander leengoed van 5 zillen landbouwgrond in de omgeving van Sint-Truiden. Zie de scan hieronder. Het betreft Guvelingen, iets ten noorden van Sint-Truiden. Vanaf eind 1400 vinden we daar ook de naam vanden Rouchaut in het leenboek versie 1707 in relatie tot leengoederen in Guvelingen. Zie hier een geografisch overzicht.






















III. BERLINGEN EN ULBEEK (na 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden versie 1707, vinden we de naam Rouchaut na 1400 meermaals terug. Het eerst op 9 april 1434 waar wordt geschreven dat Robertus vanden Rouchaut trouwt met de dochter van Abraham de Luteo. Het betreft het leengoed Berlingen, zie ook deze blog. Op 17 maart 1450 is Robertus blijkbaar overleden want zijn broer Waltherium (Wouter) vanden Rouchaut wordt voogd van de weduwe Mechtildis de Luteo. Op 15 december 1472 overlijdt Waltherium waarbij het voogdijschap overgaat naar Eustachius Wijnrix. In 1480 en 1498 wordt Robertus van den Rouchaut junior genoemd.








Opvallend is dus dat het tussenvoegsel "de" na 1400 is vervangen door "vanden". De naam Rouchaut vinden we na 1460 ook terug in andere onderdelen van het leenboek 1707. Belangrijker is dat de naam "vanden Roechout" in de regio Sint-Truiden na 1400 ook in andere oorkonden gaat voorkomen.

Het betreft o.a. een oorkonde uit 1427 omtrent het verpachten van land nabij Ulbeek. Deze plaats hoort nu bij de gemeente Wellen en ligt vlakbij Berlingen, het leengoed van de Abdij van Sint-Truiden dat hierboven is beschreven (google kaart).



Samenvatting van de transcriptie door J. Grauwels, adjunct-conservator archief Hasselt (Regestenlijst der Oorkonden van de Landkommanderij Oudenbiezen en Onderhorige Kommanderijen, Brussel 1966).

30 september 1427: De schout en schepen van Ulbeek oorkonden dat Robert van den Roechut, schepen van Sint/Truiden, aan zijn zwager Machiel Sgroits uit Sint-Truiden voor anderhalve mud rogge per jaar verpacht heeft een bunder land, gelegen op de berg, naast de erven van Johan vanden Roechut, Geert Prijns en Herman Vriesen, en dat Johan van de Rochout aan zijn zwager M- Sgroits voor 9 jaar tegen 2,5 mud rogge per jaar verpacht heeft 28 grote en 7,5 kleine roeden land aldaar gelegen.  

En voor de volledigheid ook de achterkant van de bovengenoemde oorkonde, waarop een samenvatting staat:


Eerder in 1426 vinden we een oorkonde waaruit blijkt dat Robert, Johan en Wouter van den Roeckoute broers zijn. Dit komt dus overeen met de informatie in het leenboek bij het leengoed Berlingen  (zie hierboven).


Samenvatting transcriptie (J.Grauwels, 1966)

24 mei 1426. De meier en de laten van het Proosthof te Sint Truiden oorkonden dat Robert van den Roeckoute, schepen van Sint Truiden, aan zijn schoonbroer Michel Sgroits heeft overgedragen een erfcijns van 2 gulden, de helft van een cijns van 4 gulden op een huis, gelegen in de Koestraat, bij de erven van zijn broeders Johan en Wouter vanden Roeckoute.

De Koestraat in Sint-Truiden heet nu de Schepen Dejonghstraat. Het zegel van Robert is bewaard gebleven en toont vijf ruiten (Hamal) met daarboven 2 merlettes. Dit zegel is kenmerkend voor de familie vanden Rouchout en kan met kleine variaties (4 of 5 merlettes) tot ver in de zestiende eeuw worden teruggevonden.   


Boven: zegel Robert van den Roeckoute uit 1426, schepen te Sint-Truiden. 
Onder: zegel Robert vanden Rouchout uit 1473, schepen te Sint-Truiden. Een (klein)zoon?
Zie ook het blogartikel over de zegels.




De eerste vermelding van de naam Vanden Roechout stamt uit 1400. Het betreft Henrick vanden Roechout optredend in naam van het begijnhof van Sint-Truiden, aangaande een jaarlijkse rente van 3 vat erwten op 3 zillen land. (Aan het eind van de 7de regel van boven staat: .. Henrick en aan het begin van de 8ste regel van boven: vanden Roechout in naam des begijnhofs van Sint Agnieten  .. )





***



maandag 27 september 2010

Nieuw ontwerp familiewapen

We gaan natuurlijk voor de registratie van een wapenschild dat de oude historie van de Vlaamse familie Roucourt en de Nederlandse familie Recourt en varianten weerspiegelt. (zodat we niet meer vergeten waar we vandaan komen, want daar is al vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw onderzoek naar gedaan!)  In een eerste poging heb ik een combi gemaakt van de Roechout en het Boechout wapens. Het advies van de Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Heraldiek was daar niet positief over. Eigenlijk hebben ze wel gelijk want het was erg druk de combi van de Hamal ruiten en het kruis van Boechout plus de merlettes (vogels).

Dus na een paar voorontwerpen tot een nieuw concept wapenschild gekomen:





















en bij deze de uitleg:

De vogels (merlettes): de voorouders van de familie Roucourt en Recourt heetten Roechout (Roek-hout). In het wapen zijn soms 3 en dan 4 vogels te herkennen. Zie hieronder. Een vogel of "merlette" verwijst in ons geval waarschijnlijk naar het feit dat er voor de afstammelingen geen recht meer was op de oorspronkelijke familie erven: de familie "van Boechout" uit Meise.





















Rond 1420 staan er 2 merlettes boven de vijf ruiten:











Het rode gelijkbenige kruis: Verwijst naar het wapenschild van de familie "van Boechout".  Even ter herinnering: alles wijst er naar dat we afstammen van een zoon van Jan van Boechout die uit Meise bij Brussel kwam. Jan van Boechout was kleinzoon van Daniel van Boechout en zijn wapenschild is terug te vinden op de Erekoer van Kasteel Bouchout. Het wapen staat ook op de voorkant van het boek van Constant Noppen:



De gele achtergrond en de kraai aan de linkerzijde: de familie "van Boechout" stamt af van de familie  "van Craaynem", "van Kraainem" en nog meer varianten. Het wapenschild was een rood kruis op een gele achtergrond. Echter, somige familieleden hadden een variant met een merlette/vogel (kraai) in het eerste kwartier, ook bij Daniel van Bouchout (Boechout) is een dergelijke variant aangetroffen. 

    
De schrijver van "De Grimbergse Oorlog" geeft aan Crainhem het volgende wapenschild: "van gouden met eenen cruce daerin van kelen (rood), een craye in den quartier van sabel (zwart) sele was zijn banier" (zie vers 3790 tot 3815)


 

Bij het wapen van Arnout van Craynhem lijkt het niet erg op een kraai, maar goed.  Dus samenvattend nog even de rationale van het ontwerp.



Het rode kruis verwijst naar de familie van Boechout (Bouchout). De vogels verwijzen naar het bastaard karakter van onze familie. Er is gekozen voor een kraai in het eerste linkerkwartier omdat de familie eerst "van Kraai-nem" heette en deze ook een kraai op het wapenschild hadden. De kraai kijkt naar het rode kruis, de nakomelingen "van Boechout". In het tweede rechterkwartier staat een roek als verwijzing naar de familie "van Roec-hout", die kijkt naar zijn voorvader Jan van Boechout. De gele achtergrond verwijst naar "van Kraainem", maar is ook nog een kleine verwijzing naar de gele ruiten van Hamal (vazallen).

De Kraai en Roek horen trouwens tot dezelfde vogelfamilie. (een duif had ook gepast want toen ik vroeger mijn naam zei: "Rekoer", begonnen de omstanders soms te "koeren" ..:) )
     

 


En nu nog alles goed onderbouwen en indienen bij de Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Heraldiek voor de registratie.  Tja, dat zal nog wel even duren vrees ik wat er zijn nog een paar "witte vlekken"..................

maandag 22 februari 2010

Het mysterie "Boechout" versus "Roechout", wat zeggen de familiezegels?

Verder speuren naar een mogelijke relatie tussen de namen Rouchout en Bouchout in Sint-Truiden. Abt Mauri van der Heyden meldt in zijn leenregisteroverzicht van 1707 de naam Johannem (Jan) van Rouchout in de periode 1358-1389. In het begin van de volgende eeuw volgen Robert-, Johan-, Wouter- en Hendrik van Rouchout. In de kroniek van Sint-Truiden en het oorkonden overzocht van Piot wordt in de 14de eeuw de naam "Bouchout" gemeld en is de naam "Rouchout" niet terug te vinden. Zijn het 2 verschillende families en heeft abt Mauri zich vergist?




























D: Joanni de Rouchaut ontvangt in 1359 de tienden van Bardewijk voor het altaar van de Abdij van St.Truiden, aldus het leenregister van Abt Mauri van der Heyden in 1707. In de Kroniek van St.Truiden wordt bij dezelfde gelegenheid Domno Johanni "de Boechout" genoemd. Heer Jan van Rouchaut (alias Rouchout) en heer Jan van Boechout (alias Bouchout) lijken dezelfde persoon....  


Of is de familienaam veranderd van Boechout naar Roechout? Immers, rond 1420 wordt gesproken over de erven "van Roechout", dus de familie was toen al een of meerdere generaties in Sint-Truiden.



















Boven: uit de periode 1426 - 1427 zijn er 3 oorkonden (landkommanderij Ouden Biezen) bekend die een regeling treffen naar aanleiding van de geschillen over de nalatenschap van de ouders van Robert, Wouter en Johan (Jan) van den Roechout en schoonbroer Michel Sgroets.
Onder: de vroegst-bekende Nederlandse spellingen van de familienaam "van den Roechout" (periode: 1400-1426)  








Wellicht dat een vergelijking van de familiezegels/wapens meer inzicht biedt? Weer naar mijn privilege abonnement van Geneanet, waar het werk van Jean-Theodore de Raadt uit het eind van de 19de eeuw is in te zien. Hij heeft een grote verzameling aan familiezegels beschreven.

      













Dit werk heb ik al eens geraadpleegd voor het "Rouchout" zegel. Het waarschijnlijke familiewapen dat gebaseerd is op het wapen van Hamal. (als je op de figuren klijkt, worden deze vergroot weergegeven; terug naar de BLOG tekst met het linkerpijltje)












Net als een aantal andere families bestaat de hoofdcomponent van het familiezegel uit de vijf ruiten van de adelijke familie Hamal. De familie Rouchout heeft waarschijnlijk als vazal in Sint-Truiden een variant (ander kleurenpatroon) van het Hamal zegel aangenomen. Immers, dan wist men waar je bijhoorde. In deel 3 van het werk van De Raadt staat op pagina 280 het zegel meer in detail beschreven. Als voorbeeld is het zegel van Robert van den Rouchout genomen. Hij was rond 1480 wethouder (schepen) van Sint-Truiden. We weten dat het wapen al eerder in de 15de eeuw werd gebruikt (zie de website op de Rouchout pagina). 




















Onder de beschrijving van het Rouchout zegel, staat het zegel van Willem Rouckhoudt uit 1700. Hij was wethouder van Vilvoorde. "Vijf vogels (3+2) en boven getralied". Weinig overeenkomst met het Rouchout zegel dus.
Boven de beschrijving van het Rouchout zegel wordt Jean Rouc alias Roeck gemeld. Hij was verbonden met de abdij van Nazareth in de buurt van Lier. Zijn wapen is verdeeld in twee vakken: de eerste met een Chevron en de tweede met de letter "n" . 

Er wordt verwezen naar Bouchout ('voir Bouchout'). Interessant, wat heeft "Rouc" met "Bouchout" te maken?


Hierboven waarschijnlijk de verwijzing uit deel 1 op pagina 307 (Jean Rouc)waar De Raadt op duidt: Jean Bouchout, heer van Caster, Rumbeke en Claerhout in 1514. Ook een Chevron als basis in het zegel. 

De lijst van Bouchout zegels blijkt behoorlijk lang (deel 1 pagina 304 en 307). We vinden twee zegels die verwant zijn aan het "Rouchout" zegel en ook de "vijf ruiten van Hamal" bezitten.


   











Daniel van Boechout, pachter/leenman van Jan van Hamal te Mielen boven Aalst in 1474 (omgeving Sint-Truiden). Henri van Bouchout, gevangen tijdens de slag bij Basweiler onder heer van Linter in 1374.

Het rijtje "van Bouchout" familie leden is veel langer en we pikken er nog twee uit.













Daniel en Jan (bastaard) van Boechout, die ook beiden gevangen zijn genomen tijdens de slag van Baesweiler in 1374 (1371?). De basis van hun wapen/zegel is een kruis. Dit is het meest bekende wapen van de familie Bouchout.

Wat betreft "Jan de bastaard" lezen we op de website van Patrick Relegem het volgende: (citaat)

"Jan Van Bouchout de laatste "Van Crainhem" gehuwd met Joanna Van Hellebeke, die hem echter geen kinderen schonk. In 1371 voerde hij de Brusselaars aan in de slag van Basweiler. Hij liet ettelijke bastaards na, waaronder:
- Lonys Van Bouchout, aan wie hij Relegem schonk.
- Geeraert Van Bouchout, Heer van Raemdonck (ontving 't hof ten Bossche te Raemdonck)
- Gertrude Van Bouchout.
- Jan Van Bouchout, die te Meise woonde.
- Laureis Van Bouchout, deken van Sint-Goedele.
- Gielis Van Bouchout, die een dochter huwde van Gielis De Busco (Van Den Bossche).
- Catharina Van Bouchout, kloosterzuster te Oudergem.
- Elisabeth van Bouchout, kloosterzuster te Leliëndal bij Mechelen.

Vermits kloosters geen mannen leverden voor de strijd, moesten zij zorgen voor vervoerwagens en voor het proviand. Ze moesten ook aan de aanvoerders van de troepen gastvrijheid schenken, en daarover was het dat Lonys toezicht moest houden. Lonys van Bouchout huwde Elisabeth Boote, dochter van Amauric Boote, een rijke Brusselaar die als handelaar fortuin had gemaakt. Amaury kocht o.a. 160 bunders grond te Sterrebeek waarop hij een kasteel bouwde, het slot van Sterrebeek. (uit Stootboek) Hij werd eigenaar van het kasteel Horst te Sint-Pieters-Rode en van de Heerdij van Loupogne. Zo kocht Boote o.m. ook een versterkt slotje of Klein Kasteeltje genoemd. Dat werd later een kazerne, en is bij velen onder ons nog bekend in verband met hun legerdienst. Hij was ook een dapper strijder en steeds bereid om zijn vorst te verdedigen. In 1356 werd hij door de Mechelaars gevangen genomen. (Valerius Mechelse kronijcke blz. 140)" (eind citaat)


















In de oudste leenregisters van Brabant (1320-1350) komen ook "van Bouchout" leenmannen voor. Deze leenregisters zijn geinventariseerd door Louis Galesloot in 1865. Het betreft zowel (militair) Daniel, Egidius als Johannes van Bouchout.














Het betreft lenen te Sterbeek, Zaventhem, Werde en Steenhuffel (waar ook het gerenoveerde "Palm breweries" kasteel Diepensteijn staat). Daniel woonde in de parochie van Wemele (Wemmel), niet ver van Meise en Relegem


Samenvattend:

- De verwijzing van de Raadt van "Jean Roec" naar Jean Bouchout is interessant. Wellicht kwam de verandering van een B naar een R meer voor.
- Er blijken "van Bouchout" familieleden te zijn die net als "van Rouchout" het wapen van Hamal droegen. Er zijn veel sporen terug te vinden van de Brabantse familie "van Bouchout" in de 14de eeuw en eerder.
- Tot nu toe geen sporen "van Rouchout" in de 14 de eeuw, behalve dan bij Abt Mauri van der Heyden. Het wapen van "Willem Rouckhoudt" uit 1700 toont geen gelijkenis met "Bouchout" en "Rouchout" vertegenwoordigers.

Dus op basis van deze zegel gegevens lijkt de familie "van Rouchout" meer verwant met "van Bouchout" dan met "Rouckhoudt".