Posts tonen met het label Claire de Mirabelle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Claire de Mirabelle. Alle posts tonen

dinsdag 14 februari 2012

Jan van Boechout (alias Roechout) kwam uit Brabant en niet uit Vlaanderen.

In de blog van 22 januari is de optie besproken dat Jan (Johannes) van Boechout (alias Roechout) uit de regio Gent afkomstig was i.p.v. uit de regio Brussel. Immers, de oorkonde uit 1355 getranscribeerd door Charles Piot en vertaald door dr. J.C. Kort spreekt van Klarissa de Myrabile (ref 1,2 en 3). Jean Vilain, heer van Bouchaute bij Assenende, was getrouwd met Claire de Mirabelle. De vraag is dus: kwam Jan van Boechout uit Vlaanderen of uit Brabant? Het antwoord ligt waarschijnlijk in de overige personen die worden genoemd in de oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk.










We lezen in het origineel en de vertaling dat de zuster van Jan van Boechout, Elisabeth, was getrouwd met Hendrik Quaribbe, na het overlijden van Willem, heer van Dongen, zoon van Willem van Duvenvoorde. Welnu, Hendrik Quaribbe alias Quarebbe wordt genoemd in een genealogie zoals vastgelegd door Alphonse Wauters (ref 4).




































De naam komt dus uit de Brabantse regio Brussel-Leuven (Kwerps-Erps). Hendrik Quaribbe vocht tijdens de slag bij Basweiler, net als Jan van Boechout uit Brussel, onder de Hertog van Brabant. Bewijs hiervan vinden we ook in andere werken (ref 5). 

In meerdere oude werken, waaronder de Diplomatum Belgicorum uit 1627, vinden we per periode een opsomming van edelen en ridders uit het Hertogdom Brabant. De hieronder weergegeven "Tabula Cortenberges", vermeldt de namen die de oorkonde van Kortenberg hebben ondergetekend (ref 6).




 


















Deze oorkonde uit 1372 stamt dus uit de periode van Joanna en Wencelas van Brabant.  De volgende namen komen voor:

- Joannes de Pollanen, dominus de Lecke & Breda
- Joannes de Boechout, Burgravius Bruxellensis
- Henricus de Quaderibbe, Dominus de Bierges

Deze namen staan ook gebroederlijk in de oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk, waarna ook wordt verwezen in de Foeuda van Abt Mauri van der Heyden (ref 7). Dus, het is het meest aannemelijk dat Jan van Boechout, alias Roechout, uit Brabant kwam en Borggraaf van Brussel was. Overigens was Jan van Boechout pas vanaf 1362 Borggraaf en dus niet ten tijde van de Sint-Truidense oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk (1355). 

Tenslotte is er nog een extra bevestiging gevonden van een deel van de hierboven beschreven verwantschappen in de "Notititia Ecclesiarum Belgii" en zoals ook vermeld in het werk van Constant Noppen (ref 8 en 9).



Genealogie Jan van Boechout (Bouchout) uit Brussel en directe familie (ref 8)


Jan van Boechout (Bouchout), borggraaf van Brussel vanaf 1362 was een zoon van Gilles II (Aegidius) van Boechout en had een zuster Elisabeth die was getrouwd met Willem van Duvenvoorde. Zijn oom was Jan van Boechout, heer van Humbeek (en Loenhout). De zoon van deze Jan, Daniel III van Boechout was een tijdgenoot van borggraaf Jan van Boechout en wordt vermeld in de Diplomata Belgica als "Daniel de Bochout, dominus de Hoenbeke & Loenhout" (hierboven pp 420, bovenaan).



Not. Eccles. Belgii pag 680 (ref 9)




Not.Eccles. Belgii pag 681 (ref 9)
  

  
In de Notitia Ecclesiarum Belgii wordt de oom van Jan van Boechout genoemd rond 1315 als "Ioannem de Bouchout Dominum de Loenhout, militim" (bovenaan pagina 680). In de NOTATIO (tweede paragraaf, periode ergens tussen 1345 en 1398) lezen we:  "Dominus Ioannes de Bouchout, filius (zoon) quondam Aegidij (Gilles) de Bouchout, militis, promisit Wilhelmino de Duvenvoirde, filio (zoon) Wilhelmi Domini de Oisterhout & Elisabethe ius uxori (zijn vrouw)" ...  


Samenvattend

Op basis van beschikbare literatuur zijn de relaties van heer Jan van Boechout (alias Dnm Jan van Roechout in de Foeuda) zoals beschreven in de Sint-Truidense oorkonde uit 1355, zoveel als mogelijk geverifieerd. Alles wijst erop dat hij borggraaf Jan van Boechout was en dus behoorde tot de heren van Boechout met hun waterburcht te Meise. Het is dus zeer waarschijnlijk dat Klarissa de Myrabile (echtgenote van Jan van Boechout in 1355) en Claire de Mirabelle (echtgenote van Jean Vilain, heer van Bouchaute regio Gent) twee verschillende personen waren!



Referenties

(1) RA Hasselt. Abdij van Sint-Truiden, oorkonde 705 (1355). 

(2) Cartulaires de L'Abbaye de Saint-Trond. Charles Piot. Tome 1. Cartulaire CCCXCVI. pp 526-532 (1870, Bruxelles).

(3) Ons Voorgeslacht Jaargang 41. dr. J.C. Kort.  Lenen van de Abdij St.Truiden in het Land van Heusden 1242-1627. (1986, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie). 

(4) Histoire des Environs de Bruxelles. Alphonse Wauters. Tome 3. La Seigneure de Quaderebbe. pp 196-200 (1855, Bruxelles).

(5) Annales de la Societe L'Archelogie de Bruxelles. Tome 11. J.Th. De Raadt. La Bataille de Basweiler (22 aug. 1397), Liste des Combattants du Duc Wencelas. pp 278-301 (1897, Bruxelles).

(6) Diplomatum Belgicorum. Libi Duo. Aubertus Miraeus. Caput XCVIII. Tabula Cortenbergenses 1372. pp 418-420 (1627, Brussel).  

(7) Leenregister "Foeuda cum ferie Vassalorium Exempte et Imperialis Monasterij St. Trudonis ord: St. Benedicti. D. Mauri vander Heyden, Abbatis (1707). RA Hasselt. Toegangsnummer 717, Inventarisatienummer 674. Folio 63: De Decima de Bardewijck.

(8) De heren van Bouchout en hun Waterburcht te Meise. Constant Noppen. Genealogie pp 38. (1991, Brussel).

(9) Notitia Ecclesiarum Belgii. Aubertus Miraeus. Duvenvordij varii ecclesiis benefaciunt. pp 380-381. (1630, Antwerpen).  

***

zondag 22 januari 2012

Claire de Mirabelle, Jan van Gent alias Vilain, heer van Boekhoute ...

De resultaten van de DNA flux analyse (zie vorige blog) hebben mij toch weer aan het denken gezet omtrent de wortels van de familie. Als deze analyse blijft staan, dan zijn Italiaanse voorouders in de middeleeuwen niet uit te sluiten. Verder kwam via Louis de Bondt (Steenhuffel) de suggestie dat mogelijk de vroegste voorvader Jan van Boechout wellicht een andere Jan betreft dat tot nu is aangenomen. Tenslotte wees dhr Frans Meskens van het Kon. Hist. Genootschap op "Boekhoute" bij Assenede (regio Gent).


Dus gaan speuren waarbij de zoekfunktie van Geneanet.org wederom een prima hulpmiddel blijkt om gedigitaliseerde oude werken op te sporen. Met het bovenstaande in het achterhoofd heb ik als steekwoorden met name Mirabello, Mirabelle, Mirabel etc gebruikt. Immers Clarissa de Mirabelle wordt genoemd in oorkonde van Piot als echtgenote van Jan van Boechout bij het verkrijgen van de rechten op de tienden van Baardwijk. Van daaruit lijkt de ontwikkeling van de familie vanden Roechout in Sint-Truiden te starten. Zie voor de achtergrond mijn blogartikel van 15 januari 2010.


Welnu, alhier de resultaten van de speurtocht in de gedigitaliseerde werken:


De familie de Mirabel (Mirabello, Mirabel) wordt beschreven als afkomstig uit Noord-Italie (referentie 1). Er wordt gemeld dat de familie aan het begin van de 14de eeuw vanuit Italie naar Vlaanderen is gekomen. Er wordt gesproken over de Heren van Mirabello in de regio Pavie. Er blijkt inderdaad via Google maps een plaatsje Mirabello te vinden dat vlakbij Pavia ligt (Google maps link).  De familie wordt beschreven als zijnde handelslui en lombards. Vergelijkbare info vinden we op de website van Cees van Halem.

De eerst genoemde Mirabellos in Vlaanderen blijken Jean en Henri de Mirabelle (1309). In 1325 wordt Jean de Mirabelle ook Van Halen genoemd: Janne van Mirabel die men heit van Halen, rentmeester van Brabant. Deze Jan was blijkbaar eigendom van "du fief de Halen, pres de Malines", de heerlijkheid Halen dichtbij Mechelen. Of dit de huidige plaats Halen (regio Hasselt-Diest) betreft waar stamvader Dirk van Roucourt heeft gewoond is mij nog onduidelijk. Hij blijkt ook eigendommen in Perwijs / Perwez te hebben gehad.
Zijn kinderen zijn onder andere Simon de Mirabel en Claire de Mirabel. Simon de Mirabel breidt de eigendommen uit in Gent, Somergem, Uitendale etc. In 1326 trouwt hij met Elisabeth, onechte dochter van de graaf van Vlaanderen. Er blijkt zelft een beknopte Wikipedia pagina over deze Simon de Mirabello. We lezen dezelfde steekwoorden: koopman / bankiersfamilie en hij schijnt te zijn vermoord.
Claire de Mirabelle, de zuster van Simon, trouwde achtereenvolgens met Simon van Maelstede, Gerard van Moerseke en Jan Villain. Is deze Claire wellicht "onze" Clarissa van Mirabelle die wordt genoemd in de oorkonde omtrent de tienden van Baardwijk te Sint-Truiden?

In de Annales de L'Academie d'Archeologie de Belqique T.5 wordt de genealogie van de familie Vilain uitgebreid beschreven (referentie 2). Deze familie blijkt sterk verbonden met het huis Gent en de graaf van Vlaanderen. Op pagina 83 lezen we Jan van Gent zeg Vilain (Jean de Gand, dit Vilain) die eigenaar was van een aantal heerlijkheden te Bouchout, Nieuwelant, Crubeecque en bij "Quatre Metiers" (Vier Ambachten). Hij trouwde achtereenvolgens Marie van Malstede, zijn nicht, en ze kregen een zoon Jan II en Phillippe Wolfard. Zijn tweede vrouw was Claire de Mirabelle en van haar kreeg hij een zoon Jan van Gent (Jean de Gand), genaamd.

Dus blijkbaar was er nog een Jan die een relatie had met "Bouchout". Welke Bouchout dit is, wordt me uit dit stuk niet duidelijk.

Vergelijkbare informatie vinden we in referenties 3, 4, 5 en 6 met de opmerking dat Jan van Gent in een aantal gevallen als volgt wordt genoemd: Jean Vilain, Seigneur de Boechout of Jean de Gand, dit Vilain (of Villain), Seineur de Bouchout etc zoon van Gauthier de Gand (Wouter van Gent) van wie hij de Seigneuri de Bouchout heeft geerfd. Jan Vilain  blijkt eigenaar te zijn van de heerlijkheid Sint Jansteen. Ook de hierboven genoemde info over Claire de Mirabelle wordt bevestigd. Zij wordt ook dame de Sint Jan Steene genoemd. In referentie 6 vinden we dat Gerard van Grimbergen, de tweede echtgenoot van Claire de Mirabelle, ook Moerseke wordt genoemd. Hij was ook heer van Berlegem.

De familiewapens van Vilain en de Mirabelle vinden we in het werk van Leon de Herkenrode (referentie 7).





















Het wapenschild van de familie De Mirabelle: "De geules (rood) au lion d'or (goud/geel), a la bordure dentelée d'azur (blauw), le lion armé et lampassé d'azur (blauw)" 




















Het wapenschild van de familie Vilain: "De sable (zwart) au chef d'argent (zilver), chargé d'un lambel de sable".  Er zijn meerdere varianten waaronder enkel een zwart schild en een schildhoofd van zilver (grijs) (au chef d'argent!).

(!) Ter herinnering, het wapen van de familie Rouchout uit Sint-Truiden heeft ook een zilver schildhoofd met daarin 4 merlettes (die waarschijnlijk het bastaardkarakter voorstellen): De queules (rood), a la fasce de cinq fusee d'or (goud/geel), au chef d'argent charge de quatre merlettes de sable. Dit is de eerste keer dat ik een mogelijke oorsprong constateer voor het Rouchout wapen, ten minste voor een deel. De vijf ruiten van Hamal kunnen wijzen op het feit dat de familie Rouchout vazallen waren, of wellicht was de moeder een lid van de Hamal, van Elderen familie?

Wellicht betreft het in de oorkonde van Sint-Truiden toch een andere Jan, heer van Bouchout? De Jan Vilain blijkt in ieder geval getrouwd met Clarissa de Mirabelle en wordt ook heer van Bouchout genoemd. Als dit zo is dat zijn de verwijzingen van Charles Piot, Alphonse Wouters en Constant Noppen niet juist ...

De cruciale vraag is dus welke Bouchout wordt bedoeld in relatie tot Jan Vilain, heer van Bouchout en Clarissa de Mirabelle. Als ik kijk naar de andere genoemde locaties, dan is het logischer Boekhoute bij Assenede te veronderstellen in plaats van Bouchout bij Brussel. Zie deze kaart in Google maps en deze genealogie online met verwijzingen naar "Boekhoute". Tenslotte een link naar de stamreeks van de Graven van Gent. , zoals gepubliceerd door dr. Rottier. Ook hier wordt Boekhoute (oude naam = Bouchaute) genoemd (vanaf 21). We lezen ook bij stamnummer 13 het volgende: "de Vier Ambachten (Quatre Metiers) met hun hoofdplaatsen Assenede, Boechoute, Axel en Hulst"

Gelukkig, ook bij Boekhoute is een kasteel: http://www.kasteelterleyen.nl/ . Dit is echter van latere datum (15de eeuw), maar je kunt er tenminste overnachten  :)


Referenties / bronnen via Geneanet.org

(1) Oeuvres de Froissart, publies avec des variantes des divers manuscripts par M. le baron Kervyn de Lettenhove. Tome Vingt et Unieme. Bruxelles, 1875. Pagina's 484-499: Hale

(2) Annales de L'Academie d'Acheologie de Belgique, Tome Cinquieme. Anvers, 1848.  Pagina's 80-97: Genealogie de la Noble et Ancienne Maison Van de Steen (De Jehay), dressee par le baron Leon de Herckenrode.

(3) Histoire Genealogique des Maisons de Guines, D'Ardres, De Gand et de Coucy. Par André du Chesne. Paris, 1631. Pagina's 384-389. Histoire de la maison de Gand.

(4) Supplement aux Anciennes Dictionaire Historique de Mre. Louis Moreri. Tome Premier A-H. Amsterdam, 1716. Pagina 691: Jean de Gand, dit Villain.

(5) Dictionnaire Genealogique et Heraldique Des Familles Nobles du Royaume de Belqique par Felix Victor Goethals. Tome Premier. Bruxelles, 1849. Famille "Cristyn", paginanummers onduidelijk.

(6) Annales de L'Academie d'Archeologie de Belgique, 4e Serie, Tome VIII. Anvers, 1896. Pagina's 263-264: Gerard de Grimberghe.

(7) Complement au Nobilaire des Pays-Bas en du Comte de Bourgogne Tome 3 par le baron de Herkenronde. Gand, 1862. Pagina's 27-55: Genealogie de la famille de Ponthieure de Berlaere.

***  

zaterdag 15 januari 2011

De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (1)

Op weg naar een verdere onderbouwing van de naamsverandering "van Boechout" naar "van (den) Roechout" en op zoek naar zoveel als mogelijk originele documenten. Een overzicht van de Sint-Truiden Abdij lenen van Baardwijk, Sint-Truiden en Berlingen voor en na 1400 in relatie tot de naam Boechout en Roechout (Rouchaut).


I.   BAARDWIJK (voor 1400).


(A) Leenboek Abdij van Sint-Truiden uit 1707 door Abt Mauri van der Heyden

Belangrijk is het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden dat is opgesteld door de Abt Mauri vander Heyden van de Abdij te Sint-Truiden in 1707 getiteld: Foeuda cum ferie Vassolorum St.Trudonis. Aan de kwaliteit van dit werk is getwijfeld en het is daarom van belang zoveel mogelijk onderbouwing te verkrijgen. De archivaris van het rijksarchief van Hasselt heeft mij echter verzekerd dat dit werk uit 1707 geen willekeurig genealogisch overzicht is. Het is een leenboek, een register van de leengoederen van de Abdij van Sint-Truiden en is voor die periode van notariele kwaliteit. De Abt heeft op basis van oudere versies van het leenboek van de Abdij, waar van alles was bijgeschreven, een nieuwe opgeschoonde versie gemaakt. Dergelijke leenboeken zijn belangrijk want ze beschrijven de rechten en plichten van de leenmannen. Het boek begint dan ook met Den Eedt der Leenmannen.






































(B)  Heer Jan van Roechout heette eigenlijk heer Jan van Boechout.

De veronderstelling dat er een naamsverandering heeft plaatsgevonden is gestart met de waarneming dat in het bovengenoemde leenboek in de periode 1350-1400 de naam heer Jan van Roechout (Latijn: D: Joanni de Rouchaut en Dnm Joannem de Rouchaut) twee keer voorkomt op de pagina 63 betreffende het leengoed Baardwijk (nu Waalwijk, Noord-Brabant).  Zie hieronder de scan betreffende "de tienden van Baardwijk". Twee keer klikken geeft een grote weergave.









































Volgens deze versie van het leenboek van de Abt uit 1707, krijgt D: Joanni de Rouchaut alias heer Jan van Roechout op 15 april 1358 het recht op de tienden van Baardwijk, een en ander vastgelegd voor het altaar van de Abdij van Sint-Truiden. Hij wordt dus leenman van Baardwijk. Op 19 mei 1389 draagt hij zijn leenrecht over aan Dnm van IJmerselen alias heer van Immerzeel.

Er is veel gespeurd naar heer Jan van Roechout, maar hij is tot nu toe niet gevonden. Wel is heer Jan van Boechout gevonden, die in dezelfde periode ook het leenrecht van Baardwijk kreeg. Zie bijvoorbeeld dit blogartikel over een oorkonde van de abdij van Sint-Truiden waarvan ook het origineel is achterhaald. Op basis van de vermelde familieverbanden en de vertaling in het Nederlands door dr. J.C. Kort betreft het dus heer Jan van Boechout, die leefde van 1320-1391. Zijn leven is het best beschreven door dr. Constant Noppen (Heren van Boechout pp 56- 64, 1991) een en ander voorzien met een uitgebreide literatuurlijst, waaronder Alphonse Wouters, voormalig archivaris te Brussel. Wouters schreef o.a. "Notice sur Le Chateau de Bouchout", waarin Jan van Bouchout ook wordt vermeld (In:  Messager de Sciences Historique, Prof.dr. Serrure en Dr. Blommaert eds: pp117-127, Gand, 1843).

Ridder Jan van Boechout (ca 1320 - 3 juli 1391) werd in 1362 borggraaf van Brussel, vocht tijdens de slag bij Baesweiler (1371) en Grave (1386) en reisde midden 14de eeuw naar Maastricht voor het verkrijgen van steun, samen met Wencelas, graaf van Brabant i.v.m. de slag bij Scheut. Het is bekend dat hij veel bastaardkinderen heeft gekregen.

(C)  De inventarisatie van dr. J.C. Kort en oudere versies van de leenboeken, leenregisters van de Abdij van Sint-Truiden.

Dus alles wijst er op dat de "heer Jan van Roechout" uit het leenregister van de Abdij Sint-Truiden (1707) dezelfde is als "heer Jan van Boechout" uit de literatuur. Blijkbaar moet er ergens in oudere versies van het leenboek van de Abdij aanwijzingen zijn geweest, die er toe hebben geleid om in de leenboekversie van 1707 "Rouchaut" te schrijven en geen "Bouchaut". Of die aanwijzingen er nu nog zijn is de vraag. Immers, na het overschrijven door de Abt zijn mogelijk de oude boeken weggegooid.

Bij speuren op het internet stuitte ik op het volgende: de lenen van de Abdij St. Truiden in het land van Heusden (waaronder Baardwijk) blijken reeds in 1986 geinventariseerd door dr. J.C. Kort  (Ons Voorgeslacht, 1986) en staan gepubliceerd in de Hollandse Genealogische Database (link Hogenda). Hij geeft in zijn overzicht aan dat rond 1300 het leen Baardwijk is gesplitst in 1A (twee derde) en 1B (een derde). Vanaf 1444 is er weer sprake van 1 leen.

1A (pagina 1): Twee derde van het leen is op 15 april 1355 toegewezen aan Jan, heer van Boekhout (Boechout, Bouchout), ridder, gehuwd met Klarisse de Myrabile. De bron hiervoor is de oorkonde zoals getranscribeerd door Charles Piot nr. CCCXCVI. Deze had ik reeds gevonden en staat beschreven in een vorig blogartikel.  Op pagina 2  van zijn overschrift meldt dr. Kort dat op 19 mei 1389 Jan van Immerzeel, ridder het leenrecht van heer Jan van Boekhout heeft verkregen. Deze informatie vinden we ook in het leenboek gedateerd op 1707 (zie scan hierboven), met het verschil dat de Abt heer Jan van Rouchaut heeft geschreven.

In het werk van dr. Kort staan referenties en ik heb het archief van Hasselt om het origineel gevraagd, wetende dat de nummering is veranderd. Het origineel bleek er te zijn. Zie de scans hieronder, inclusief enige digitale toevoegingen van mijzelf (rood). Aan de zijkanten van de afschriften kan ik zien dat ze uit een boek komen, waarschijnlijk een oudere versie van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden (twee keer klikken is grote weergave).












































































De exacte transcriptie zal nog even duren, maar globaal kan het document in 2 onderdelen worden ingedeeld:

(1) De groot geschreven hoofdtekst dat waarschijnlijk het leenrecht van Dominum Johannes de Bouchout beschrijft of een vervolg daarop. Het betreft blijkbaar niet alleen Baardwijk maar ook Herpt dat vlakbij ligt in Noord-Brabant (zie google kaart)

Hij was getrouwd met Domina Clarissa (de Myrabelle), pijlen 3 en 4.  De eerste naam in het document is Robert van Craenwijck, die op 24 febr. 1350 abt van de Abdij van Sint-Truiden werd. Hij overleed op 18 mei 1366 te Maastricht. (bron: Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden, deel 2, pp 189-212. Dr. E. Lavigne, 1988, Leeuwarden).

(2) De kleinere toevoegingen in de kantlijn en onderaan op pagina 2. Dit zijn wijzigingen van het leenrecht en toevoegingen aan het hoofddocument. Onderaan pagina 2 is de datum 19 mei 1389 te herkennen en de naam van IJmerselen. Dit stukje beschrijft waarschijnlijk de overdracht van Jan van Boechout naar Jan van Immerzeel. Ook zijn andere namen te herkennen zoals Zevenbergen en de Wit en deze namen lezen we ook in het nette leenboek versie 1707: de opvolgende leenmannen van Baardwijk.

Dus blijkbaar zijn er nog wel oudere versies van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden bewaard gebleven! In ieder geval zie ik op deze pagina geen aanwijzingen dat de naam veranderd is van Boechout naar Roechout (Latijn: Rouchaut). Maar de vergelijking van een oudere versie van het leenboek met de versie 1707, toont nog eens duidelijk aan dat het inderdaad Jan van Boechout was die het leenrecht van Baardwijk kreeg. Dit is zo duidelijk opgeschreven, dat de Abt in 1707 een sterke reden moet hebben gehad om D: Joanni de Rouchaut op te schrijven in plaats van D: Joanni de Bouchaut. Dat moet hij dus ergens anders vandaan gehaald hebben .....



II.   SINT-TRUIDEN (voor 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden uit 1707 (de opgeschoonde versie), komt Joannes de Rouchaut een keer voorkomt op de pagina betreffende een leengoed (huis) in de Plankstraat te Sint-Truiden. Samen met Joannes Schoerman was hij in 1372 uitvoerder van het testament van heer Joris van Brune (?).  Zie hieronder de scan.


Wat opvalt is dat het voorvoegsel Dominum bij Joannes de Rouchaut niet wordt gebruikt. Is dit een andere persoon dan zoals vermeld bij het leen Baardwijk? Als we de aanname doen dat bij het leen Baardwijk het gaat over ridder Jan van Boechout, dan was hij waarschijnlijk in 1372 niet in Sint-Truiden. Constant Noppen schrijft namelijk in zijn werk dat ridder Jan van Boechout na de slag bij Basweiler (22 augustus 1371) gevangen is genomen en opgesloten in het kasteel van Nideggen aan de Roer en daar heeft hij circa 2 jaar gezeten. 



Is bovengenomende Joannes Rouchaut een bastaardzoon van ridder Jan van Boechout en dus de eerste Sint-Truidense Roechout generatie?  We weten natuurlijk niet wanneer de naam veranderd is, bijvoorbeeld na het overlijden in 1391 van ridder Jan van Boechout. De kans is dus aanwezig dat in de oorspronkelijke oorkonden/registers Johannes de Rouchaut  de achternaam Boechout nog heeft.

In deel 2 van het werk van Charles Piot vinden we een aanwijzing (oorkonde CCCCLI). In 1370 worden 175 met naam genoemde inwoners van Sint-Truiden door proost Georges d'Arscheit (Keulen) geexcommuniceerd t.g.v. rebellie en heiligschennis. Het betreft lijkt me een groot gedeelte van de 'bourgois' van Sint-Truiden. Onder de namen vinden we drie keer de naam Boechout: Johannem Boechout, Egidium Boechout en Willelmum Boechout (zie scans hieronder). De naam Roechout komt in dit overzicht niet voor. De genoemde Johannem Boechout kan dus dezelfde zijn als Johannes de Rouchaut uit het leenregister versie 1707. 




Wellicht zijn er toch nog oorspronkelijke versies van het leenboek Sint-Truiden voor 1400 bewaard gebleven, net als voor Baardwijk? Dat is een mooi doel voor een volgend bezoek aan het archief van Hasselt.

Overigens komt de naam Guilhelmus de Bauchaut (Willem Boechout?) wel een keer voor in het leenboek versie 1707. Het betreft een vermelding die verwijst naar 14 november 1360 in verband met een ander leengoed van 5 zillen landbouwgrond in de omgeving van Sint-Truiden. Zie de scan hieronder. Het betreft Guvelingen, iets ten noorden van Sint-Truiden. Vanaf eind 1400 vinden we daar ook de naam vanden Rouchaut in het leenboek versie 1707 in relatie tot leengoederen in Guvelingen. Zie hier een geografisch overzicht.






















III. BERLINGEN EN ULBEEK (na 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden versie 1707, vinden we de naam Rouchaut na 1400 meermaals terug. Het eerst op 9 april 1434 waar wordt geschreven dat Robertus vanden Rouchaut trouwt met de dochter van Abraham de Luteo. Het betreft het leengoed Berlingen, zie ook deze blog. Op 17 maart 1450 is Robertus blijkbaar overleden want zijn broer Waltherium (Wouter) vanden Rouchaut wordt voogd van de weduwe Mechtildis de Luteo. Op 15 december 1472 overlijdt Waltherium waarbij het voogdijschap overgaat naar Eustachius Wijnrix. In 1480 en 1498 wordt Robertus van den Rouchaut junior genoemd.








Opvallend is dus dat het tussenvoegsel "de" na 1400 is vervangen door "vanden". De naam Rouchaut vinden we na 1460 ook terug in andere onderdelen van het leenboek 1707. Belangrijker is dat de naam "vanden Roechout" in de regio Sint-Truiden na 1400 ook in andere oorkonden gaat voorkomen.

Het betreft o.a. een oorkonde uit 1427 omtrent het verpachten van land nabij Ulbeek. Deze plaats hoort nu bij de gemeente Wellen en ligt vlakbij Berlingen, het leengoed van de Abdij van Sint-Truiden dat hierboven is beschreven (google kaart).



Samenvatting van de transcriptie door J. Grauwels, adjunct-conservator archief Hasselt (Regestenlijst der Oorkonden van de Landkommanderij Oudenbiezen en Onderhorige Kommanderijen, Brussel 1966).

30 september 1427: De schout en schepen van Ulbeek oorkonden dat Robert van den Roechut, schepen van Sint/Truiden, aan zijn zwager Machiel Sgroits uit Sint-Truiden voor anderhalve mud rogge per jaar verpacht heeft een bunder land, gelegen op de berg, naast de erven van Johan vanden Roechut, Geert Prijns en Herman Vriesen, en dat Johan van de Rochout aan zijn zwager M- Sgroits voor 9 jaar tegen 2,5 mud rogge per jaar verpacht heeft 28 grote en 7,5 kleine roeden land aldaar gelegen.  

En voor de volledigheid ook de achterkant van de bovengenoemde oorkonde, waarop een samenvatting staat:


Eerder in 1426 vinden we een oorkonde waaruit blijkt dat Robert, Johan en Wouter van den Roeckoute broers zijn. Dit komt dus overeen met de informatie in het leenboek bij het leengoed Berlingen  (zie hierboven).


Samenvatting transcriptie (J.Grauwels, 1966)

24 mei 1426. De meier en de laten van het Proosthof te Sint Truiden oorkonden dat Robert van den Roeckoute, schepen van Sint Truiden, aan zijn schoonbroer Michel Sgroits heeft overgedragen een erfcijns van 2 gulden, de helft van een cijns van 4 gulden op een huis, gelegen in de Koestraat, bij de erven van zijn broeders Johan en Wouter vanden Roeckoute.

De Koestraat in Sint-Truiden heet nu de Schepen Dejonghstraat. Het zegel van Robert is bewaard gebleven en toont vijf ruiten (Hamal) met daarboven 2 merlettes. Dit zegel is kenmerkend voor de familie vanden Rouchout en kan met kleine variaties (4 of 5 merlettes) tot ver in de zestiende eeuw worden teruggevonden.   


Boven: zegel Robert van den Roeckoute uit 1426, schepen te Sint-Truiden. 
Onder: zegel Robert vanden Rouchout uit 1473, schepen te Sint-Truiden. Een (klein)zoon?
Zie ook het blogartikel over de zegels.




De eerste vermelding van de naam Vanden Roechout stamt uit 1400. Het betreft Henrick vanden Roechout optredend in naam van het begijnhof van Sint-Truiden, aangaande een jaarlijkse rente van 3 vat erwten op 3 zillen land. (Aan het eind van de 7de regel van boven staat: .. Henrick en aan het begin van de 8ste regel van boven: vanden Roechout in naam des begijnhofs van Sint Agnieten  .. )





***



zaterdag 20 februari 2010

Naamsverandering Bouchout naar Rouchout of twee verschillende families?

Bouchout en/of Rouchout ?

In afwachting van bericht uit Maastricht (zie blogbericht 13 februari 2010), verder speuren naar het raadsel van de namen "Bouchout" en "Rouchout" te Sint-Truiden. Mijn privilege abonnement bij geneanet.org helpt me een stapje verder. Daar vind ik de twee delen van Charles Piot uit 1870 met de volgende titel:












In het eerste deel wordt ook gesproken over de tienden van Baardwijk enwel in dezelfde periode als in de Kroniek van Sint-Truiden (1355). Er wordt een deel van de tienden toegekend aan Henri de Quaderibbe, die deze ter beschikking stelt aan zijn schoonbroer. Na een korte Franse samenvatting is de tekst verder in het Latijn. (indien je op de teksten klikt, dan worden deze vergroot weergegeven, 2 keer klikken is nog groter).

De volledige vertaling naar het Nederlands laat nog op zich wachten. Maar een Nederlandse samenvatting is reeds gepubliceerd door dr. J.C. Kort (zie hieronder). De familieverbanden die worden aangegeven lijken wel duidelijk. 








































Op de tweede helft van pagina 527 kom ik de naam Godefried van Dommelen tegen. Deze naam komen we ook tegen in de Kroniek van Sint-Truiden: de man waardoor het leen Baardwijk verloren dreigde te gaan aan Willem V graaf van Holland.





















Midden pagina 528: heer Willen van Duivenvoorde en zijn zoon Willem die getrouwd is met Elisabet (zuster van Jan van Boechout, zie pagina 531). Deze informatie vinden we ook in de werken van Constant Noppen (1991) en Alphonse Wauters (1843). 








































Pagina 530: Joannes, Dominus de Bucout, "militis". Hij was dus blijkbaar ridder. In de voetnoot wordt verwezen naar "Bouchout" onder Meise, provincie Brabant, kanton Wolverthem (bij Brussel). Dat is dus volgens Constant Noppen (1991), maar ook anderen, het domein van Bouchout alias Boechout waar de waterburcht staat (nu Nationale Plantentuin van Belgie).












Willem van Duvenvoorde is getrouwd met Elsabeth, de zus van Johannes van Boechout. Johannes van Boechout heeft het erfrecht op de twee delen van de tienden. Johannes is getrouwd met Clarissa van Mirabelle.




















en hierbij de originele acte die ik op 14 oktober 2010 van het archief Hasselt heb ontvangen:
































De vertaling volgens dr J.C. Kort in het Nederlands: Toegewezen aan Jan, heer van Boechout, ridder, gehuwd met Clarissa van Mirabelle bij overdracht door Hendrik Quaderibbe, ridder, tegen heer Jan van Polanen, heer van de Lek en Breda, Govert van Dommelen, Nicolaas Spiering van Baardwijk, Pieter Overlare en de leenman nadat Hendrik Quaderibbe huwde met Eisabeth, zuster van Jan van Boechout, leenman, weduwe van Willem, heer van Dongen, ridder, zoon van Willem van Duvenvoorde, heer van Oosterhout, die verkreeg bij overdracht tijdens abt Amelius door Dirk Loef van Baardwijk, die had belast voor Govert van Dommelen met 50 pond groten tournoois maar na vijf jaar loste, zoals Dirk verkreeg bij overdracht tijdens abt Amelius door Johan, zijn broer, zoals Dirk Loef van Barendonk.

Zie ook mijn blog artikel van 6 maart 2010 en de overeenkomsten gevonden in het boek van Constant Noppen (Heren van Boechout, 1991).


Over de familie Bouchout is redelijk wat terug te vinden op het internet. Bijvoorbeeld de genealogie van Patrick Relecom. Hij spreekt onder andere over Jan van Bouchout die in 1371 vocht in de slag van Basweiler en blijkbaar heel wat kinderen achterliet. De voornaam "Jan" en "Joannem" en ook "Jean" kunnen hetzelfde betekenen. Zie ook de website van Palm Breweries


Excommunicatie van bewoners van Sint-Truiden in 1370.

In deel 2 van het werk van Piot staat een bijzondere oorkonde. In 1370 worden 175 met naam genoemde inwoners van Sint-Truiden door proost Georges d'Arscheit (Keulen) geexcommuniceerd t.g.v. rebellie en heiligschennis. De reden van de excommunicatie is mij hier niet helemaal duidelijk, maar blijkt later in dit bericht. Het betreft lijkt me een groot gedeelte van de 'bourgois' van Sint-Truiden.









In de lijst van geexcommineerden lezen we o.a. Johannem Boechout, Egidium Boechout, ....











Zie hier de namen in de originele akte:













en ook Willelmum Boechout.







maar de naam Roechout komt niet voor.....


In 1393 wordt de excommunicatie weer opgeheven met een 'generaal pardon', mede na het betalen van een flink som geld.












De tekst van het pardon is in het oud-Nederlands en daaruit is af te leiden dat de excommunicatie in 1370 kwam omdat het een behoorlijk ongeregeld zooitje was in Sint-Truiden. De stad was bewoond door een hoog percentage "ondernemende vrijen" met positieve- maar ook negatieve eigenschappen. En de negatieve overheersten blijkbaar fors.












...dootslaghe, kerkeroeve, diefden, roeve, brande, huysbrekinggen ende andere onverdraghelike schaden ....waarbij waarschijnlijk ook eigen rechter werd gespeeld.












Maar vanaf nu een schone lei:  ..gracie van vergiffenissen .... ende dat wi die vorscreve poerteren, inwonende ende ingheseten in huere gewoenliker eeren, staet ende vrijheit weder setten ..














.... rechtspraak weer via de Schouten en Schepenen van Sint-Truiden en we zorgen voor een fatsoenlijk bestuur van de stad! In deze periode is de organisatie van het stadsbestuur ook aanzienlijk gewijzigd want die hadden er ook niet goed aan gedaan.



Van Bouchout naar Rouchout door de excommunicate?

Wellicht heeft deze uitsluiting als lid van de kerkelijke gemeenschap er toe doen besluiten om de familienaam te veranderen van Bouchout naar Rouchout? Immers na 1370, komt de naam Bouchout niet meer voor in Sint-Truiden. Rouchout des te vaker als zowel als bestuurder, maar ook verbonden met de Abdij. Wellicht heeft Abt Mauri van der Heyden daarom in zijn leenregisteroverzicht van 1707, drie keer de naam  "Rouchaut" voor Joannes (Joannem, Joanni, zie website, scroll naar beneden) gebruikt en bewust de naam Bouchout gemeden? 

We weten dat vanaf circa 1400 de familie bestuurlijke functies vervulden. Rentmeester van het begijnhof (1400, Hendrick van den Roechout), schepen van de Stad van Sint-Truiden (1420, Robert van der Roechoute) en laat van het hof van de Abdij van Sint-Truiden (1428, Jan van Rouchout).  Tevens wijzen de namen van de volgende generatie Jan/Johannes naar Joannes uit de 14de eeuw. Verder wordt in 1427 gesproken over de "erven van Johannes Rouchut etc", wat aangeeft dat de familie al langer in Sint-Truiden woonde. De naam wordt voor 1400 echter niet teruggevonden.


Of kwam de famile Rouchout later naar Sint-Truiden?

Het kan ook dat de familie Rouchout na 1375 vanuit Brabant naar Sint-Truiden is gekomen. De Abdij wordt vanaf deze periode door de hertog Wencelas en hertogin Joanna van Brabant vrij van tol verklaard en als het ware gezien alsof het in het Hertogdom is gesitueerd. Dat zou reizen en vestigen vanuit Brabant eenvoudig moeten maken.
















 
 
 
 
 
... der privilegen ende vriheden voirscreven ghenieten laten, gelije of sij binnen Brabant gheseten waren ....
 
Dat zou ook kunnen. Maar wordt je dan binnen 1 generatie schepen (wethouder) van de stad etc? Het rommelde echter in die periode op bestuurlijk vlak, waardoor er - zo lijkt het - flink is gereorganiseerd. Het kan dus best zijn dat er ruimte was voor "allochtonen" op bestuurlijk niveau.

toevoeging 7 januari 2011

Bastaardkinderen in Sint-Truiden....

Dit lijkt toch de meestwaarschijnlijke hypothese. Heer Jan van Boechout heeft veel bastaardkinderen gekregen, bekend zijn deze in de regio Brussel. Nog niet in Sint-Truiden. Abt Mauri vander Heyden noemt voor 1400, 2 keer Dominum Johannes de Rouchaut (1358 en 1389) i.v.m. de tienden van het leen Baardwijk.










en 1 keer Johannes de Rouchaut (1372) in verband met een huis in de Plankstraat van Sint-Truiden.





Van de "Dominum 1358" is in aangetoond dat in de oorspronkelijke oorkondes Heer Jan van Boechout staat. Hij zat in 1372 gevangen in Duitsland in verband met de slag bij Baesweiler, dus dat is waarschijnlijk zijn bastaardzoon Johannem Boechout (zie oorkonde 1370). De Abt toont dit door de titel Dominum weg te laten.

Na 1400 heet de familie "van den Rouchaut". Zie bijvoorbeeld hieronder Robertus vanden Rouchaut (leenregisteronderdeel Berlingen). Uit andere oorkonden weten we dat hij Robert van den Roechout heette en schepen van Sint-Truiden was. Ook lezen we Wouter (Waltherim) waarvan we weten dat rond 1420 Robert, Wouter en Johan broers waren.









Als het klopt dan moet de Abt ergens in de oorkonden/het leenregister van de Abdij van Sint-Truiden gelezen hebben dat de naam is veranderd van Boechout naar Roechout. Want waarom zo hij anders Rouchaut (Latijn voor Roechout) hebben geschreven? De "B" is bij de Piot oorkonde uit 1355 heel duidelijk, dat kan ik zelfs goed lezen.

Wellicht ligt de sleutel in de twee overige leenregister oorkonden van 1372 of 1389, waarin de Abt "de Rouchaut" schrijft? Hopelijk zijn deze er nog ...


toevoeging 13 januari 2011


Vandaag gesproken met de archivaris van het Rijksarchief van Hasselt, dhr Rombout Nijssen. Hij gaf aan dat het leenregister van de Abt Mauri van der Heyden kan worden vergeleken met hedendaags notarieel overzicht. In die tijd worden door het leenhof Abdij van Sint-Truiden de overdracht van goederen/eigendommen etc schriftelijk bijgehouden. Door de jaren heen waren daar natuurlijk veel veranderingen en werd een en ander doorgestreept etc. De Abt heeft zegt maar het notarieele leenregister netjes opnieuw weergegeven. Het is dus een offcieel register!





    

***