Posts tonen met het label Archive RA Hasselt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Archive RA Hasselt. Alle posts tonen

vrijdag 23 maart 2012

De Foeuda van de Abdij Sint-Truiden ontrafeld.

(Toevoegingen 16 april)

Bij de zoektocht naar de aansluiting van de familie van Roucourt uit Halen, Leuven, Diest met de familie vanden Rouchout (Roechout) uit Sint-Truiden, blijkt de Foeuda van de Abdij van Sint-Truiden een belangrijke sleutel te zijn. Dit werk, geschreven door Abt Maurus van der Heijden in 1707, is een samenvatting van een groot aantal leenregisters en gichten van de Abdij uit de 14de - 18de eeuw. Het werk is voorzien van een mooie handgeschilderde omslag (ref 1).

























De Foeuda beschrijft de overdracht van de leengoederen (landbouwgronden, huizen etc) van generatie op generatie. Tijdens deze gebeurtenissen werd de eed aan de leenheer uitgesproken. Dit noemde men het leenverhef ofwel releveren (reliveren). Lees ook de Genwiki Limburg (ref 2).








































De zeer waarschijnlijke voorouders van stamvader Dirk van Roucourt uit Halen worden meermaals genoemd in de Foeuda van de Abdij van Sint-Truiden. Zij waren leenmannen (en ook vrouwen komen voor) van lenen bij Guvelingen (gehucht bij Sint-Truiden), Berlingen (Ingelingen), Kozen en in de stad Sint-Truiden (St. Jans). De Abt heeft een groot aantal voorgaande leenregisters geinventariseerd en beschreven in zijn werk van 1707. Volgens de archivaris van het RA Hasselt is de Foeuda van notariële kwaliteit en kan als primaire referentie worden beschouwd.

Voor het genealogisch onderzoek naar de familie vanden Rouchout, blijkt de Foeuda een belangrijke bron. Immers de lenen werden van generatie naar generatie overgedragen, dus familieverbanden worden snel duidelijk. Echter, wel met een moeilijkheidsgraad: de teksten zijn in het Middeleeuws Latijn en dat vergt dus puzzelwerk en geduld voordat de betekenis van de teksten is ontrafeld.

Zeer relevant blijkt het leen bij Guvelingen. De beschrijving komt namelijk zeer dichtbij de mogelijk directe voorouders van stamvader Dirk van Roucourt uit Halen. Ter illustratie van het belang van leenboeken wordt daarom de folio Guvelingen (507) meer in detail behandeld.

Foeuda Guvelingen 







































De kop van de folio beschrijft het leen en de tekst van de Abt luidt alsvolgt:

De Uno Bonuaro et 15 Virgatis magnis ex tribus uim dimidio Bonuarijs terra arabilis jacenta in una petia apud Guvelingen prope mansionem de Spernai Wariscapijs intermedij juxta viam tendentem versus Molendinum inter terras Gerardi de Alken et Tilmanni Roecaert et Wilhelmi Barbiton Joris.

vertaling:

"Betreft 1 bunder en 15 grote roeden land behalve 3,5 bunder landbouwgrond liggend aan een deel bij Guvelingen dichtbij het huis van Spernai Wariscapijs aan de weg naar de Molen tussen de landerijen van Gerard van Alken, Tilman Roecaert en Wilhelm Barbiton Joris"

Het leen betreft dus land bij Guvelingen in de nabijheid van het huis van Spernai. Opvallend is dat Tilmanni Roecaert wordt genoemd als één van de buren van dit leen. De naam Tilmanni is zeldzaam en Tilmannus Roucourt (1631-1684) is zoon van stamvader van Dirk van Roucourt. De naam Tilman in onze familie is zeer waarschijnlijk afkomstig van Tilman Stas (Herk-de-Stad), de vader van de eerste vrouw van stamvader Dirk: Anna Stas. Verder wordt er expliciet beschreven dat 3,5 bunder landbouwground van dit leen is uitgesloten. Tenslotte wordt de naam Spernai genoemd. We vinden deze naam ook terug in een historisch werk, waarin de familie Spernay wordt beschreven met bezittingen te Guvelingen (ref 3).


























Na de beschrijving van het Guvelingen leen in de kop van folio 507, volgt een chronologisch overzicht van de respectievelijke leenmannen. Van 1503 tot 1596 wordt de familie vanden Roechout genoemd:


(1) 1503 28 Septembris Robertus Rouchaut maritis Margaretha Vos relevauit EG 205 ED 192

vertaling:

"28-9-1503 Robert Roechout trouwt met Margareta Vos en leenverhef"

Alhoewel dit zinnetje snel is opgeschreven, heeft het woord "relavauit" en varianten daarvan me lang bezig gehouden. Totdat ik realiseerde dat het werkwoord "releveren" slaat op de overdracht van het leen naar een volgende generatie, danwel naar een nieuwe eigenaar. De beschrijving van de Genwiki Limburg heeft daar veel bij geholpen! Het leen Guvelingen is dus door huwelijk met de familie Vos in de familie vanden Roechout gekomen.

(2) 1540 25 Octobris Aert vanden Rouchaut naer ovel sijnder auders relevauit ED 192

OK Abt, een stukje middelnederlands ertussen:

25-10-1540: Aert (Arnold) vanden Roechout leenverhef na het overlijden van zijn ouders. Aert was dus blijkbaar de erfgename zoon van Robert en Margaretha Vos.


(3) 1574 22 Nouembris Rta Arnoldi vanden Rouchaut posui in morniburium Emilium filium suim ED 192.  Dns Joannes vanden Rouchaut canonicus collegiata Ecclesia Beatae Maria Virginis Trudonis post obitum praefati Arnoldi suo es cosaeredum nomine relevauit ED 192 extra folio (v)

vertaling:
 
22-11-1574:  Rechter Arnold vanden Roechout, onder voogdij, opgevolgd door zijn zoon Emilium. Heer Joannes vanden Roechout, Kannunik van de OLV kerk te Sint-Truiden, leenverhef overdracht na het overlijden van zijn kozijn Arnold. (kozijn = achterneef)

Bovenstaande vertaling nog met enig voorbehoud, maar waarschijnlijk was Emilium bij het overlijden van zijn vader nog erg jong en is zijn verwant Joannes tijdelijk leenman geweest. Voor de naam Emilium worden varianten gebruikt zoals Amelis, Amelium, Ameil, Emilie, maar alles wijst erop dat het dezelfde persoon betreft. Rechter Arnold vinden we ook in andere archiefstukken, inclusief zijn Rouchout zegel (vijf ruiten van Hamal met daarboven vier merlettes).

(4) 1596 22 Novembris Wilhelmus Minsen titulo emptionis erga proles Emilij van den Rouchaut de nuevietate 3,5 bonuariorum juuestitur EE 212 en FF 81


vertaling:

22-11-1596 Wilhelmus Minsen koopt de titel tegenover/jegens nakomelingen van Emilij van den Roechout waarvan 3,5 bunder (landbouwgrond) opnieuw rechtmatig vastgelegd.

Dit is de laatste verwijzing van de familie vanden Roechout bij het leen Guvelingen. De vraag is natuurlijk wie de nakomelingen zijn van Emilij van den Roechout? Dat staat er helaas niet bij. De Abt geeft wel bij elke beschrijving één of meerdere referenties en in dit geval EE 212 en FF 81. Met behulp van de inventaris opgesteld door Michel van der Eycken in 1985 (ref 4) konden de originele werken worden achterhaald: Leenboek 1603 en de Gichten 1612. En deze werken blijken ook aanwezig in het RA Hasselt.

Leenboek Abdij van Sint-Truiden (1596)








een eerste transcriptie: 
 
Anno 1596. Novembris 22 . Wilhelmus Minssen emit ptacfa duo bonuaria terre a Rendro, Roberto et Amelis van Rochout filys Amely van Rochout pretio et aditconibus per Bollis in suo protocollis egerissit smiags de ijl prefatit Mynssen Amstiturs et fidelitatis iuramichtuun prijsfitit put moris Puntibus m.Godefrido Jthrio Lornetemlete, M Johannes Putzijns Nicolas Bollis, Roberto van Jouck et alijs Vassallis.

Wat in ieder geval uit de tekst blijkt is dat Willem Minssen, op 22 november 1596, 2 bunder land  (duo bonauria terre) koopt (emit) van Rendro (Render, Renier), Robert en Amelis van Rochout, zonen (filys) van Amely van Rochout.

Dus we hebben geluk en de nakomelingen van Emilij/Amelium vanden Roechout, waarna verwezen wordt in de Foeuda, blijken met naam te worden genoemd in de bron van de Abt. Weer een generatie verder, en ... Renier (Render, Rendro), Robert of Amelis zouden de vader van Dirk van Roucourt uit Halen kunnen zijn geweest.


Gichten Abdij van Sint-Truiden



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

De transcriptie van deze folio is een hele klus, maar hieronder een gevorderde versie:

1.Allen aen gheene die dese hij sullen sien oft horen leesen
2. sal uyt ---
3. dat voor ons mr Goret van Ittre van beyde die rechte
4. Liebaet stadthelder onser heeres Heer Levins
5. Belt Alet ende prelaet als meesters ende here der stadt
6. Sint Truiden van sijns caesaele Sint Truidens der selve
7. mr Jan Putzeijs , Nicolaus Bollis , Robert van Jueck
8. Jan Peeters ende Henrick van Se(?)r leenmannen ende vassallen
9. des leenen aels naer(vooren) ? Gh --stslijcts gecompareert sijn
10. Render, Robert ende Amelis van den Rouchout alle
11. kijnderen wijlen Amelis van den Rouchout hebben u
12. voorgaende octroije alsoo tsamen als inne ijder ---
13. voor ons stadthelders hant opgedraghen -------
14. allen huns recht tot orbar ende behoeff Wilhelmis Minssen
15. .---- de twee bunder lants leenen ghelegen
16. tot Sperneij velt te Guvelingen ---- die stadt
17. .---- ter ene zijde het clooster Sante Luciedael ter tweede zijde Peeter
18. Menssen en andere twee zijden waer ende duwijder ?? roije hevest
19. gu -- te vor Brat Lijcop naer lantscap ende eene -----
20. .--- peninck ?, tot eene godtspeninck waer aff die opdrager
21. bekenen ivienst ende voltaelt te sijn ende Renser ende Robert

Ook hier lezen we dus de drie zonen van Amelis van den Rouchout die 2 bunder land overdragen aan Willem Minssen.


Aanvulling 16 april 2012: Schepenbank Sint-Truiden 


Tijdens een bezoek op 28 maart j.l. gezocht naar sporen van Dirk van Roucourt in de Schepenbank van Sint-Truiden. Helaas, niets gevonden (ref 5-7).

Wel een akte over de verkoop van een huis en toebehoren voor 50 Brabantse guldens door Renier (Render) Rouchouts op 8 februari 1599 te Sint-Truiden (ref. 5). Dit is zeer waarschijnlijk Render vanden Rouchout die hierboven is genoemd. Hieronder de scan van de folio's, inclusief een eerste transcriptie.




















Voir Renier Rouchauts

Allen den ghenen die dese tegenwoordigge weteren sullen
lesen oft horen lesen Saluijt wij meester Lambregt van
Stapel Regter inden hoff van Stapele die bij liggende
hoff bijnnen deze Stadt St Truiden ende aldues om-
trint, meester Willem Pikaerts, Levark Tsgroots, Robert
van Aunek, ende Jan Pantsarts alle Scepenen der hoogge
tgerecgts der Stadt vanbij ende voir sulks Laten det voir-
ginnende hoffs met operEnten kennisse der waergelijt voern
coudt ende te weten dat op heden dato onder gescreven
voir ons meyer ende Latgen als voer gericgte voirbij
engentlijcken gezamplriket endo egeslaen Antgaen ….…
der ..kue kennende Render Rouchouts presenterende en sekne
versoekiende syne namerders cappe gaen zekere aen huijs
metten appenditien gelegen ten Reye (?) men als der



























voergaede zuegelen ende bruepluen daer dese onse deur
getransfreert zijn bijden seluen antgoen aen Jan van hier
als man ende momboir Elisabetz Perkstert tgerirgt ende
nocg nijer verimet hoff t selnie huijs metten selke recgten
die hij mede sulks besittende was opgedraggen mets vryen
tot ..rboer ende behoeff van Render Rouchouts synen appr..
imter vorbij ende hoff ten dyen eynde bekandt te hebben
ontfanggen vijffticg gulden brabants eens bije helen inden
acanesti desselffue huijs aen sijnen vercooperen gescgoeten
ende vandre alle andere costen van regte welken vol-
gende is Render voirbij te sijnen versueck uit varrigdt-
ggen huijs metten appenditien wettelijck te zijnen ver-
sueck uit tegenwoordiggen huijs metten appenditien wette-
lijk te zijnen versuek uit voiropgedraggen huijs metten ap-
penditien wettelijck te zijnen versuck niue ons hoeffs regt
onlekdt elks anders goet recgt gegicgt ende gegoidt.

Dwelk is bije onssen recgter voirbij in hoiden onsser
latgen gehort ende onssen gedencknisse beu len Per
errouden hebben wij Jan herrowen Scgoultet sijne emre-
forstlijher egenliedens bisscops tot Luydick in zijne stadt
St Truijen, Willem Tayen, Jan Tsgroots, Claes van
Doerntel en de Loyck de Bailge alle Scepenen des hoo-
gge gerigts der stadt voirbij ter beden des meyers
lutgen ende eller partijen onsse propere zegelen desen
weeren aengehanggen aldus gescguer juden jaeren der
saliger geboorten des Leeffs heren Jesu Egristiusz
men screff duijsent vijffhondert en de negenennegentig
den acgden dacg der maent februarij (8 februari 1599).


Tevens vinden we kinderen Renier, Robert, maar ook Arnold van den Rouchaut (vernoemd naar de grootvader?) terug in een overzicht van het doopregister Sint-Truiden (eind 16de - begin 17de eeuw, ref. 8). Echter, eventuele kinderen van Amelis zijn niet vermeld.






















***

Referenties:
 
(1)  RA Hasselt. Foeuda (1707, Abt Mauri van der Heijden). Het register dient als repertorium op de leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden en geeft een analyse van alle verheffingen van 1355 - 1763. De verschillende lokaliteiten staan alfabetische gerangschikt. RA Hasselt. Toegang 717, Inventarisnr 674.
 
(2)  Genwiki Limburg : http://genwiki.nl/limburg/index.php?title=Verhef
 
(3)  Notice historique sur l'ancienne paroisse de Guvelingen sous St. Trond (J.Gerard). In: Bulletin de la section litteraire de la Societe des Mélophiles de Hasselt. Volume 1, pp 45-58 (Hasselt, 1864).  
   
(4)  Het archief van de benediktijnerabdij van Sint-Truiden. Deel 1 - Inventaris (Michel van der Eycken). RA Hasselt, toegangsnummer 717 (Brussel, 1985).

(5)  RA Hasselt. Archief van de Schepenbank van Sint-Truiden toegang 2006, inventaris 29 (7 jan 1598 - 24 mei 1608) folio 62(v).

(6) RA Hasselt overigen Schepenbank van Sint-Truiden (toegang 2006) bekeken 28-3-12:

nr.25 (1578-1609), folio 35 vernoeming dns Johannes vanden Rouchout. In het algemeen erg moeilijk te lezen omdat koppen ontbreken tot 1589 (circa folio 140).
nr.26 (1552-1589), folio 63, 120 en 202: Balthazar van Wezeren
nr 27 (1582-1606), folio 104-105: Balthazar van Wezeren
nr 30 (1602-1609): heel slecht te lezen!
nrs. 33, 34 en 35 (1628-1638): weinig info
nr 37 (1640-1641): folio 170: Renier van den Rouchout
nr 42 (1651-1654): folio's 171,234, 286: Renier van den Rouchout

(7) RA Hasselt. Leenboeken Abdij Sint-Truiden (toegang 717): Leen Guvelingen bij Spernaij inv. 653 (f.146), inv. 655 (f.148), inv. 656 (f.146) en inv. 657 (f. 146). Geen vernoeming meer van de familie vanden Rouchout. Gichten van de Abdij Sint-Truiden niet goed bekeken (slecht te lezen): toegang 717, inv. 667, folio 81 t/m inv. 673.

(8) RA Hasselt (leeszaal). 10 jarige Tafels Sint-Truiden 143 (3b).



Oude hoogstam bloesemboomgaard te Guvelingen (bron).

vrijdag 28 januari 2011

De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (2)

In deze blog een vrij gedetailleerd overzicht van mijn bezoek aan het RA Hasselt van 25 jan j.l. Doel was te achterhalen welke leenboeken van de Abdij Sint-Truiden nog origineel zijn en welke niet. Verder zoveel mogelijk getracht het leenregister van de Abt Maurus van der Heyden m.b.t. de namen Roechout alias Boechout te valideren. Immers, zijn Foeuda uit 1707 is een van de aanleidingen om een naamsverandering te veronderstellenDeze blog (2) bouwt voort op de vorige blog omtrent de leenboeken en oorkonden van Sint-Truiden (1).  Het inventarisoverzicht van Michel van der Eycken (Brussel, 1985 en toegangsnummer 717) is als leidraad gebruikt.  


Leenboeken voor 1420


Er blijken geen originele leenboeken van voor 1420 meer te zijn. Het overzicht zoals opgesteld door Abt Maurus van der Heyden (periode 1690-1730) de Foeuda dient als repertorium op de leenboeken en geeft een analyse van alle verheffingen van circa 1355 to 1763. Dit werk is in de vorige blogs herhaaldelijk aangehaald en wordt als van hoge kwaliteit beschouwd.

Er zijn nog wel fragmenten van een index over de 14de eeuw (inventarisnummer 648).
















Dit werk stamt uit de 17de eeuw en is onvolledig (auteur onbekend). Het is dus een voorloper van de Foeuda van de Abt Mauri van der Heyden uit 1707.
















In dit gedeeltelijke register beschrijft folio 125 en 125v het leen Baardwijk waarin ook heer Jan van Boechout wordt genoemd (zie ook de vorige blog).







































Dezelfde informatie vinden we dus ook in het uitgebreide Foeuda overzicht uit 1707 (inventarisnummer 674) met het grote verschil dat Jan niet Boechout maar Roechout heet.

























In het gedeeltelijke register uit de 17de eeuw vinden we ook sporen van Willem van Boechout te Sint-Truiden en omgeving. Het betreft folio's 178, 181 en 182.

land te Mielen ....



land in de omgeving van het begijnhof te Sint-Truiden (?)



.. en een terrein in de omgeving van de Abdij van Mielen




















Ook in het werk van de Abt, komen we een Wilhelm tegen waar hij ook Boechout (Bouchaut) wordt genoemd. Er is echter te weinig info om te kunnen concluderen dat beiden dezelfde persoon zijn.




















Leenboeken na 1420.

Vanaf 1420 zijn er nog wel originelen beschikbaar. We kunnen het leenregister van de Abt uit 1707 gebruiken om juiste folio's te vinden over de familie van Roechout (de naam Boechout komt niet meer voor).

Bijvoorbeeld de lenen bij Berlingen:

























De Abt schrijft dat op 9 april 1434 Robert vanden Roechout trouwde met de dochter van Abraham Luteo. Verderop lezen we dat ze Mechtildis heette. Deze informatie is te vinden in EB77 en dat heeft nu als inventarisnummer 649. Zie hieronder folio 77 en de info staat in de tweede paragraaf.




















Ook verwijst de Abt in zijn Foeuda omtrent Berlingen en de familie vanden Roechout naar folio 232 en inderdaad ook deze originele informatie is terug te vinden:

























en dat geldt ook voor folio 515 in de onderste paragraaf (Robert vanden Roechout, junior)

























Ook de latere verwijzingen van het werk van de Abt zijn te traceren naar de originele leenboeken. Geconcludeerd kan worden dat de Foeuda een nauwkeurig register is van originele leenboeken voor zover als controleerbaar.

***

zaterdag 15 januari 2011

De leenboeken van de Abdij van Sint-Truiden (1)

Op weg naar een verdere onderbouwing van de naamsverandering "van Boechout" naar "van (den) Roechout" en op zoek naar zoveel als mogelijk originele documenten. Een overzicht van de Sint-Truiden Abdij lenen van Baardwijk, Sint-Truiden en Berlingen voor en na 1400 in relatie tot de naam Boechout en Roechout (Rouchaut).


I.   BAARDWIJK (voor 1400).


(A) Leenboek Abdij van Sint-Truiden uit 1707 door Abt Mauri van der Heyden

Belangrijk is het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden dat is opgesteld door de Abt Mauri vander Heyden van de Abdij te Sint-Truiden in 1707 getiteld: Foeuda cum ferie Vassolorum St.Trudonis. Aan de kwaliteit van dit werk is getwijfeld en het is daarom van belang zoveel mogelijk onderbouwing te verkrijgen. De archivaris van het rijksarchief van Hasselt heeft mij echter verzekerd dat dit werk uit 1707 geen willekeurig genealogisch overzicht is. Het is een leenboek, een register van de leengoederen van de Abdij van Sint-Truiden en is voor die periode van notariele kwaliteit. De Abt heeft op basis van oudere versies van het leenboek van de Abdij, waar van alles was bijgeschreven, een nieuwe opgeschoonde versie gemaakt. Dergelijke leenboeken zijn belangrijk want ze beschrijven de rechten en plichten van de leenmannen. Het boek begint dan ook met Den Eedt der Leenmannen.






































(B)  Heer Jan van Roechout heette eigenlijk heer Jan van Boechout.

De veronderstelling dat er een naamsverandering heeft plaatsgevonden is gestart met de waarneming dat in het bovengenoemde leenboek in de periode 1350-1400 de naam heer Jan van Roechout (Latijn: D: Joanni de Rouchaut en Dnm Joannem de Rouchaut) twee keer voorkomt op de pagina 63 betreffende het leengoed Baardwijk (nu Waalwijk, Noord-Brabant).  Zie hieronder de scan betreffende "de tienden van Baardwijk". Twee keer klikken geeft een grote weergave.









































Volgens deze versie van het leenboek van de Abt uit 1707, krijgt D: Joanni de Rouchaut alias heer Jan van Roechout op 15 april 1358 het recht op de tienden van Baardwijk, een en ander vastgelegd voor het altaar van de Abdij van Sint-Truiden. Hij wordt dus leenman van Baardwijk. Op 19 mei 1389 draagt hij zijn leenrecht over aan Dnm van IJmerselen alias heer van Immerzeel.

Er is veel gespeurd naar heer Jan van Roechout, maar hij is tot nu toe niet gevonden. Wel is heer Jan van Boechout gevonden, die in dezelfde periode ook het leenrecht van Baardwijk kreeg. Zie bijvoorbeeld dit blogartikel over een oorkonde van de abdij van Sint-Truiden waarvan ook het origineel is achterhaald. Op basis van de vermelde familieverbanden en de vertaling in het Nederlands door dr. J.C. Kort betreft het dus heer Jan van Boechout, die leefde van 1320-1391. Zijn leven is het best beschreven door dr. Constant Noppen (Heren van Boechout pp 56- 64, 1991) een en ander voorzien met een uitgebreide literatuurlijst, waaronder Alphonse Wouters, voormalig archivaris te Brussel. Wouters schreef o.a. "Notice sur Le Chateau de Bouchout", waarin Jan van Bouchout ook wordt vermeld (In:  Messager de Sciences Historique, Prof.dr. Serrure en Dr. Blommaert eds: pp117-127, Gand, 1843).

Ridder Jan van Boechout (ca 1320 - 3 juli 1391) werd in 1362 borggraaf van Brussel, vocht tijdens de slag bij Baesweiler (1371) en Grave (1386) en reisde midden 14de eeuw naar Maastricht voor het verkrijgen van steun, samen met Wencelas, graaf van Brabant i.v.m. de slag bij Scheut. Het is bekend dat hij veel bastaardkinderen heeft gekregen.

(C)  De inventarisatie van dr. J.C. Kort en oudere versies van de leenboeken, leenregisters van de Abdij van Sint-Truiden.

Dus alles wijst er op dat de "heer Jan van Roechout" uit het leenregister van de Abdij Sint-Truiden (1707) dezelfde is als "heer Jan van Boechout" uit de literatuur. Blijkbaar moet er ergens in oudere versies van het leenboek van de Abdij aanwijzingen zijn geweest, die er toe hebben geleid om in de leenboekversie van 1707 "Rouchaut" te schrijven en geen "Bouchaut". Of die aanwijzingen er nu nog zijn is de vraag. Immers, na het overschrijven door de Abt zijn mogelijk de oude boeken weggegooid.

Bij speuren op het internet stuitte ik op het volgende: de lenen van de Abdij St. Truiden in het land van Heusden (waaronder Baardwijk) blijken reeds in 1986 geinventariseerd door dr. J.C. Kort  (Ons Voorgeslacht, 1986) en staan gepubliceerd in de Hollandse Genealogische Database (link Hogenda). Hij geeft in zijn overzicht aan dat rond 1300 het leen Baardwijk is gesplitst in 1A (twee derde) en 1B (een derde). Vanaf 1444 is er weer sprake van 1 leen.

1A (pagina 1): Twee derde van het leen is op 15 april 1355 toegewezen aan Jan, heer van Boekhout (Boechout, Bouchout), ridder, gehuwd met Klarisse de Myrabile. De bron hiervoor is de oorkonde zoals getranscribeerd door Charles Piot nr. CCCXCVI. Deze had ik reeds gevonden en staat beschreven in een vorig blogartikel.  Op pagina 2  van zijn overschrift meldt dr. Kort dat op 19 mei 1389 Jan van Immerzeel, ridder het leenrecht van heer Jan van Boekhout heeft verkregen. Deze informatie vinden we ook in het leenboek gedateerd op 1707 (zie scan hierboven), met het verschil dat de Abt heer Jan van Rouchaut heeft geschreven.

In het werk van dr. Kort staan referenties en ik heb het archief van Hasselt om het origineel gevraagd, wetende dat de nummering is veranderd. Het origineel bleek er te zijn. Zie de scans hieronder, inclusief enige digitale toevoegingen van mijzelf (rood). Aan de zijkanten van de afschriften kan ik zien dat ze uit een boek komen, waarschijnlijk een oudere versie van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden (twee keer klikken is grote weergave).












































































De exacte transcriptie zal nog even duren, maar globaal kan het document in 2 onderdelen worden ingedeeld:

(1) De groot geschreven hoofdtekst dat waarschijnlijk het leenrecht van Dominum Johannes de Bouchout beschrijft of een vervolg daarop. Het betreft blijkbaar niet alleen Baardwijk maar ook Herpt dat vlakbij ligt in Noord-Brabant (zie google kaart)

Hij was getrouwd met Domina Clarissa (de Myrabelle), pijlen 3 en 4.  De eerste naam in het document is Robert van Craenwijck, die op 24 febr. 1350 abt van de Abdij van Sint-Truiden werd. Hij overleed op 18 mei 1366 te Maastricht. (bron: Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden, deel 2, pp 189-212. Dr. E. Lavigne, 1988, Leeuwarden).

(2) De kleinere toevoegingen in de kantlijn en onderaan op pagina 2. Dit zijn wijzigingen van het leenrecht en toevoegingen aan het hoofddocument. Onderaan pagina 2 is de datum 19 mei 1389 te herkennen en de naam van IJmerselen. Dit stukje beschrijft waarschijnlijk de overdracht van Jan van Boechout naar Jan van Immerzeel. Ook zijn andere namen te herkennen zoals Zevenbergen en de Wit en deze namen lezen we ook in het nette leenboek versie 1707: de opvolgende leenmannen van Baardwijk.

Dus blijkbaar zijn er nog wel oudere versies van het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden bewaard gebleven! In ieder geval zie ik op deze pagina geen aanwijzingen dat de naam veranderd is van Boechout naar Roechout (Latijn: Rouchaut). Maar de vergelijking van een oudere versie van het leenboek met de versie 1707, toont nog eens duidelijk aan dat het inderdaad Jan van Boechout was die het leenrecht van Baardwijk kreeg. Dit is zo duidelijk opgeschreven, dat de Abt in 1707 een sterke reden moet hebben gehad om D: Joanni de Rouchaut op te schrijven in plaats van D: Joanni de Bouchaut. Dat moet hij dus ergens anders vandaan gehaald hebben .....



II.   SINT-TRUIDEN (voor 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden uit 1707 (de opgeschoonde versie), komt Joannes de Rouchaut een keer voorkomt op de pagina betreffende een leengoed (huis) in de Plankstraat te Sint-Truiden. Samen met Joannes Schoerman was hij in 1372 uitvoerder van het testament van heer Joris van Brune (?).  Zie hieronder de scan.


Wat opvalt is dat het voorvoegsel Dominum bij Joannes de Rouchaut niet wordt gebruikt. Is dit een andere persoon dan zoals vermeld bij het leen Baardwijk? Als we de aanname doen dat bij het leen Baardwijk het gaat over ridder Jan van Boechout, dan was hij waarschijnlijk in 1372 niet in Sint-Truiden. Constant Noppen schrijft namelijk in zijn werk dat ridder Jan van Boechout na de slag bij Basweiler (22 augustus 1371) gevangen is genomen en opgesloten in het kasteel van Nideggen aan de Roer en daar heeft hij circa 2 jaar gezeten. 



Is bovengenomende Joannes Rouchaut een bastaardzoon van ridder Jan van Boechout en dus de eerste Sint-Truidense Roechout generatie?  We weten natuurlijk niet wanneer de naam veranderd is, bijvoorbeeld na het overlijden in 1391 van ridder Jan van Boechout. De kans is dus aanwezig dat in de oorspronkelijke oorkonden/registers Johannes de Rouchaut  de achternaam Boechout nog heeft.

In deel 2 van het werk van Charles Piot vinden we een aanwijzing (oorkonde CCCCLI). In 1370 worden 175 met naam genoemde inwoners van Sint-Truiden door proost Georges d'Arscheit (Keulen) geexcommuniceerd t.g.v. rebellie en heiligschennis. Het betreft lijkt me een groot gedeelte van de 'bourgois' van Sint-Truiden. Onder de namen vinden we drie keer de naam Boechout: Johannem Boechout, Egidium Boechout en Willelmum Boechout (zie scans hieronder). De naam Roechout komt in dit overzicht niet voor. De genoemde Johannem Boechout kan dus dezelfde zijn als Johannes de Rouchaut uit het leenregister versie 1707. 




Wellicht zijn er toch nog oorspronkelijke versies van het leenboek Sint-Truiden voor 1400 bewaard gebleven, net als voor Baardwijk? Dat is een mooi doel voor een volgend bezoek aan het archief van Hasselt.

Overigens komt de naam Guilhelmus de Bauchaut (Willem Boechout?) wel een keer voor in het leenboek versie 1707. Het betreft een vermelding die verwijst naar 14 november 1360 in verband met een ander leengoed van 5 zillen landbouwgrond in de omgeving van Sint-Truiden. Zie de scan hieronder. Het betreft Guvelingen, iets ten noorden van Sint-Truiden. Vanaf eind 1400 vinden we daar ook de naam vanden Rouchaut in het leenboek versie 1707 in relatie tot leengoederen in Guvelingen. Zie hier een geografisch overzicht.






















III. BERLINGEN EN ULBEEK (na 1400).

In het leenboek van de Abdij van Sint-Truiden versie 1707, vinden we de naam Rouchaut na 1400 meermaals terug. Het eerst op 9 april 1434 waar wordt geschreven dat Robertus vanden Rouchaut trouwt met de dochter van Abraham de Luteo. Het betreft het leengoed Berlingen, zie ook deze blog. Op 17 maart 1450 is Robertus blijkbaar overleden want zijn broer Waltherium (Wouter) vanden Rouchaut wordt voogd van de weduwe Mechtildis de Luteo. Op 15 december 1472 overlijdt Waltherium waarbij het voogdijschap overgaat naar Eustachius Wijnrix. In 1480 en 1498 wordt Robertus van den Rouchaut junior genoemd.








Opvallend is dus dat het tussenvoegsel "de" na 1400 is vervangen door "vanden". De naam Rouchaut vinden we na 1460 ook terug in andere onderdelen van het leenboek 1707. Belangrijker is dat de naam "vanden Roechout" in de regio Sint-Truiden na 1400 ook in andere oorkonden gaat voorkomen.

Het betreft o.a. een oorkonde uit 1427 omtrent het verpachten van land nabij Ulbeek. Deze plaats hoort nu bij de gemeente Wellen en ligt vlakbij Berlingen, het leengoed van de Abdij van Sint-Truiden dat hierboven is beschreven (google kaart).



Samenvatting van de transcriptie door J. Grauwels, adjunct-conservator archief Hasselt (Regestenlijst der Oorkonden van de Landkommanderij Oudenbiezen en Onderhorige Kommanderijen, Brussel 1966).

30 september 1427: De schout en schepen van Ulbeek oorkonden dat Robert van den Roechut, schepen van Sint/Truiden, aan zijn zwager Machiel Sgroits uit Sint-Truiden voor anderhalve mud rogge per jaar verpacht heeft een bunder land, gelegen op de berg, naast de erven van Johan vanden Roechut, Geert Prijns en Herman Vriesen, en dat Johan van de Rochout aan zijn zwager M- Sgroits voor 9 jaar tegen 2,5 mud rogge per jaar verpacht heeft 28 grote en 7,5 kleine roeden land aldaar gelegen.  

En voor de volledigheid ook de achterkant van de bovengenoemde oorkonde, waarop een samenvatting staat:


Eerder in 1426 vinden we een oorkonde waaruit blijkt dat Robert, Johan en Wouter van den Roeckoute broers zijn. Dit komt dus overeen met de informatie in het leenboek bij het leengoed Berlingen  (zie hierboven).


Samenvatting transcriptie (J.Grauwels, 1966)

24 mei 1426. De meier en de laten van het Proosthof te Sint Truiden oorkonden dat Robert van den Roeckoute, schepen van Sint Truiden, aan zijn schoonbroer Michel Sgroits heeft overgedragen een erfcijns van 2 gulden, de helft van een cijns van 4 gulden op een huis, gelegen in de Koestraat, bij de erven van zijn broeders Johan en Wouter vanden Roeckoute.

De Koestraat in Sint-Truiden heet nu de Schepen Dejonghstraat. Het zegel van Robert is bewaard gebleven en toont vijf ruiten (Hamal) met daarboven 2 merlettes. Dit zegel is kenmerkend voor de familie vanden Rouchout en kan met kleine variaties (4 of 5 merlettes) tot ver in de zestiende eeuw worden teruggevonden.   


Boven: zegel Robert van den Roeckoute uit 1426, schepen te Sint-Truiden. 
Onder: zegel Robert vanden Rouchout uit 1473, schepen te Sint-Truiden. Een (klein)zoon?
Zie ook het blogartikel over de zegels.




De eerste vermelding van de naam Vanden Roechout stamt uit 1400. Het betreft Henrick vanden Roechout optredend in naam van het begijnhof van Sint-Truiden, aangaande een jaarlijkse rente van 3 vat erwten op 3 zillen land. (Aan het eind van de 7de regel van boven staat: .. Henrick en aan het begin van de 8ste regel van boven: vanden Roechout in naam des begijnhofs van Sint Agnieten  .. )





***



maandag 18 oktober 2010

Op weg naar een publicatie: van Roechout naar Boechout

Wordt tijd om wat feedback te krijgen omtrent mijn hypothese Van Roechout naar Boechout. Dus maar eens voorgelegd aan een lokale genealogie afdeling. Oef, veel weerstand van de Belgische Beroepsgenealoog ... maar niets waar ik niet mee kan omgaan: ieder feedback ervaar ik als positief en helpt om een stapje dichterbij de oplossing van de puzzel te komen. En vergeet vooral niet de meest recente toevoeging helemaal onderaan te lezen (13 en 14 januari 2011). Uitgangspunt bij onderstaande correspondentie was dus een A4 met de hoofdpunten van de hypothese waarop is geantwoord.

Email: 16 augustus 2010

Antwoord: "Ik denk dat de heraldiek van de familie vd.R. veelzeggend is (en de sleutel voor de opheldering van dit probleem). Er is hoegenaamd geen gelijkenis met het wapen van de familie van Bouchout (uit West-Brabant). Wél is er gelijkenis met het wapen van een àndere familie v.B., zoals De Raadt het aangeeft. Maar, zou De Raadt zich hier niet vergist hebben? Mogelijk staat er op dat bewuste zegel gewoon een R ipv B. Ik denk dat de hypothese precies met die ene vermelding staat of valt. Afin, om het kort samen te vatten: ik denk dat er in de analyses van De Raadt & Piot en andere bronnenpublicaties regelmatig per vergissing een R voor een B genomen wordt, gewoon omdat de Van Bouchout's bekender zijn. Alleen als de originele documenten bekeken worden, kan je zeker zijn. Zolang dàt niet is gebeurd met elk cruciaal document, zou ik dergelijk artikel niet publiceren. De fout in de hypothese kan zich immers domweg in een verkeerde lezing (van een ander) zitten."


Mijn reactie: Goed punt en ik ben opzoek gegaan naar de bronnen. De oorkonde van de Abdij van Sint Truiden getranscribeerd door Charles Piot lijkt me op dit moment de belangrijkste en deze wordt bewaard in het archief van Hasselt. Duidelijk staat daar Bucout dus een B en geen R. Of te wel Piot heeft de R niet voor een B aangenomen zoals hierboven werd gepostuleerd. Ook de familieverbanden die worden genoemd in de oorkonde kloppen met Jan van Bouchout alias Boechout (1320-1391), borggraaf van Brussel. Dus Piot heeft geen fouten gemaakt omdat de familie Bouchout bekender is.










Email 15 oktober 2010

Antwoord: “De beroepsgenealoog is ervan overtuigd dat het inderdaad over Jan van Bouchout gaat in deze akte, zoals in de transcriptie van 1854, maar dat de andere tekst (vd Heyden uit 1707) een leesfout bevat met een R in de plaats van de B. Er is dus geen verband aangetoond tussen de beide families”.


Mijn reactie: Het ging in eerste instantie toch om de mogelijke fout in de transcriptie van Charles Piot? Nu zit Abt Mauri van der Heyden in het “beklaagdenbankje”. Drie keer een leesfout door Abt Mauri van der Heyden bij het opstellen van zijn leenregister??? Maar in ieder geval zijn we het over eens dat Jan van Boechout/Bouchout betrokken was bij de leenrechten van Baardwijk (nu Waalwijk Noord-Brabant, Nederland).

“Buiten het feit dat het origineel een B bevat, had ik zelf ook al de bemerking gemaakt dat het feit dat in de originele akte die je hebt gevonden, "Dns Johannes de bucout" (Jan van Boechout) is vermeld niet volstaat om aan te tonen dat hij deze persoon in de streek van Sint-Truiden verbleef of er goederen bezat”.


Mijn reactie: Daar kan ik het mee vinden. Maar in de kroniek van de Abdij van Sint Truiden staat dat Jan van Boechout/Bouchout voor het altaar van de Abdij het recht van tienden op Baardwijk ontving. Hij is dus minimaal 1 keer in Sint-Truiden geweest. Waarschijnlijk vaker, want hij komt minimaal 3 keer voor in het leenregister van Sint-Truiden en niet enkel in het onderdeel Baardwijk (zie hieronder). Verder is bekend dat hij wel degelijk door Limburg heeft gereisd na de Slag bij Scheut, tesamen met Johanna van Brabant naar Maastricht.



Antwoord: “Want in deze akte staat ook nog tweemaal "Henricus de Quaderebbe" of Hendrik van Kwerps (nu gemeente Kortenberg, tussen Leuven en Brussel), een voornaam edelman, die Kwerps verliet om in Leuven te komen wonen en functies bekleedde in Brabant, en ook "Johannes de Pollancy" als heer van Breda (ook Brabant) komt er in voor (1ste regel). De abdij van Sint-Truiden had zeker goederen in het hertogdom Brabant en dus is het niet abnormaal dat een Brabantse edelman als Jan van Boechout in een leen boek van de abdij voorkwam. Daaruit kan je dus niet afleiden dat die familie in Limburg heeft verbleven of iets te maken had met de schepenen van Roechout in Sint-Truiden”


Mijn reactie: akkoord en prima, met de opmerking dat in die periode de Abdij van Sint-Truiden werd behandeld alsof het een onderdeel van het Hertogdom van Brabant was (oorkonde Abdij Sint Truiden, 1377: “gelije of sij binnen Brabant gheseten waren” ). Dus een contact tussen de Abdij van Sint-Truiden en het Hertogdom Brabant was in die tijd zeer aannemelijk. Ik verwijs in deze ook naar het werk van Constant Noppen (Heren van Bouchout, 1991). PS: Hendrik van Quaderibbe vocht net als Jan van Boechout tijdens de slag bij Baesweiler.

Antwoord: “Hoe langer ik er over nadenk, hoe logischer het lijkt. Die man is in een 17de-eeuwse valstrik getrapt. Knap natuurlijk dat hij die transcriptie gevonden heeft, maar in feite levert hij zélf het bewijs dat het een vals spoor is, dankzij het bewaarde origineel.

Mijn reactie: het was eerst een 19de eeuwse valsstrik (Charles Piot) en nu een 17de eeuwse valstrik (Abt Mauri van der Heyden, overigens is het een vroege 18de eeuwse valstrik ) :)


Antwoord: “Hij moet zijn vondsten alleen nog maar juist interpreteren."Om kort te gaan : er is geen reden om dit artikel te publiceren indien het alleen maar gaat over een Bouchout-Rouchout hypothese, want dàt is een totale kwakkel. Ik heb eigenlijk veel sympathie voor zijn onderzoek want hij toont dat hij een gedreven zoeker is én een knappe website in elkaar kan steken”.

Mijn reactie: ik ken de uitdrukking "totale kwakkel" niet, maar klink niet erg positief... , maar na uitleg van deze uitdrukking blijkt het dwaalspoor te betekenen. Nou daar ben ik het niet mee eens, want ik heb nog geen argumenten gelezen die de hypothese omgooien.

Antwoord: De publicatie van je artikel zoals het nu is, kan moeilijk aangezien in de huidige tekst staat dat in de akte "van Roechout" staat terwijl je nu zelf hebt aangetoond dat dit niet juist is en dat er in de originele akte "van bucout", dus "van Bouchout" staat. Van Roechout staat dus niet in dat Sint-Truidense leenregister. Vermoedelijk moet je de hypothese van het verband met de Brabantse familie laten vallen, tenzij je toch nog iets anders kan vinden om die hypothese te staven.


Mijn reactie: er zit ergens een vreemd aspect in, daar ben ik het mee eens . Echter in de email van 16 augustus 2010 werd o.a. de transcriptie van Charles Piot in twijfel werd getrokken omdat hij een R voor een B heeft aangezien. Nadat deze door mij is geverifieerd als zijnde authentiek werd het leenregister van Abt Mauri van der Heyden in twijfel getroffen en hij zou een B voor een R hebben aangezien .. (de 17de eeuwse valstrik). De Abt moet wel erg bijziend zijn geweest om de B voor een R te hebben aangezien.


Verder:


(1) In het leenregister van Abt Mauri van der Heyden komt Johannes/Jan van Rouchout drie keer voor.

(a) 1 keer in relatie tot de tienden van Baardwijk: 1358, 15 april. De tienden (belasting) van Bardewijck (nu Waalwijk) orden door de leenheer toegekend aan heer Joannes van Rouchaut; is uitgevoerd bij het klooster voor het altaar van Sint Truiden en vastgelegd door klerk v.h. klooster Sint Truiden.

(b) 1 keer in relatie tot de overdracht van het leenrecht van Jan van Boechout aan ridder van Immerseel: 19 mei 1389 (uit tienden van Bardewijck)

















(c) En 1 keer in verband met het uitvoeren van een testament te Sint Truiden: 1372: Joannes van Rouchaut en Joannes Schoerman zijn uitvoerders van het testament van heer Joris van Brunsum (leenregisteronderdeel: De Stad Sint-Truiden).






(NB: in het leenregister wordt in 1360 ook Guilhelmus de Bauchaut genoemd.)







Onze Abt van de Abdij van Sint-Truiden heeft dus blijkbaar 3 keer een fout gemaakt??? Ik kan het niet uitsluiten, maar ik vind het op dit moment logischer te veronderstellen dat Abt wel wist van de familieverbanden en daarom Jan van Boechout bewust Roechout heeft genoemd. Immers de familie van (den) Roechout komt vaak voor in het leenregister van Sint-Truiden en het verhaal moet natuurlijk wel kloppen want er was destijds een sterke relatie tussen familierelaties en lenen. De Abt heeft dus alle oorkonden inclusief de familierelaties samengevat in het lijvige leenregister.

De Abt was dus geen genealoog uit het begin van de 18de eeuw, want ik begrijp uit vervolgcorrespondentie dat dit werd verondersteld (er waren blijkbaar nogal wat aantal kwanselaars in die periode). De Abt heeft mijns inziens naar eer en geweten het leenboek samengesteld. Zie hier een deel van zijn werk. Er staat wel van alles bijgeschreven, maar geeft een goede indruk en is door mij persoonlijk gecontroleerd en nieuwe afschriften van relevante delen zijn in mijn bezit.

(2) Voor 1400 komt de naam Roechout niet voor in Sint-Truiden, wel Boechout (1370, de kerkban oorkonde, deel scan origineel hieronder).












De naam Boechout is in Sint-Truiden na 1400 niet meer terug te vinden. Robert van Roechout was schepen van de stad rond 1420 en zo'n functie krijg je niet zomaar en was gekoppeld aan families. Verder waren de broers aan het kibbelen over de erfenisverdeling te Sint-Truiden van hun ouders, waarvan ieder spoor voor 1400 ontbreekt. De veronderstelde stamvader Jan van Boechout is in 1391 overleden.


Dus, tot nu toe lees ik geen argumenten om de hypothese te laten vallen.

Meer onderbouwing is gewenst en ik zal me daarvoor op het archief van Hasselt richten en de regionale VVF vereniging De Rode Leeuw omdat het antwoord waarschijnlijk in Belgisch Limburg ligt.



toevoeging 13 januari 2011: het leenboek van de Abdij Sint-Truiden


Vandaag gesproken met de archivaris van het Rijksarchief van Hasselt, dhr Rombout Nijssen. Hij gaf aan dat het leenregister van de Abt Mauri van der Heyden uit 1707 kan worden vergeleken met hedendaags notarieel overzicht. In die tijd worden door het leenhof Abdij van Sint-Truiden de overdracht van goederen/eigendommen etc schriftelijk bijgehouden. Door de jaren heen waren daar natuurlijk veel veranderingen en werd een en ander doorgestreept etc. De Abt heeft zegt maar het notarieele leenregister netjes opnieuw weergegeven. Het is dus een offcieel register.


toevoeging 14 januari 2011: Jan van Immerseel volgt Jan van Boechout op als leenman.


Vandaag krijg ik van het archief Hasselt een oorkonde van de Abdij Sint-Truiden uit 1389. Ik was hier op gekomen omdat dr. J.C. Kort in zijn overzicht getiteld: "Lenen van de Abdij van Sint-Truiden in het Land van Heusden, 1242-1627" op pagina 2 verwijst naar een pagina in het register betreffende het leengoed Baardwijk met de volgende beschrijving:

19-5-1389. Jan van Immerzeel, ridder, bij overdracht door heer Jan van Boekhout.

Zie hieronder de scan (als je 2 keer klikt wordt deze groot).







































































En nu een lijstje van de aangegeven namen bij de pijlen:


(1) Robert van Craenwijck.  Hij werd op 24 febr. 1350  abt van de Abdij van Sint-Truiden. Hij overleed op 18 mei 1366 te Maastricht. Bron: Kroniek van de Abdij van Sint-Truiden, deel 2, pp 189-212. Dr. E. Lavigne (1988, Leeuwarden).
(2) Dominum Johannes de Boechout, militis. Heer Jan van Boechout (1320-1391).
(3) Domina Clarissa (van Mirabelle) vrouw van
(4) eerder genoemde Dominum Joannes.  Ook deze info zijn we eerder tegengekomen.


En hierna de eerste transcriptiepogingen, tenminste de groot geschreven hoofdtekst.


----------------------------------------------
----------------------------------------------

De Feuda JN Baerdwijck et Herpt  (kaartje helemaal beneden)

De duabus partibus decima de Bardwijck. Eum em hor feudo fuissor anni pluribus litigatum tande dur Robertus de Craenwijck abbas pre memori monasterij St. Trudo Comunicatus vasallus sui et omibus qui sua crecurur Trezessi Tebite ritertur seruatisser uidurije et polempuitatibus at hor debitis et romstutir xumu ep vasallis suic monuir viteluret robinum coe.. qui cum comcarti sequiter xxx6 (36) et plurum vasallos prapruitati tuirts partum tert dictum Dnm Johannes de Boechout militi ad indicatur.

Anno a natinitate dominum 1000 III (3 honderd) LX (60) memsur aprilus dui x6 (16) jut in trum susez hor romserus sigilis prefati dominum abbatus et plurum vasalorum sigillatis lurid romtuur et non multo post tpe Domina Clarissa uxor dicti Dnm Joannes ad Monasterum Sinti Trudonis personaluter vemenir et ante altari beati trudone serppum efferens ancilla drim errtu es effecta surut unxu tenorem tramzy per puot dram tecnua U feuda concella fuer jarc tembatuz.

-----------------------------------
-----------------------------------

In de kantlijnen van het hoofddocument staat van alles bijgeschreven. Dit is dus van latere datum. De naam heer Jan van IJmerselen (Immerseel) op de eerste pagina is dus al geidentificeerd. Als je links verder naar beneden gaat kom je in de kantlijn ook de naam Zevenberg en de Wit tegen, ook op de tweede pagina (moeilijk leesbaar). En daar vind je ook de wijziging van 19 mei 1389 betreffende de overdracht naar Jan van Immerseel.

Blijkbaar heeft Abt Mauri van der Heyden onder andere deze oude registers als bron gebruikt, want deze namen (IJmerselen, Zevenbergh, de Wit) komen we ook tegen in zijn overzicht uit 1707 op pagina 63 dat over de tienden van Baardwijk gaat. Zie hieronder een scan van de betreffende pagina. Maar het grote verschil is nog steeds "Johannes de Boechout" versus "Johannes de Rouchaut".  Die naamverandering moet hij ergens anders uit voorlopende leenregisters hebben gehaald.






































Kaartje van Herpt en Baardwijk (nu deel van Waalwijk), provincie Noord-Brabant (NL).


Grotere kaart weergeven


//